'Ik zing geen opera meer buiten Oostenrijk'

Mezzosopraan Angelika Kirchschlager ‘martelt’ zich minder met opera en kiest vooral liedrecitals. Vrijdag zingt ze Schumann: „Heerlijk.”

Van slagwerk- en pianostudent naar wereldberoemd mezzosopraan. Het is een route die niemand aflegt – behalve Angelika Kirchschlager. Die veelzijdige opleiding is een bewijs van haar mateloze nieuwsgierigheid: de Oostenrijkse brak internationaal door met de moderne opera Sophie’s Choice van Nicholas Maw, zong zware Mozart- en Richard Strausrollen in de belangrijkste operahuizen, maar bracht ook lichtvoetige kerst- en operettealbums op de markt. Vorig jaar imponeerde ze in het Holland Festival in de titelrol van Brittens The rape of Lucretia.

Vrijdag zingt ze een Schumann-recital in Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam in de reeks Grote Zangers met pianist Helmut Deutsch. „Schumann is heerlijk om te zingen”, zegt ze, „de melodieën zijn prachtig, de dialoog met de pianist volwaardig. Ik ben via collega’s op liederen gekomen die ik nog niet kende. Neem Jasminenstrauch, een prachtig volksliedje van misschien dertig seconden. Die hoor je zelden.”

Ze prefereert het zingen van Schumann boven Schubert. „Bij Schubert lijken de melodieën zo eenvoudig, maar zit er zoveel verborgen. Ik vind dat persoonlijk een ongelooflijke uitdaging, en ben bang dat ik nog niet alle verborgen lagen heb ontdekt. Geef me nog wat meer tijd voor Schubert.”

Die tijd krijgt Kirchschlager steeds meer, aangezien ze minder opera zingt en het huidige seizoen voor zo’n zeventig procent uit recitals bestaat. „Het publiek is bij liedrecitals vaak nog ouder dan bij gemiddelde klassieke concerten. Maar dat is altijd zo geweest. Begrijpelijk: liederen zijn zó subtiel in de wisselwerking tussen muziek en poëzie, daar heeft een twintigjarige meestal geen geduld voor. Het vergt ervaring en innerlijke rust om die diepere betekenissen te herkennen. Ik heb het dan overigens over Duitse liederen. Bij Franse liederen gaat het toch vooral om de kleur en melodie, de tekst is vaak zo abstract en bloemig.”

Er was een tijd dat Kirchschlager, woonachtig in Wenen, als wellicht de allerbeste Octavian-interpreet de wereld afreisde. Deze travestierol, door Richard Strauss in Der Rosenkavalier geschreven, had veel baat bij haar smeltende lyriek en stoere hoogte. „Maar ik doe het niet meer”, zegt ze ferm. „Ik zing sowieso geen opera meer buiten Oostenrijk, want dan ben ik zes weken van huis. Ik heb ontzettend veel plezier gehad met Strauss. Maar voor opera moet je fit zijn! De rol van Octavian is loodzwaar. Ik ben nu halverwege de veertig en wil mezelf niet meer martelen.”

Ze ging steeds meer tegen opera opzien, en realiseerde dit toen een contract voor Rosenkavalier in Wenen werd afgesloten. „Het was zo’n drie jaar in de toekomst, maar ik begon me daar al meteen op te concentreren. Me zorgen te maken dat ik verkouden zou worden. Dat was de druppel, ik annuleerde mijn contract. Je kunt alleen zware opera zingen als je het echt wilt.”

Kirchschlager ziet het gedeeltelijke afscheid van het operapodium niet als een groot offer. „Maar het heerlijke is: sinds twee jaar werk ik alleen nog met de mensen die ik aardig vind.” Daarnaast experimenteert ze met nieuwe projecten. In Oostenrijk toerde ze door kleine dorpen, in laagdrempelige recitals met gratis toegang. „Die mensen kennen weliswaar de melodieën van de beroemde liederen van Schubert en Mahler. Het is een soort volksmuziek, zo mee te zingen. Maar ze hebben geen idee welke componist die melodieën geschreven heeft.”

En een solostuk voor slagwerker en mezzosopraan, zit dat wellicht nog in haar planning? „Goed idee, die zet ik op mijn lijstje.”

Angelika Kirchschlager (mezzo) en Helmut Deutsch (piano): eenmalig Schumann-recital in Muziekgebouw aan ’t IJ Amsterdam, 30/11. www.muziekgebouw.nl