Als de baas vreemdgaat

Als een leidinggevende vreemdgaat, is dat dan zijn privézaak? Zelden, blijkt in de praktijk. Ook werknemers kunnen zich bedrogen voelen.

Zeventien jaar voordat David Petraeus, de baas van de Amerikaanse CIA, in een brief aan zijn medewerkers een buitenechtelijke affaire opbiechtte, schreef een vooraanstaande Nederlandse bankier eenzelfde soort ongemakkelijke mail aan zijn collega’s.

Hij bevestigde dat het waar was wat al werd gefluisterd. Hij had een relatie gekregen met zijn persoonlijk assistente. En of iedereen nu weer aan het werk kon gaan.

Rijkman Groenink – die later bestuursvoorzitter zou worden van de ABN Amro bank – was er helemaal de man niet naar om zo’n privézaak publiek te maken. Zelfs naaste collega’s kenden hem als de eeuwige professional, die zelden persoonlijk werd.

Dus dat de relatie met zijn vrouw na jaren ‘op’ was; dat hij zich aangetrokken voelde tot de vrouw met wie hij dagelijks werkte – wie ging dat wat aan? Velen hadden het er inmiddels over, dat wel. Er werd over de verhouding gespeculeerd in de gangen van het hoofdkantoor.

De hoogste baas, Jan Kalff, had al gewaarschuwd: dit mag geen geduvel geven. Zeker nu, in een gevoelig traject van cultuuromslag binnen de bank, waren aanhoudende roddels over een belangrijke leidinggevende ongewenst. De rust moest terug.

De affaires van machtige mannen hebben altijd een hoog oh-la-la-gehalte gehad. Of het nou gaat om de heimelijke bedgenote van generaal Petraeus of eeuwen eerder de Borgia-paus: publieke belangstelling gegarandeerd. De cocktail van macht, geheimen en seks lijkt exotisch.

Toch maken veel Nederlanders zo’n overspelzaak van dichtbij mee, in een omgeving die ongeveer zo pikant is als een door tl-balken beschenen kantoorruimte. Want dat is de locatie waar veel affaires spelen: op het werk.

Als de cijfers daarover kloppen tenminste. En daarbij kun je wel vragen stellen. Want veel onderzoek is verricht door bladen en websites, bedoeld om lezers rode wangen te geven, niet om tegels te lichten.

Zo zou 60 procent van de managers wel een collega kennen die het bed deelt met een ander dan de partner, schreef Management Team in 2007. De Britse site Here is the City meent zelfs dat 72 procent van de bankiers de partner bedriegt.

Academisch onderzoek resulteert in kalmere statistieken. Volgens de universiteit van Washington heeft 19 procent van de getrouwde mannen en 13 procent van de vrouwen een affaire gehad. De Nederlandse sociologe Iteke Weeda schatte het aantal vreemdgangers-op-het-werk ooit op één op de tien Nederlanders.

Met die slag om de arm zijn dan nog steeds veel Nederlandse werknemers getuige van een binnenskamers vertoonde soap, waarin de baas de hoofdrol vertolkt.

Dat juist indiscreties van de directeur opvallen, heeft twee redenen. Misschien gaan ze, om te beginnen, gewoon vaker vreemd. Uit een vorig jaar verricht onderzoek door de universiteiten van Tilburg en Groningen kwam naar voren dat macht de kans op ontrouw vergroot.

„Machtige personen – mannen én vrouwen – stralen meer vertrouwen uit en trekken makkelijker partners aan”, zegt onderzoeker en hoogleraar leiderschap Janka Stoker. Daarbij: personen op een voetstuk worden beter gezien, vaker besproken en dus sneller betrapt.

„Er zijn bedrijfsgeheimen en bedrijfsgeheimen”, zegt emeritus hoogleraar Stefaan Lievens. „Het recept van Coca-Cola? Dat blijft geheim. De affaire van de directeur? Vergeet het maar.”

De psycholoog doceerde jarenlang aan de universiteit van Gent en bestudeerde daarnaast liefdes op de werkvloer, wat in 2001 resulteerde in zijn boek Passie op de werkvloer. „Mensen hebben tentakels voor dit soort zaken”, zegt hij. „Ze pikken subtiele signalen op.” In het geval van Rijkman Groenink was het één bankier bijvoorbeeld opgevallen dat hij altijd eerst naar zijn assistente keek, voor hij een beslissing nam.

Weer anderen – vertelden ze aan Jeroen Smit, die over ABN Amro het boek De Prooi schreef – merkten dat de baas en zijn assistente geregeld als laatsten overbleven op kantoor. Als de rest vertrok, zei hij nog even iets te willen doornemen met haar.

Maar áls leidinggevenden vaker vreemdgaan, en áls dat sneller opvalt, blijft nog die vraag overeind waarmee Groenink ook moet hebben gezeten: gaat dit de overige werknemers iets aan? Ja, zegt hoogleraar Lievens. Meestal toch wel.

