Column

Aanwakkerende veenbrand

Het woord ‘veenbrand’ is in 2002 opgenomen in onze politieke woordenschat. Politicus Pim Fortuyn was vermoord. Zijn optreden in de verkiezingscampagne had duidelijk gemaakt dat er een geweldige onvrede broeide in het Nederlandse electoraat. Het kabinet dat daarna aantrad, met leden van de LPF op belangrijke posten, bleek een van de onbekwaamste uit onze geschiedenis te zijn. In die tijd is ‘veenbrand’ een politieke term geworden.

Na het echec van de LPF duurde de veenbrand voort. Een paar partijen hebben geprobeerd het verschijnsel te exploiteren. Eerst Rita Verdonk, met haar Trots op Nederland; toen Geert Wilders met de PVV. Twee mislukkingen. Hun radicalisme sloeg niet voldoende aan. De meerderheid, van welke overtuiging ook, was te kritisch, te nuchter. De uitslag van de jongste verkiezingen is nog altijd een triomf der gematigden, maar de ongekende verwarring van de kabinetsformatie heeft het oude wantrouwen doen herleven.

Deze keer is het Hans Wiegel die het woord gebruikt heeft. In een interview met onlineweekblad Intermediair zei hij: „Ik maak me nu echt grote zorgen over de positie van mensen van, zeg, 25 tot 43 jaar. Die generatie krijgt het niet alleen nu slechter, maar ook op de lange termijn. En dat laatste is het gevaarlijkst. Dat is nu misschien een veenbrand, en straks misschien een uitslaande brand.” Wiegel heeft gelijk. Het risico groeit.

De oorzaak is tweeledig. Ten eerste heeft de politieke klasse sinds het aantreden van het kabinet-Rutte I in versneld tempo haar geloofwaardigheid verloren. Het gaat niet om een bepaalde partij. Het geldt voor wat we in het spraakgebruik ‘Den Haag’ noemen – de verzamelnaam voor de Eerste en de Tweede Kamer, het kabinet en de departementen. In oktober 2010 kwam het kabinet-Rutte I, van de VVD en het CDA, dat ‘gedoogd’ werd door de PVV. Het was een monsterverbond dat geduurd heeft tot 21 april 2012, toen Geert Wilders zijn steun opzegde. Daarna kregen we – op grondslag van het Lenteakkoord – de Kunduzcoalitie, gesteund door VVD, CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie.

Op 12 september zijn we opnieuw naar de stembus gegaan. Het resultaat is Rutte II, het kabinet van VVD en PvdA, dat zijn kans op bijval van het electoraat al heeft verloren voordat het goed en wel is begonnen met regeren. De plannen met de inkomensafhankelijke zorgpremie hebben kwaad bloed gezet. De prognose van het Centraal Planbureau dat de hele burgerij er 5 tot 10 procent op achteruit zal gaan, heeft in deze tijd van crisis een nog sluimerende volkswoede gewekt. Niet uitgesloten dat het nog erger wordt. De opmerking van PvdA-voorzitter Hans Spekman dat „nivelleren een feestje is” heeft grote verontwaardiging gewekt.

Over het algemeen genomen heeft deze formatie de toch al grote weerzin tegen ‘de’ politiek doen toenemen. Raadpleeg op internet de digitale stem des volks. Politici zijn graaiers, zakkenvullers en plucheklevers.

Dit proces van groeiend wantrouwen is een jaar of tien gaande. We moeten langzamerhand onder ogen zien dat het cumulatief is. In deze periode hebben we geen partijen of politieke leiders gehad die het electoraat hoop gaven op betere tijden. In plaats hiervan is de verbittering gekomen. Zo komen we op de andere oorzaak van de veenbrand: de economische crisis. Deze duurt al een jaar of vier. Ook de beste deskundigen weten geen overtuigende en merkbare oplossing hiervoor. Steeds meer mensen komen tot de conclusie dat hun leven uitzichtloos is geworden. Misschien is het een idee om eens een inventarisatie te maken van de wrok.

Wat moeten we ons onder deze omstandigheden voorstellen van een voortwoekerende veenbrand die, zoals Hans Wiegel zei, zich zal ontwikkelen tot een uitslaande brand? Er zijn landen die in aanmerkelijk groter nood verkeren, zoals Spanje en Griekenland. Daar komt het geregeld tot uitbarstingen. Maar hier? Het Museumplein, het Malieveld vol woedende burgers die, aangemoedigd door de sociale media, ‘het niet meer pikken’ en in wanhopige woede slag leveren met de politie? Een revolutionair gezelschap dat zich in Den Haag meester probeert te maken van de macht? Deze voorstellingen lijken voorlopig nog ontsproten te zijn aan een verhitte fantasie, maar laten we ons even voorbereiden op het zwartste scenario. Zo’n volksopstand zou gedoemd zijn tot mislukken, maar wel gevolgen hebben. Misschien overleeft een demonstrant of een politieagent het niet. In dit stadium van onze cultuur wordt deze ongelukkige binnen minder dan een etmaal een door de media uitgebuite martelaar. Dit heeft opnieuw een cumulatief effect. De natie wordt meegezogen in een spiraal van haat. Dit is het verre risico van een onopgeloste crisis.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.