Avonturier, maar geen reiziger

Met 20 kilometer per uur van Terschelling naar Kaap de Goede Hoop. ‘Trekkermeisje’ Manon Ossevoort (36) over haar bijna voltooide wereldreis.

Theatermaakster Manon Ossevoort reed op haar tractor van Terschelling naar Afrika. Vier jaar en 38.000 kilometer later kwam ze in 2008 aan in Kaap de Goede Hoop. Onderweg verzamelde ze dromen en verhalen van mensen en speelde ze voorstellingen. Over het eerste jaar van haar reis schreef ze een boek Op de tractor naar de Zuidpool. Haar uiteindelijke doel – per trekker naar de Zuidpool – ging niet door, maar kan volgend jaar alsnog worden verwezenlijkt. Wat dreef haar en hoe deed ze dit? Wie is de vrouw achter het trekkermeisje?

„Ik had nog geen bingo of feestje in mijn leven georganiseerd”, vertelt ze. „Ik heb alles zelf moeten uitzoeken. Niemand had het eerder gedaan. Ik las alleen een boek van een meisje dat te voet door Afrika trok. Te voet is voor een vrouw nog kwetsbaarder dan op een trekker.”

Waarom een tractor?

„Die trekker maakt iedereen aan het lachen. Het werkt ontwapenend. Zonder trekker werd ik onzeker, in Noord-Oeganda bijvoorbeeld bij bezoek aan War Child-projecten. Een tijdje voor mijn reis liep ik in de bossen in Spanje en kwam een soort trekkerkerkhof tegen, trekkers, overgroeid. Heel mooi. Ik dacht: Ik kom potverdorie uit Twente, maar ik heb nog nooit op een trekker gereden. Ik was net een verhaal aan het bedenken en die trekker sprak tot mijn verbeelding. Als ode aan mijn roots, aan humor, boerennuchterheid, praktisch zijn. Als je iets wilt, moet je niet praten, maar het doen. Je hoeft niet snel te zijn, als je maar stug volhoudt. Met een fiets of een auto had ik te stoer moeten zijn. Dat hobbelen relativeert. Het was ook een conflict met mijn dorp. Daar moest je gewoon doen, dan deed je al gek genoeg. Hij staat nu gratis voor mijn deur geparkeerd.”

Je reed naar het denkbeeldige ‘Einde van de wereld’?

„Ja, waar zou dat zijn? Voor mij als volwassene was dat een oorlogsgebied, met hongersnood, een plek waar mensen de hoop verliezen. Als kind zou ik zeggen de Zuidpool. Die twee ging ik in mijn reis combineren. Om te laten zien dat het einde van de wereld niet bestaat. Ik kwam in moeilijke gebieden: Bosnië, Noord-Kenia, Kosovo, Soedan. En overal vond ik ook mensen die de moed juist niet opgaven, hoopvolle verhalen, die sprankeling, dat magische. En ik zag dat waar je ook bent, je altijd en overal veilig kunt zijn.”

En geld?

„Ik was er heilig van overtuigd dat ik sponsors zou krijgen. Maar bedrijven durfden niet te sponsoren voordat ze zagen dat het kon. Ik heb wel veel hulp gehad van mensen met kennis. Iemand maakte een website, de verzekering werd gesponsord, iemand van het departement van Ontwikkelingssamenwerking hielp. Ik ben van Terschelling heel stilletjes weggereden. Er was ook veel mis gegaan met sponsors en media. Ik heb ongeveer alle fouten gemaakt die je kunt maken. Maar ik had een subsidie van stichting Doen, mijn volgteam sponsorde hun salaris en Sissy Boy verkocht T-shirts van mijn tractor in hun winkels: 5 euro was voor mijn reis en 5 euro ging naar de goede doelen.

„Onderweg speelde ik ook voorstellingen, voor The Hunger Project bijvoorbeeld. Mijn zus en ouders hebben thuis de webwinkel gedaan. En elke keer als ik diesel of een visum nodig had, dan waren er een paar mensen die T-shirts of een kilometer hadden gekocht in Nederland. Dan kon ik weer twee maanden verder. Ik heb vier jaar lang bij gratie van die inspiratie kunnen reizen, crowd funding voordat het bestond.”

Hoe kwam je aan eten?

„Eten kostte bijna niets. Op een landkaart zie je plaatsjes, daar wonen mensen en dan is er altijd wel eten. Ik dacht vooral aan tanken. Er is natuurlijk geen website te vinden met alle tankstations erop. Maar in winkeltjes in de woestijn bleek ook diesel te zijn. Op 1 tank kon ik 760 kilometer rijden en met wat jerrycans had ik 1.200 kilometer voorraad. Ik had veel water bij me. En ook blikjes pasta, bonen en tonijn in mijn kist. Met pech kon ik een maand vooruit. Ik ben de Sahara in Egypte gewoon ingegaan. Ik heb daar vastzittende auto’s uit het zand geholpen. Ik was een soort ANWB in Afrika, werd steeds lokaler. Als je zo heel langzaam bent, is het leven ook heel dagelijks, praktisch, down to earth. Ultieme onthaasting. Voor zonsopgang opstaan. Je geeft mensen een lift onderweg en je eet. Dan ben je niet bezig met je grote missie. Je bent op weg, je drinkt je kopje thee. Ik heb ook goed leren opruimen enzo.

