Beslissende overeenkomst? Nee, dat is te optimistisch

Zeventig miljoen euro per jaar uit de Nederlandse schatkist. Dat kost de versoepeling van de voorwaarden van het Europese noodpakket voor Griekenland, die de Europese ministers van Financiën hebben afgesproken.

Minister van Financiën Dijsselbloem (PvdA) presenteert het bedrag als een jaarlijkse uitgave. Maar zou hij dit op de gangbare manier doen, waarbij uitgaven over de jaren bij elkaar worden opgeteld, dan gaat het over veel meer.

Het pakket dat nu voorligt, is omvangrijk: een verlaging van de rentevoet op bilaterale leningen met 1 procentpunt; van de rente op leningen via het steunfonds EFSF met een 0,1 procentpunt; het doorschuiven van rentebetalingen op de EFSF-leningen; een verlenging van looptijden tot 15 jaar en een afdracht van mogelijke boekwinsten van de Europese Centrale Bank en nationale centrale banken op eerder ingekochte Griekse staatsleningen. Ook krijgt Griekenland de mogelijkheid eigen staatsleningen goedkoop terug te kopen op de markt.

Er zijn, zoals altijd, draconische voorwaarden aan verbonden en Griekenland moet deze schuldverlichting in feite nog verdienen door zich aan de afspraken te houden. Van de Griekse inkomsten gaat een nóg groter deel dan voorheen naar een aparte rekening, buiten de invloed van Athene.

Boekhoudkundig ziet de deal er op het eerste gezicht goed uit. In plaats van dat de Griekse schuld stijgt richting 200 procent van het bruto binnenlands product in 2020, moet dat nu 124 procent worden en in 2022 lager dan 110 procent.

Dat gaat niet zonder dat dit de crediteuren, waaronder Nederland, geld kost. Opgeteld over de jaren die de schuld loopt, gaat het dus om een veelvoud van Dijsselbloems 70 miljoen per jaar. Het zou de minister sieren dat bedrag dan ook te noemen.

Met de overeenkomst is de angel uit het sluimerende conflict tussen de eurogroep en het Internationaal Monetaire Fonds, dat schuldverlichting voor de Grieken als enige logische oplossing ziet. Het direct kwijtschelden van een deel van de Griekse schuld is vermeden, onverkoopbaar als dit is aan het electoraat in vooral de noordelijke eurolanden, waaronder Nederland.

De praktijk zit hem evenwel in de kleine lettertjes en vooral in de interpretatie daarvan in de hoofdsteden. Doorbraken in de eurocrisis zijn de afgelopen jaren zo vaak al dagen en soms uren na presentatie verschillend uitgelegd dat gezond wantrouwen op zijn plaats is. Het zou mooi zijn als dit de beslissende overeenkomst over Griekenland is. Maar het is te optimistisch om daar nu al van uit te gaan.