‘Aan ons eten ga je de klimaatramp zien’

Terwijl in Doha wordt onderhandeld over een nieuw klimaatverdrag, legt milieuanalist Lester Brown uit dat we geen tijd te verliezen hebben.

In de Chinese provincie Xinjiang dreigen de Taklimakan- en de Kumtagwoestijn één te worden. Foto AFP

De tijd dringt, denkt Lester Brown, een van de belangrijkste Amerikaanse milieuanalisten. De mensheid staat aan de vooravond van een ongekende voedselcrisis. Als we niet snel handelen, zal een gevaarlijke mix van overbevolking, armoede, klimaatverandering en ontbossing wereldwijd leiden tot snel stijgende voedselprijzen, sociale onrust en politieke instabiliteit.

Het is geen vrolijke boodschap die de 78-jarige Brown, volgens de Washington Post ‘een van de meest invloedrijke denkers ter wereld’, zijn publiek in de Amsterdamse Balie maandag voorhield. Toch is Brown, die sinds de eeuwwisseling met het zijn Earth Policy Institute werkt aan een ‘Plan B’ om het tij te keren, geen pessimist. „Een economie kan heel snel veranderen. Na Pearl Harbor werd de Amerikaanse industrie in een paar maanden volledig omgebouwd. Dat is bemoedigend. We kúnnen veranderen als het nodig is.”

Maar ziet u al een ‘Pearl Harbor’ voor het milieu?

„Nee, er is geen eenduidige bedreiging. Het is overal om ons heen. De menselijke soort is heel goed in het reageren op een directe dreiging. Risico’s op de lange termijn kunnen we intellectueel wel bevatten, maar ze verhogen de adrenaline onvoldoende om meteen te handelen.

„De bezorgdheid groeit wel. Zoals door de droogte van deze zomer in het middenwesten van de VS. Daardoor mislukte de maïsoogst en schoten de voedselprijzen omhoog. De vraag is of er genoeg regen zal vallen voordat we de maïs voor volgend jaar moeten zaaien. De verwachting van de meteorologen is dat het zeker tot januari droog blijft.”

„En de droogte werd op de hielen gezeten door Sandy. De orkaan heeft de emoties verder versterkt. Mensen zijn toenemend bezorgd. Dit zou klimaatverandering kunnen zijn, het zou ons naar onontgonnen gebied kunnen voeren.”

Hoe belangrijk is een nieuw klimaatverdrag, waarover in Doha onderhandeld?

„Het klimaat is aan het veranderen en loopt niet meer in de pas met de landbouw. We leven in een periode waarin al zo’n 11.000 jaar sprake is van een relatief stabiel klimaat. Ons landbouwsysteem is ontworpen om in dat klimaat de opbrengst te maximaliseren. Nu de landbouw en het klimaat steeds verder uit elkaar gaan lopen, kan de productiviteit afnemen. Dat is een grote zorg.”

Wat kunnen we eraan doen?

„Er wordt veel over ‘adaptatie’ gepraat. Omdat het ons niet lukt om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, moeten we ons maar aanpassen. Maar daar zie ik geen heil in, dan blijf je achter de feiten aanlopen. We zullen de oorzaken van klimaatverandering moeten wegnemen. Hoe? Door een reële prijs voor de uitstoot van broeikasgassen te betalen, een belasting op CO2. Tegelijkertijd kan de inkomstenbelasting omlaag. Zo worden de kosten van klimaatverandering opgenomen in het economisch systeem.”

Zou het in Doha meer over voedselvoorziening moeten gaan?

„Ons eten wordt het meest zichtbare thema van klimaatverandering. Als je zegt dat de concentratie van kooldioxide in de atmosfeer de gevaarlijke 400 deeltjes per miljoen nadert, kunnen de meeste mensen zich daar weinig bij voorstellen. Maar stijgende voedselprijzen begrijpt iedereen. Dat wordt de belangrijkste indicator van het klimaatbeleid.

„Vaak ontstaan voedseltekorten door een gebrek aan water. Veel landen importen water. Niet direct, maar via de import van graan. Voor de productie van één ton graan is duizend ton water nodig. Granen vormen de valuta van de internationale waterhandel. We moeten nu nadenken over het vergroten van de productiviteit van water. We moeten nieuwe vormen van irrigatie ontwikkelen en andere plantensoorten. Zoals we in de afgelopen halve eeuw de productiviteit van landbouwgrond hebben verdrievoudigd.”

Is ‘landgrabbing’, het opkopen van vruchtbare grond in andere landen, niet eenvoudiger?

„Dat leek een paar jaar geleden een oplossing. Maar de moderne landbouw vraagt niet alleen om grond, maar vereist een hele infrastructuur. Compleet met wegen, graansilo’s, toegang tot technologie, kunstmest en onderhoudssystemen. Als op geleasete landbouwgrond in Afrika een tractor kapot gaat, moet er wel iemand zijn met nieuwe onderdelen klaarstaan. De Saoedische regering heeft land in Ethiopië opgekocht en vraagt zich nu wanhopig af waarom die grond zo weinig oplevert.”

Politici zeggen dat ze door de crisis geen geld hebben voor dure klimaatproblemen.

„Een merkwaardige redenering. Oude beschavingen, of het nou de Maya’s waren of de Sumeriërs, gingen ten onder toen ze hun leefomgeving uitputten. Voor ons is dat niet anders. De milieucrisis draagt bij aan de economische crisis. Of het nou gaat om de oprukkende woestijn in Noord-China, of de orkaan Sandy. Milieutrends zullen zo sterk worden dat we er niet meer omheen kunnen.”