„Dingen waar je van te voren van denkt dat het een probleem is, bleken dat niet te zijn. In de woestijn was er altijd zo’n watertoren in een dorp. Daar was het water. In islamitische landen staan er ook kruiken water langs de kant van de weg. Als gebaar van gastvrijheid. Eerst dacht ik: ik ben onveilig in een land waar geen trekkers zijn. Maar ik was onveilig in een land waar geen religie meer is, waar een soort basismoraal is verloren.”

Waarom zo bezig met veiligheid en het einde van de wereld?

„Tja, ik zeg het niet vaak, maar vertelde er laatst ook over in mijn TEDx-lezing, ik ben op mijn 18de verkracht. Ik had daarna een posttraumatische stressstoornis, weet ik nu. Je bent dan stuk en komt mensen tegen die ook stuk zijn. De hele wereld zegt dat je er niet overheen komt. Ik heb in die tijd Amsterdam echt van zijn slechtste kant gezien. Daar moest ik wel uitkomen. Ik wilde niet het slachtoffer blijven dat geen slachtoffer wilde zijn. Ik ben de strijd aangegaan, met rechtszaken, die man zit nu achter tralies. Het was een psychopaat. Hij heeft honderden meisjes misbruikt. In die tijd leek het ook een belachelijke droom, dat ik theater wilde maken. Kon ik niet iets zinnigs doen, advocaat worden ofzo? Het heeft veel energie gekost. Maar ik kwam eruit. Ook omdat andere meisjes getuigenissen aflegden. Door voor hen op te komen, leerde ik voor mezelf opkomen. Ik heb mijn onbevangen blik teruggevonden. En daarna mijn mimeopleiding afgemaakt. Maar die overleefmodus bleef, dus werd ik overambitieus. Verkrachting is een heel effectief wapen, alsof je ergens een bom implanteert. Dat hoorde ik een legerofficier op tv zeggen. Je hoeft weinig te doen: de persoon zal imploderen of exploderen, zichzelf of anderen stuk maken. Ik was heel voorzichtig na de verkrachting, ik wilde niet helemaal stuk gaan. Mijn wereld is drie jaar heel klein geweest. Ik moest die bom ontmantelen. Mijn grootste angst was dat het een cynisch einde zou krijgen, deze reis. Maar mensen waren overal zo vriendelijk, ze hadden prachtige verhalen en ik nu ook.”

Maar je bleef alert?

„Je slaapt altijd met een oog open. En als je bijvoorbeeld een dorp binnenkomt en je hebt iets nodig, dan ben je kwetsbaar. Dan moet je niet met de eerste de beste in zee gaan die wil helpen. Ik keek altijd net even verder, naar een verantwoorde huisvader of oma, die alles van een afstandje bekijkt. Het is boerenverstand, niet alleen maar open zijn, maar je wel aanpassen. In Egypte ging ik bijvoorbeeld mijn polsen bedekken. In Afrika moet je ook altijd even afstappen en de tijd nemen voor contact. Ik zorgde ook altijd dat ik niet te mooi was. Ik viel al zo op. En ik heb een scherpe intuïtie. Dat heb ik ook geleerd van die verkrachting, dat was geen foute, vieze man. Je ziet het niet aan iemand en toch, er is een stemmetje dat zegt: het voelt niet goed. Daar moet je altijd naar luisteren. Altijd, niet te aardig zijn. Ik kwam onderweg hele krachtige vrouwen tegen. Ze nemen overal de leiding in Afrika. „Mannen, gaan jullie maar dingetje doen, wij zorgen dat het hier op rolletjes loopt.” Hier in het Westen zijn we zo versnipperd geraakt, in Afrika hebben vrouwen onderling een veel sterkere band. Hier communiceren mannen en vrouwen wel weer beter samen. Ik heb weinig vriendjes gehad. Snelle radioreporters zeiden: „Die reis is onmogelijk, want je hebt geen seks?” In Nederland kun je dat toch ook hebben? Nee, ik was niet bang voor aids. Ik had condooms bij me, die ik niet gebruikte. Ik wou dat ik wel wat meer een party animal was. Dan had ik meer feestjes gehad.”

Wat was anders aan het reizen?

„Je moet voortdurend openstaan, je bent altijd te gast. Ik had een tentje op mijn trekker om wild te kamperen. In Afrika hebben mensen ook minder met privacy. Gelukkig ben ik in een restaurant opgegroeid met bruiloften en partijen. Als kind zat ik ook altijd tussen mensen. Ik werd onderweg gevolgd door de media en ik had van een geheime sponsor een satelliettelefoon meegekregen. Voor interviews en in geval van nood. Maar je kunt beter lokaal hulp zoeken. Contact leggen is ook je bescherming.”

En de Zuidpool?

„Ja, die duizenden dromen, die wensbriefjes worden straks op microfilm gezet. Mijn verhaal bleek mensen te herinneren aan hun dromen. Ze gaan in de buik van een sneeuwpop op de Zuidpool als eerbetoon. En hier? Ik ben een soort marktkoopman geworden, heb veel gesprekjes op straat. Ik ben avontuurlijk, maar eigenlijk helemaal geen reiziger. Ik wilde steeds vaker wortelschieten en mensen beter leren kennen. Mijn familieband is sterker, ik was de verloren dochter die thuis kwam, terwijl ze middenin Afrika zat. Ik moest hele grote wereldse daden uitvoeren om uiteindelijk de moed te hebben hier een intieme relatie aan te gaan.”