Drie BP-medewerkers voorgeleid - verbod op contracten met regering

Foto Reuters / U.S. Coast Guard

Drie medewerkers van de Britse oliemaatschappij zijn vanavond voorgeleid in verband met de dood van elf medewerkers van het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico. Eerder vandaag werd bekend dat BP voorlopig geen nieuwe contracten mag afsluiten met de Amerikaanse regering.

Twee van de drie medewerkers zijn opzichters die eerder zijn aangeklaagd voor doodslag. De twee, Robert Kaluza en Donald Vidrine, worden ervan beschuldigd niets te hebben gedaan toen meetapparatuur op het boorplatform abnormaal hoge waardes aangaf. De metingen hadden duidelijke aanwijzingen moeten zijn dat er problemen waren. Kort daarna had op het platform een explosie plaats. Daarbij kwamen elf mensen om het leven. De explosie en de daaropvolgende brand leidde tot de grootste olieramp in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

De beslissing van milieubeschermingsautoriteit EPA dat BP geen contracten meer mag sluiten met de regering heeft voor bestaande contracten. De EPA zei dat de beslissing is genomen vanwege het “gebrek aan integriteit dat BP heeft getoond” bij het aanpakken van de ramp. Door de beslissing van de EPA kan BP voorlopig ook niet bieden op de verpachting van de rechten voor gas- en olieboringen.

BP bekende twee weken geleden schuld in een zaak die draait om de dood van de elf werknemers. Het olieconcern gaat ook bekennen dat het heeft gelogen tegen het Congres over de hoeveelheid olie die de zee in lekte. Eerder deze maand werd bekend dat BP omgerekend zo’n 3,5 miljard euro aan boetes gaat betalen.