Om te beginnen levert een verhouding een vervelende situatie op voor de cirkel direct rond de directeur. De secretaresse die bij jubilea bloemen bestelt voor de echtgenote van de baas, moet nu tegen dezelfde vrouw liegen dat hij in vergadering is. Terwijl ze weet dat hij een hotelkamer deelt met dat mens van P&O.

In het geval van Petraeus betrof het de lijfwachten die hem vergezelden op lange wandelingen met zijn minnares. Van hen werd discretie verwacht, ongeacht hun eventuele opvattingen over de kwestie.

Vanaf daar kan het ongemak in bredere cirkels de organisatie in golven, zelfs de sfeer in een heel bedrijf vergiftigen, zegt Lievens. „Op het werk wordt men geacht bezig te zijn met werk. Dan kan de baas zijn tijd niet aan frivolere zaken besteden. Dat geeft onvrede. Zijn de regels soms de regels niet meer? Is die baas nog wel serieus te nemen? Hoe betrouwbaar is hij als leidinggevende?”

„Nog schadelijker is het vermoeden dat het liefje van de baas nu zal worden voorgetrokken, als zij ook in het bedrijf werkt. Veel mensen zullen zich afvragen of functioneringsgesprekken en promoties nog wel eerlijk gaan. Wat betekent dat voor hun positie? Worden zij benadeeld?”

Lievens zegt een bedrijf te kennen dat na enkele affaires zelfs dicht moest. „Er heerste zo’n klimaat van roddels en gemopper dat goede mensen vertrokken en anderen de motivatie verloren. Uiteindelijk daalde de productiviteit en greep het Amerikaanse moederbedrijf in.”

Het maakt voor de sfeer trouwens weinig uit of een leidinggevende er ook inderdaad een regime van favoritisme op gaat nahouden. „Bij geruchten is perceptie alles.” Dus vragen stellen bij iemands functioneren is voldoende, antwoorden geven hoeft niet.

Weinig situaties zijn zo overzichtelijk als die van staatssecretaris van Defensie Jack de Vries. Hij overtrad met zijn buitenechtelijke affaire de regel dat een hooggeplaatste bij het leger geen relatie mag aangaan met een lager geplaatste – zijn persoonlijk adjudante bijvoorbeeld. Het was duidelijk dat hem formeel iets te verwijten viel, en ook wat.

Veel andere bazen en minnaressen zijn op de werkvloer beschuldigd, aangeklaagd en veroordeeld zonder duidelijke zaak, volgens Lievens. Dat is de keerzijde van minnaars die er niet bij stilstaan of hun affaire de werksfeer beïnvloedt: collega’s die roddelen en lasteren zonder zich te bekommeren om de consequenties daarvan. „Het idee dat iemand anders onterecht promotie maakt, kan mensen bederven met jaloezie”, zegt Lievens. Dan gaat het vat met oerdriften open: kwaadspreken, overdrijven, intimideren, pesten en negeren. „Mensen kunnen zeer beschadigd raken in hun persoonlijke leven en in hun loopbaan.”

Vooral de maîtresse is de klos. Helemaal als het bedrijf, om de sfeer te herstellen, ingrijpt. Zij vliegt er dan vaak uit. „De top van de firma maakt doorgaans een simpele afweging: wie kunnen we het beste missen?”

En de positie van de baas? Zijn imago raakt gebutst. Maar zijn positie komt minder snel in gevaar, denkt Janka Stoker. „Volgens mij maakt het heel erg uit in welke mate de waarden van de leider in overeenstemming zijn met zijn handelen. Ik vraag me af of het enorm veel uitmaakt voor een leider die daar nooit veel over heeft gesproken.”

Misschien vatte Petraeus de situatie in zijn brief goed samen. Hij zei op te stappen omdat zijn gedrag onaanvaardbaar was „voor de leider van een organisatie als de onze”. Bij een instelling die minder om vertrouwen en patriottische waarden draaide, had hij wellicht op zijn post kunnen blijven.

Overigens deed zowel de generaal als de bankdirecteur als de staatssecretaris uiteindelijk het enige juiste, zegt Lievens. „Als er geruchten ontstaan en het imago van je organisatie staat op het spel, moet je de relatie toegeven. Dat is de enige manier om onrust de kop in te drukken.”

„Twee voorbeelden: de Belgische koning Albert heeft een onechte dochter. Maar vanwege zijn katholieke achterban weigert hij haar te erkennen. Al jarenlang is dat voer voor antimonarchisten en het schaadt zijn aanzien. Maar toen Mitterrand, de Franse president, werd gevraagd naar zijn buitenechtelijk verwekte dochter zei hij: Et alors? Nou en? Zijn vrouw was op de hoogte, de minnares wist van de vrouw, de dochter kende haar vader. Nu de rest van land het ook wist, was hij vrij om zijn privacy terug te eisen.”