Grote gemeenten vrezen chaos in langdurige zorg

De bezuinigingen op de langdurige thuiszorg voor ouderen en gehandicapten leiden tot een „onwerkbare situatie”. Ouderen zullen hierdoor een groter beroep doen op zware en dure zorg.

Daarvoor waarschuwen de grote gemeenten in Nederland in een open brief. Het kabinet wil de begeleiding in huis van ouderen en gehandicapten naar gemeenten overhevelen. Gemeenten zijn al verantwoordelijk voor maatschappelijke ondersteuning en huishoudelijke hulp, maar de medische zorg aan huis wordt nu nog betaald uit de landelijke AWBZ.

De gemeenten steunen het kabinetsbeleid om een deel van de AWBZ-zorg te verhuizen. Maar ze krijgen er te weinig geld voor, zeggen ze. Voor individuele huishoudens vrezen zij grote negatieve effecten. Zo bezuinigt het kabinet 75 procent op het budget voor huishoudelijke hulp, schrijven de wethouders van de grote gemeenten. Zij stellen dat ook mensen met lage inkomens daardoor „veel minder uren hulp” zullen ontvangen.

Omdat de toegang tot permanente opvang zoals bejaardentehuizen wordt bemoeilijkt, zullen volgens schattingen van de gemeenten 150.000 mensen extra een beroep gaan doen op gemeentelijke voorzieningen als huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding en persoonlijke verzorging. Juist deze patiënten hebben behoefte aan 24-uurstoezicht en extra ‘zorg op afroep’, zeggen de verontruste gemeenten. „Het regeerakkoord geeft [...] geen helderheid over de manier waarop gemeenten financieel in staat worden gesteld deze kwetsbare burgers een veilige leefomgeving te bieden.” Op begeleiding en persoonlijke verzorging wordt 1,6 miljard euro bezuinigd, een kwart van het budget.

Gemeenten waarschuwen dat de maatregelen tot sociaal isolement leiden en verwaarlozing van patiënten. Daardoor zullen mensen vaker naar de huisarts gaan en sneller naar een tehuis moeten, is de vrees.