Zelfs Britse conservatief vond DNA-bank te straf

Gezien alle nadelen schroeft het Verenigd Koninkrijk zijn ambities voor een nationale DNA-databank terug, schrijft Henk van Klaveren.

Nu na dertien jaar dankzij DNA-onderzoek eindelijk de verdachte van de moord op Marianne Vaatstra werd gevonden, is er een debat losgebarsten over een DNA-database van alle Nederlanders. Maar Nederland moet geen overhaaste dingen doen. Dat heeft de praktijk in het Verenigd Koninkrijk uitgewezen.

Naar dat land wordt juist vaak verwezen als voorbeeld voor het opzetten van een nationale DNA-databank. De Labour-regering startte met die database in 1995. Uitgerekend de huidige coalitie van conservatieven en liberaal-democraten is de omvang van die DNA-databank drastisch aan het terugschroeven, gezien de nadelen ervan.

Tot 2001 werd in de database alleen het DNA opgenomen van iemand die in staat van beschuldiging werd gesteld. Zodra vrijspraak volgde, werd zijn of haar DNA weer verwijderd uit deze National DNA Database. Dat veranderde toen Labour in dat jaar besloot dat het DNA van vrijgesproken verdachten voor altijd in de database opgeslagen kon blijven. In 2003 ging de Labour-regering nog een stapje verder: van iedereen die werd gearresteerd voor een bepaald delict (alle misdaden waar een gevangenisstraf op staat en een aantal andere, zoals bedelen, openbare dronkenschap en fietsendiefstal) kon het DNA voor altijd worden opgeslagen.

Tegen het einde van de regeerperiode van Labour in 2010 was bijna een op de tien Britten opgenomen in de nationale database, en onder zwarte jongeren was dat opgelopen tot bijna drie van de vier. Het was daarmee de grootste database ter wereld per hoofd van de bevolking en de tweede grootste absoluut gezien, na die van de VS.

Aan die brede opslag maakte de coalitieregering in 2010 een einde. Alleen het DNA van veroordeelde criminelen wordt bewaard en dat van vrijgesproken verdachten in geweldsmisdrijven en zedendelicten wordt drie jaar bewaard.

Het heeft te maken met een fundamenteel principe van de Europese rechtsorde: iemand is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. In 2008 stelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dan ook enkele Britten die hun DNA-opname in de database aanvochten in het gelijk: het routineus bewaren van DNA van onschuldige mensen tast een fundamentele vrijheid aan.

Professor Sir Alec Jeffreys, de man die DNA-matching uitvond en daarmee de DNA-database mogelijk maakte, was het daarmee eens: hij vond dat de enorme expansie van de database het draagvlak ondermijnde. In 2009 zei hij dat er een afweging gemaakt moest worden tussen het kleine aantal opgeloste misdaden en de emotionele stress die het bewaren van het DNA van onschuldige mensen bij de betrokkenen veroorzaakt. De DNA-database, een conservatief voorstel vergeleken bij wat Peter R. de Vries en anderen nu in Nederland voorstellen, sloeg volgens hem de plank volledig mis.

Er waren ook praktische bezwaren: DNA is een belangrijk middel om misdaden op te lossen maar een DNA-database maakt het oplossen van misdaden niet per se makkelijker. In het Verenigd Koninkrijk loste men niet meer misdaden op toen ze in 2003 al bij de arrestatie DNA opsloegen en voor altijd bewaarden in plaats van bij een in-staat-van-beschuldigingstelling.

Bovendien is er een kans dat de verkeerde mensen worden gearresteerd. Statistisch gezien is de kans klein maar die wordt vele malen groter als er veel familieleden in de database staan. De kans wordt nog groter doordat zo’n database vaak zoekt op basis van een slecht DNA-profiel dat gevonden is op de plaats delict.

In 2008-2009 werden in het Verenigd Koninkrijk op basis van DNA-fragmenten gemiddeld 83,7 gedeeltelijke matches per DNA-fragment per maand gevonden. Het is ook al voorgekomen dat een verkeerde maar volledige DNA-match leidde tot een verkeerde arrestatie en dat kwam pas na veel gedoe weer goed. Als dat bij een database van meer dan vijf miljoen mensen al gebeurde, dan is er bij een database van 16,5 miljoen Nederlanders dus een grote kans dat het met enige regelmaat mis zal gaan. Als DNA-materiaal routineus gedeeld gaat worden binnen de EU zal dat nog veel vaker voorkomen.

DNA kan een belangrijke rol spelen bij het oplossen van misdaad maar het draait daarbij om proportionele maatregelen. Een database met alle Nederlanders erin is verre van proportioneel.

Henk van Klaveren studeerde aan de University of Glasgow en de London School of Economics. Hij werkt voor de Liberal Democrats in het Britse parlement.