Boer zoekt opvolger

Het aantal boeren met een opvolger stijgt weer. Toch kampen veel boeren met een probleem: wie gaat het bedrijf straks overnemen?

De Bomenweg in Emmeloord, in het hart van de Noordoostpolder. Zes mooie, ruim opgezette boerderijen liggen aan dit doodlopende weggetje. Zes landbouwers, van wie er slechts één een opvolger heeft: Harry Borgijink (62). Hij is blij dat het bedrijf in de familie blijft. „Ik heb veel liever een opvolger dan dat ik het verkoop.” Zijn zoon Michel Borgijink (31) – de derde generatie op het bedrijf – gaat de boerderij leiden. Samen geven ze een rondleiding over het gemengde bedrijf, met akkerbouw en melkvee. Veel tijd hebben ze niet, want straks moeten ze suikerbieten oogsten.

Een paar kilometer verderop, de Karel Doormanweg in Tollebeek. Ook aan deze weg zijn in de loop der jaren veel boeren gestopt bij gebrek aan opvolging, zegt akkerbouwer Eric Pelleboer (27), die het landbouwbedrijf van zijn vader Henk (62) voortzet. Zij hebben de suikerbieten al gerooid, grote hopen liggen op het erf. In de schuren laten Pelleboer junior en senior trots de aardappels en uien zien die ze dit najaar hebben geoogst.

Het aantal land- en tuinbouwers van 55 jaar en ouder dat een opvolger heeft is dit jaar, na een jarenlange daling, gestegen, zo bleek vorige week uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 34 procent heeft dit jaar een opvolger klaarstaan, tegenover 29 procent vier jaar geleden.

De stijgende cijfers zijn een positief teken voor de land- en tuinbouwsector. Toch blijft het een laag percentage. Opvolging is nog steeds een groot probleem. De landbouw vergrijst en het is de vraag of er straks wel genoeg jonge Nederlandse boeren zijn om de sector draaiende te houden.

Waarom staan jongeren niet te springen om boer te worden? Belangrijkste reden is de financiering bij een overname. Een landbouwbedrijf vertegenwoordigt al snel een waarde van een paar miljoen euro. De eerste jaren voor de nieuwe, jonge boer zijn zeer kapitaalintensief. Tegelijkertijd is het rendement op boerenbedrijven laag: je maakt veel uren voor een laag inkomen. De financiële drempel om een bedrijf over te nemen is hoog. „Je wordt geen boer om veel geld te verdienen, je wordt boer omdat je dat wilt”, zegt Borgijink senior.

Zijn zoon Michel wilde altijd al boer worden, lage opbrengst of niet. Op jonge leeftijd liep hij al in een overall rond. Sinds drie jaar zit hij met zijn vader en moeder in een maatschap. Michel: „Ik zal eerst vermogen moeten opbouwen om het bedrijf te kunnen overnemen. Het kan nog wel tien jaar duren voordat ik zelfstandig word.” Borgijink wil op termijn uitbreiden, van zeventig naar tweehonderd melkkoeien. De stal is al uitgebouwd. Maar hij weet: zodra hij er alleen voorstaat, zal hij veel aan rente en aflossing moeten betalen. „Dat worden zware jaren.” Zijn nachtmerrie is dat hij het na een paar slechte jaren financieel niet meer rond krijgt.

Ook Pelleboer brandt van de ambitie. „Ik wil binnen nu en tien jaar een verdubbeling van de bedrijfsomvang: van veertig naar tachtig hectare.” Maar eerst de maatschapperiode met zijn vader en moeder doorlopen. Pelleboer, die in het dagelijks bestuur van belangenvereniging Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) zit, maakt zich zorgen over de situatie van jonge landbouwers in Europa. Het gebrek aan opvolging speelt ook in andere landen. Hij rekent erop dat de Nederlandse overheid alle mogelijkheden die Brussel voor beginnende boeren biedt, ook benut. „Juist nu, in een tijd van verduurzaming en innovatie, moet je investeren in jonge boeren. Een boer van vijftig jaar of ouder gaat echt niet meer zijn bedrijfsvoering omgooien.”

Bij de overname gaat het vaak fout in de communicatie met broers en zussen, zegt Ramon Klaassens, binnen het NAJK verantwoordelijk voor de portefeuille bedrijfsovername. Als een zoon of dochter het bedrijf overneemt, wordt een aanzienlijk deel geschonken, omdat het bijna onmogelijk is om het bedrijf tegen de marktwaarde af te lossen. „Het komt vaak voor dat broers en zussen niet in het proces betrokken worden. Zij schrikken als ze opeens zien wat het bedrijf waard is en waarvoor het wordt overgenomen, soms voor minder dan 50 procent van de waarde.” Zijn advies: communiceer duidelijk.

De ‘gunfactor’ van broers en zussen is erg belangrijk, weet Borgijink. Zijn jongere broer had ook de ambitie om het bedrijf over te nemen. „Hij gunde het mij en koos voor een andere baan. Maar als ik aan het oogsten ben, is hij de eerste die belt of hij kan helpen.”