Het mandarijntje was echt eerst, niet de sinaasappel

De sinaasappel is een kruising van twee andere citrusvruchten: de pomelo en de mandarijn. Dat blijkt uit een eerste versie van het genoom van de sinaasappel die gepubliceerd is in Nature Genetics. De oranje vrucht is ‘voor driekwart’ mandarijn en één kwart pomelo.

Die ontdekking was niet het hoofddoel voor de genetici die het genoom van de sinaasappel uiteenrafelden. Voor de mensen van de Huahzong Landbouwuniversiteit in Wuhan zijn de 29.445 genen die het sinaasappelgenoom telt het belangrijkst. 29.445: meer dan de mens, maar voor een plant is dat geen hoog aantal.

De Chinezen en hun collega’s wereldwijd zullen er citrussoorten en -rassen genetisch gaan vergelijken. En tussen de genen van de sinaasappel zullen ze zoeken naar genen voor meer vitamines, fraaiere fruitrijping en langere houdbaarheid. Dat het genoom nu is ontrafeld door Chinese genetici past bij de naam (‘China’s appel’) en de herkomst van de vrucht. De bakermat van alle citrusfruit ligt in Zuidoost-Azië.

Het nu gepubliceerde genoom is niet volledig: 14 procent van het genenpakket van de sinaasappel kon nog niet in kaart gebracht worden – niet ongewoon bij genoomanalyse van gewassen. Van de afgelezen genen is van 96 procent de functie nog onbekend.

De afgelopen decennia begon het al in de wetenschap te dagen dat er maar drie ‘echte’ citrussoorten zijn: de pomelo (Citrus grandis), de mandarijn (Citrus reticulata) en de sukadecitroen (Citrus medica).

De kennis kwam eerst van botanici (die bij alle citrusvruchten naar details van vruchten, blaadjes en bloemen keken), later van genetici die eiwitten en stukjes DNA vergeleken. Het inzicht betekent een flinke opruiming in het soortenassortiment, want vroeger kon een kenner rustig beweren dat er 16, of zelfs wel 162 soorten citrusfruit bestonden.

De sinaasappel is dus in feite geen aparte soort. De Chinese biologen zochten in het genoom van de sinaasappel naar DNA-volgordes die overeenkwamen met hetzij pomelo, hetzij mandarijn. Dat driekwart mandarijn-DNA bleek, betekent dat pomelo eerst met mandarijn is gekruist en een nakomeling van die kruising nogmaals. Toen was het een sinaasappel.

Zo’n kruising blijft bij citrusvruchten lang in stand. Uit pitten van citrusvruchten groeit van nature meestal geen kruising van vader en moeder, maar een kloon van de moeder.

Door die vreemde vorm van ‘stekken’ kunnen ook moderne gekweekte rassen oeroud blijken. De oudste vermelding van een sinaasappel, in Chinese literatuur, dateert van 314 v. Chr. Archeologische aanwijzingen voor de teelt van citrusfruit zijn er al uit 2100 v. Chr.

De gekruiste vruchten zelf hebben allerminst het imago van oervrucht. De mandarijn: makkelijk pelbare zoete kindervriend. En dan de pomelo – in Nederland vooral in toko’s te koop is – licht bitter weliswaar, maar toch: een glimmende sapbal van wel 20 centimeter doorsnee. In sommige botanische leerboeken, en in Van Dale, staat de pomelo nog beschreven als een veredelde grapefruit.

De knobbelige sukadecitroen is de onbekendste van de drie oercitrussen, maar is toch de eerste citrusvrucht die het Midden-Oosten en het Middellandse Zeegebied bereikte. Hij wordt er nog altijd geteeld, om sukade te maken van de schil.

De sinaasappel werd pas in de zestiende eeuw in Europa geïntroduceerd, door de Portugezen. De mandarijn kwam pas in het jaar 1805.

Biologen zouden graag een volledige stamboom van de citrusvruchten maken, om na te gaan hoe in de geschiedenis de veredeling is verlopen. Het fruit zelf werkt daar niet aan mee, omdat alle soorten citrusfruit spontaan onderling kruisen. Ook zijn er nauwelijks nog wilde citrusvruchten om mee te vergelijken.

Gedetailleerd DNA-onderzoek en archeologische studies zullen moeten uitwijzen welke van de vruchten nu de echte ‘oercitrus’ is en hoe zijn nakomelingen daaruit zijn gekweekt. De grapefruit is inmiddels al wel ontmaskerd als een kruising tussen pomelo en sinaasappel. De citroenenkant van de stamboom blijft warrig.