De crisis is even belangrijker dan asiel

Het is tot nu toe verdacht stil rond de afspraken van VVD en PvdA over asiel en immigratie. Terwijl ze eigenlijk net zo hard zijn als die van Rutte I.

Asielzoekers demonstreerden gisteren tegen de ontruiming van hun tentenkamp in Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

Van grimmig tot xenofoob. Van symboolpolitiek tot onuitvoerbaar. Dat waren de gangbare kwalificaties voor het immigratiebeleid van het eerste kabinet-Rutte. Gedoogpartner PVV eiste verharding van het beleid, VVD en CDA gingen akkoord. De kritiek was groot, het was dé paragraaf die de aandacht trok, twee jaar geleden.

Het nieuwe asiel- en immigratiebeleid van Rutte II verschilt maar weinig van dat eerste, zeggen belangenorganisaties, Kamerleden van de oppositie en hoogleraren. Het immigratiebeleid komt neer op Rutte I, minus wat scherpe kantjes. „Verder aanscherpen en doorzetten van bestaand beleid”, zegt de één. Met wat kleine „presentjes voor de PvdA”, vult een ander aan.

Eén groot verschil met 2010: dit keer bleef het relatief stil over het onderwerp. Nu de gevolgen van de economische crisis voelbaar worden, doen principiële zaken er minder toe dan geldproblemen, zegt Wasif Shadid. Hij is emeritus hoogleraar interculturele communicatie en zag met verbazing hoe weinig reuring afgelopen weken ontstond over de immigratievoorstellen. „Eerst de eigen portemonnee, dan de moraal. Zo denkt de gemiddelde Nederlandse burger.”

Onderzoeken geven hem gelijk. Het Sociaal en Cultureel Planbureau onderzoekt continu waar Nederlanders zich zorgen over maken. En dat is steeds vaker over de economie in plaats van over immigratie, integratie en veiligheid. Waar in 2008 eenderde van de mensen deze laatste onderwerpen als probleem beschouwde, is dat nu nog 15 procent.

Bij de PvdA speelt nog iets anders mee. Het kinderpardon heeft als effectieve bliksemafleider gewerkt, denkt Wasif Shadid. Gewortelde asielkinderen krijgen dankzij de PvdA een verblijfsvergunning. Shadid: „Dat was communicatief heel handig.” De achterban van de PvdA nam met het succes van het kinderpardon de rest van de immigratie- en integratieplannen op de koop toe, zo lijkt het. En, Tweede Kamerleden van de partij zelf zeggen vergoelijkend: de PvdA wás allang zo invoelend niet meer, als het om integratie ging. Verplicht inburgeren vond ook de PvdA een goed idee. Daar hoorde verplicht Nederlands leren bij. En zo’n boerkaverbod? Daar is de PvdA ook vóór, althans in publieke sectoren, het onderwijs en daar waar veiligheid in het geding kan zijn.

Toch geeft Kamerlid Khadija Arib ruiterlijk toe dat ze pijnlijke punten heeft moeten accepteren. Zij is woordvoerder migratie en asiel voor de PvdA en ze hoopt in de uitvoering de afspraken nog te kunnen bijschaven, zegt ze. Bijvoorbeeld als het gaat over de eis dat mensen Nederlands moeten spreken om in aanmerking te komen voor bijstand. „Misschien kunnen we daar een periode aan koppelen, een uiterste datum waarvoor iemand dan alsnog de kans krijgt om Nederlands te leren.”

Van andere afspraken erkent Arib dat die niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn. „Maar ja, daarvoor hebben we nu eenmaal getekend. Heel vervelend, maar zo is het.” Zo wil het kabinet de naturalisatietermijn verder omhoog trekken, van vijf naar zeven jaar. Hetzelfde geldt voor stemmen voor de gemeenteraad en aanspraak maken op bijstand: dat zou ook pas na zeven jaar mogen. Terwijl dat in strijd is met Europese wetten: daarin staat dat ingezetenen vanaf vijf jaar verblijf aanspraak moeten kunnen maken op sociale voorzieningen.

Voor welk probleem deze langere termijnen een oplossing vormen? Arib kan het antwoord niet geven. En volgens hoogleraar migratiestudies Han Entzinger heeft dit soort afspraken juist een negatieve invloed op de integratie van immigranten. Onderzoeken tonen aan dat mensen sneller integreren als ze de zekerheid van het Nederlanderschap hebben. „Bovendien bevestigt dit het beeld van eersterangs en tweederangs burgers in onze samenleving.”

Sadik Harchaoui, directeur van Forum, instituut voor multiculturele vraagstukken, is het met hem eens: „Er valt geen inhoudelijk argument te verzinnen om deze termijn op te rekken.”

Bovendien is de afspraak zonder maatschappelijke discussie in dit akkoord terechtgekomen, zegt hij. „Alleen omdat het in een verkiezingsprogramma staat. Die termijn staat al decennia op vijf jaar.” De VVD wil de termijn oprekken naar tien jaar – de zeven uit het akkoord is dus een compromis.

Daarmee komt Harchaoui bij een fundamenteler bezwaar. Het kabinet mist visie over dit onderwerp, zegt hij. De immigratieparagraaf is vooral een technisch hoofdstuk, een opsomming van aanscherpingen. „Zonder een inspirerend vooruitzicht op integratie in Nederland te bieden. Zonder het belang van kennismigratie te noemen of te wijzen op de spanning en polarisatie die in buurten kan ontstaan door integratieproblematiek.”

Het kabinet onderschat ook de impact die de economische crisis heeft op integratie, denkt Sadik Harchaoui. Migranten hebben minder vaak een baan, en als ze er wel eentje hebben raken ze die sneller kwijt dan autochtonen. Het percentage werkloze niet-westerse allochtonen in Nederland is met 15 procent tweeënhalf keer groter dan gemiddeld. „Jarenlang was taal van belang, en meedoen met hoe het in Nederland werkt. Maar als kinderen van migranten straks wel cultureel ingeburgerd zijn, maar geen baan hebben, levert dat alsnog spanningen op.”

Het zorgelijkst aan het gebrek aan ophef over de strengere migratiemaatregelen is misschien wel dat burgers gewend zijn aan de harde taal en bijbehorende maatregelen, zeggen de hoogleraren. Begin jaren negentig begon VVD’er Frits Bolkestein over de noodzaak van integratie van moslimimmigranten. „Sindsdien is het beleid zienderogen verhard”, zegt emeritus hoogleraar Shadid. Hoge eisen aan immigranten zijn voor steeds meer partijen acceptabel geworden, ziet hij: „Op rechts natuurlijk. Maar ook een middenpartij als het CDA ging twee jaar geleden akkoord met de eisen van de PVV. En nu zijn kennelijk dit soort afspraken bij de PvdA ook normaal.”