Column

Duizend EU-ers over de balkenendenorm?

Rutte zou erover beginnen in Brussel, zo stelde voormalig minister van Binnenlandse Zaken Spies nog deze zomer. De hoge salarissen bij de EU werden door de PVV aangekaart in Kamervragen. Uit het antwoord bleek dat Nederland op loonmatiging voor Brussel inzet. De balkenendenorm (182.000 euro bruto) voor publieke functionarissen zou daar eigenlijk ook moeten gelden. De kritiek is Kamerbreed: CDA-parlementariër Pieter Omtzigt zag nog vorige maand zijn motie, waarin de regering werd gemaand de Europese Commissie te bewegen tot loonmatiging, overweldigend gesteund.

De EU-begrotingsonderhandelingen waarin matiging kan worden afgedwongen leidden vorige week tot niets. Dat geeft premier Rutte de ruimte hernieuwd in het geweer te komen. Als hij zich maar wel op een passende lezing van de gegevens baseert. Want hoe pas je die balkenendenorm nu het beste toe?

EU-ambtenaren hebben 16 rangen met elk vijf stappen, waarvan de vijfde stap overeenkomt met de eerste stap van de volgende rang. Rang 1 begint met bruto 2.654,17 euro per maand volgens de gegevens over 2010. Beleidsambtenaren (administrateurs) beginnen bij rang 5: bruto 4.349,49 euro per maand. De schaal loopt door tot het allerhoogste: 18.370,84 euro bruto per maand voor de top dogs van rang 16, de enige rang die stopt bij stap 3. Vakantiegeld is er formeel niet, noch dertiende maanden enzovoort. Twaalf maal het brutomaandsalaris zullen dus het bruto-jaarsalaris vormen. Zo bezien zullen er van de 55.000 EU-ambtenaren zo’n honderd, of misschien wel minder, toppers zijn die de Balkenendenorm overschrijden.

Maar dat is het brutoverhaal. Want wat is de balkenende-norm netto? Dat kan per persoon en werkgever in Nederland sterk verschillen, maar reken eens met 7.500 euro in de maand. Dat werpt een ander licht op de EU-ambtenaar. Er is voor kostwinners een vaste toeslag van 170,52 euro per maand, vermeerderd met 2 procent van het brutosalaris. Voor elk kind is er 372,61 euro toeslag en een schooltoelage van 252,81 euro die kan doorlopen tot het 26ste jaar. Over dit alles komt een ‘ontheemdingstoeslag’ van 16 procent. Van het belastbare deel daarvan gaan dan ziektekosten af en pensioenlasten, er is een speciale EU-belasting van ruim 5 procent en een progressieve heffing over de grondslag die oploopt van 8 procent tot 45 procent.

Lagere ambtenaren houden op deze manier netto meer over dan ze formeel bruto krijgen. Voor de Brusselse ‘middeninkomens’ zijn bruto en netto in de praktijk min of meer gelijk.

Hoeveel moet je nu in Brussel verdienen om de ‘netto-balkenendenorm’ te overschrijden? Dat zou al best wel eens kunnen beginnen vanaf rang 10 (van de 16), rekening houdend met het ontbreken van vakantiegeld. Bij een piramidevormige salarisopbouw van de rangen (en hier rekenen we uiterst conservatief) zou het dus niet verbazen dat er een top van 1.000 EU-ambtenaren of meer moet zijn die de balkenendenorm netto mee naar huis neemt. Dit is natuurlijk een grove schatting. Maar misschien dat Spies’ opvolger Plasterk het eens precies zou kunnen laten doorrekenen? Er is nog tijd voor de volgende onderhandelingsronde in Brussel.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.