Indiase marine let even goed op

India investeert fors in een hypermoderne oorlogsvloot. En kopieert graag wat hoogwaardige Nederlandse technologie.

FILE:Seagulls fly over the fishing village where the Nov. 26 Mumbai attackers landed, in Mumbai, India, on Monday, Dec. 15, 2008. India's bureaucracy may hinder the country's ability to improve port security after the terrorists who launched the deadliest attacks in 15 years infiltrated Mumbai from the sea. Photographer: Prashanth Vishwanathan/Bloomberg BLOOMBERG NEWS

– Op het dek van de Hr. Ms. ‘Rotterdam’ ligt een gebutste skiff. Het is een van de piratenbootjes die door het Nederlandse marineschip werden onderschept bij Somalië. Maar de Indiase marineofficieren en zakenlieden die worden rondgeleid zijn vooral geïnteresseerd in de hoogwaardige technologie van het enorme amfibische transportschip.

De Rotterdam is het vlaggenschip van de antipiraterijmissie van de Navo in de Indische Oceaan. Ze ligt tot vandaag in de haven van Mumbai, India’s economische hoofdstad, om brandstof en voedsel in te slaan, maar ook als symbool van het aloude Nederlandse adagium van de krijger-koopman-diplomaat. In Azië heerst een maritieme wapenwedloop. Met name om de Chinezen het hoofd te bieden investeert India de komende vijftien jaar 45 miljard euro in een hypermoderne marine, inclusief vliegdekschepen en atoomonderzeeërs.

„Wij zijn een deel van Nederland. Dit platform is niet alleen om te vechten”, zegt Matthieu Borsboom, de Commandant der Zeestrijdkrachten. Hij bezoekt het schip in de eerste plaats voor de bemanning, maar werkt ook graag mee aan het bevorderen van de Nederlandse defensie-industrie. Dat ligt in het verlengde van piraterijbestrijding. „Het gaat om de Nederlandse handelsbelangen”, zegt hij. „De Nederlander beseft dat Rotterdam de kurk is waar Nederland op drijft. Maar hij beseft niet genoeg dat onze handelsroutes door de Indische Oceaan lopen.”

Op de eerste dag van het verblijf van de ‘Rotterdam’ in Mumbai vindt dan een bijeenkomst plaats van vertegenwoordigers van Nederlandse en Indiase defensiebedrijven. Ondernemingen als Thales Nederland (radar, antiraketgeschut), Imtech (communicatie- en navigatiesystemen) en het Duitse radiografische bedrijf Rohde & Schwarz, met een onafhankelijke dochter in Maarssen, houden presentaties en rondleidingen. Indiase zakenlieden en marineofficieren spitsen de oren, krabbelen notities en stellen vragen.

Het Indiase bedrijf Goa Shipyard bouwt aanvalsschepen voor de Indiase marine. G.G. Shanbhag, verantwoordelijk voor het scheepsontwerp, is enthousiast over Thales’ concept van de geïntegreerde mast, een behuizing die alle sensoren, radars en antennes van een marineschip bevat. „We willen graag weten welke technologie Thales gebruikt zodat we zelf zo’n mast kunnen bouwen.”

Ook Raghavan Muralidharan van de defensieafdeling van India’s megaconcern Tata benadrukt dat het hem vooral gaat om technologie. „Jullie ingenieurs maken perfecte systemen. Die willen we graag kopiëren. Jullie vinden het wiel uit, wij perfectioneren het en verkopen het aan de wereld.”

Proberen de eigen producten te verkopen zonder al je technologie uit handen te geven is moeilijk, vertelt Gerard Mulders van Thales Nederland. Het bedrijf verkocht in de jaren zeventig radarsystemen voor Indiase schepen die nu op enkele essentiële onderdelen na volledig door de Indiërs zelf worden geproduceerd. Thales Nederland, het grootste defensiebedrijf in Nederland dat onderdeel is van de Franse multinational Thales Group, kijkt steeds vaker over Europese grenzen. „Anders kunnen we niet overleven”, zegt Mulders. „Westerse krijgsmachten zijn aan het bezuinigen en houden de opdrachten liefst in eigen huis. In Azië groeit de markt.”

Ook Fokker Elmo is op zoek naar nieuwe markten. Mocht het kabinet eind 2013 besluiten uit het Joint Strike Fighter-programma te stappen, dan kost dat volgens het bedrijf zo’n 250 arbeidsplaatsen in Nederland. „We willen hier graag een voet tussen de deur krijgen”, zegt senior program manager Mike Vandenbroek. De Indiase marine kocht vliegtuigen bij het Amerikaanse Boeing, een grote klant van Fokker Elmo. Boeing beloofde de Indiërs werkgelegenheid. „We kunnen Boeing helpen door een faciliteit in India op te zetten.” Het bedrijf opende eerder fabrieken in Turkije en China en sloot twee weken terug een contract voor de bekabeling van de ARJ-21, een Chinees passagierstoestel. India bouwt eveneens zelf helikopters en vliegtuigen.

Het zal echter niet makkelijk worden om een stuk van de koek te krijgen, mailt viceadmiraal b.d. en voormalig commandant van India’s Zuidelijke Marinecommando, Suresh Bangara. „Voor zover ik weet wordt niet overwogen grote systemen bij de Nederlanders aan te schaffen. India wil volledig zelfvoorzienend worden bij de bouw van marineschepen. We zouden misschien kunnen samenwerken bij het ontwikkelen van innovatieve technieken.” Maar dan moet er wel wat veranderen. Hij wijst op de levering door Thales (toen nog Hollandse Signaalapparaten) van de radarsystemen in de jaren zeventig die India nu zelf produceert. „Nu zie ik niet de minste aandrang bij de Nederlanders om kennis te delen.”

Voor de Koninklijke Marine is samenwerking essentieel. „Het werk dat van ons gevraagd wordt, het beschermen van Nederlandse belangen, neemt toe, maar onze capaciteit groeit niet. Dus moeten we meer gezamenlijk optreden”, zegt viceadmiraal Borsboom. Plus: de wereld verandert, het Westen neemt in belang af. In vier jaar zijn de bilaterale contacten met ongebonden landen enorm toegenomen; ook met de Chinese, Russische, Chileense, Indiase en Braziliaanse marine. De Rotterdam heeft een Braziliaanse verbindingsofficier aan boord. Borsboom: „Het gaat heel snel. Dit is een revolutionaire ontwikkeling op zee.”