De beloftes van Rutte

Kabinetten kunnen zich profileren met wat ze op stapel zetten, maar ook door wat ze met opzet nalaten. Met de intrekking van veertien wetsvoorstellen, die Rutte II gisteren bekendmaakte, krijgt dit kabinet kleur. Vooral doordat onredelijke of onverstandige plannen als de verhoging van de griffierechten of de verkleining van het parlement nu in de prullenbak zijn beland. Dat de VVD niet langer een coalitie vormt die gedoogd wordt door de PVV, maar nu de PvdA als partner heeft, is dus merkbaar.

Een consequentie is echter ook dat het vooral de premier is die van kleur is verschoten en wel in een mate die schade doet aan zijn geloofwaardigheid. Dat heeft hij voornamelijk aan zichzelf te wijten. Als lijsttrekker van de VVD heeft hij tijdens de verkiezingscampagne, die een zeer succesvol resultaat voor hem had, uitspraken gedaan met een stelligheid die zich nu tegen hem keert.

Bijvoorbeeld in het lijsttrekkersdebat op 4 september toen hij aankondigde dat Griekenland noch extra geld noch extra tijd zou krijgen om zich uit zijn economische malaise te werken. Een uitspraak die extra gewicht had, omdat hier niet alleen de lijsttrekker van de VVD sprak, maar ook de minister-president van Nederland. Die avond al voorspelden andere lijsttrekkers dat Rutte deze woorden niet zou waarmaken. Deze week kregen ze gelijk en dat wreven ze de premier gisteren in de Tweede Kamer in. Rutte „neemt andermaal een risico met zijn geloofwaardigheid”, commentarieerde ook deze krant op 5 september

In De Telegraaf van 7 september noemde Rutte handhaving van de hypotheekrenteaftrek „absolute topprioriteit”. ‘Rutte geeft hypotheekgarantie’, kopte de krant uitbundig. Die garantie bleek loos.

Op het partijcongres van de VVD op 25 augustus waarschuwde lijsttrekker Rutte voor de „afbraak door de socialisten” en noemde daarbij SP, PvdA en GroenLinks „één pot nat”. Hij kreeg luid applaus. Nu regeert hij met de PvdA.

Zeker, in verkiezingscampagnes gedragen politici zich anders dan in andere tijden. Dat is begrijpelijk; ze zijn uit op de gunst van de kiezers. Op hun beurt moeten kiezers begrijpen dat programma’s van politieke partijen geen beloftes zijn, maar hooguit intenties, die bovendien snel door de realiteit kunnen worden achterhaald.

Maar van de lijsttrekkers mag dan wel worden verwacht dat ze niet zulke stelligheden verkondigen als Rutte heeft gedaan; dat geldt te meer voor de lijsttrekker die tevens premier is. Een premier die, ook als hij als lijsttrekker optreedt, hoort uit te leggen dat regeren slechts kan door het sluiten van compromissen in Den Haag en Brussel. En dat je van een Torentje niet zo hoog kunt blazen.