Vraag veel, vraag door, je wordt er slimmer van

Illustraties Paul Steenhuis

Je kent ze wel, die mensen – collega’s, kennissen, buren – die altijd hele verhalen houden over zichzelf, maar nooit vragen stellen. Nou ja, een ‘hoe is ’t ?’ kan er soms nog net af, maar je voelt dat ze nauwelijks geïnteresseerd zijn in het antwoord. Wie nooit vragen stelt, is irritant. En blijft dom, want alleen door vragen te stellen word je wijzer. Vragen stellen maakt het leven ook leuker, of op zijn minst minder vervelend. Het is dé manier om tot een intens, wederkerig contact te komen met De Ander: vragen roepen wedervragen op, en zo kan een waar gesprek ontstaan.

1Vragen staat vrij, mits je oprecht geïnteresseerd bent in het antwoord en je vraag niet een verkapt oordeel is (‘ben je nu alwéér zwanger?’). Vrienden en familie, maar ook anderen, zullen het waarderen als je vragen stelt die anderen niet durven stellen. Mijn tandarts ging helemaal los toen ik, terwijl ze bezig was met een martelbehandeling, vroeg waarom ze ooit voor het beroep gekozen had. Door haar antwoorden kreeg ik meer begrip voor het tandartsenvolkje, of in elk geval voor dit exemplaar. Bijkomend voordeel was dat haar verhaal de nodige afleiding bood.

2 Je zult zelden spijt krijgen als je een vraag stelt, wel als je dat niet doet. Ook potentieel pijnlijke vragen – waarom iemand kinderloos is bijvoorbeeld, of hoe een ernstig zieke denkt over de dood – kunnen vaak gewoon gesteld worden, al is het soms raadzaam om het juiste moment daarvoor af te wachten. Bedenk dat niemand verplicht is om op je vragen antwoord te geven. Als je gesprekspartner zich er met een grapje van afmaakt of zegt ‘daar heb je niks mee te maken’, dring dan niet aan.

3 Domme vragen bestaan niet. Nou ja, dat is natuurlijk niet helemaal waar, maar het is oneindig veel beter om naar de bekende weg te vragen dan om te verdwalen. Denk aan oud-Tweede Kamerlid John Leerdam, die afgelopen voorjaar op een vraag van een journalist over de Haagse straatterrorist Jael Jablabla niet liet blijken dat hij nog nooit van de goede man gehoord had, en een schijnbaar weloverwogen antwoord gaf. Maar Jael Jablabla bestond helemaal niet: Leerdam was erin geluisd. Een dag later was hij Kamerlid-af. Help jezelf over de drempel met de woorden: ‘Het is misschien een domme vraag, maar...’.

4 Vraag dóór. Want pas dan krijgt je de interessante antwoorden. Op een verjaardagsfeestje bijvoorbeeld, als je naast een wildvreemde bent beland en je gedwongen voelt tot een gesprek. Vraag naar zijn of haar beroep en laat hem of haar daar zo gedetailleerd mogelijk over vertellen, door telkens te vragen: ‘O, en hoe gaat dat dan? Waarom is dat precies?’ Er zal een wereld voor je opengaan, ongeacht het beroep in kwestie (saaie beroepen bestaan namelijk niet). Voor je het weet is die verplichte verjaardagsvisite omgevlogen.

5 Laat je niet intimideren. Vragen stellen helpt om te voorkomen dat je in een ongemakkelijke situatie belandt. Bijvoorbeeld een gesprek op school als het niet goed gaat met je kind, of een onderhoud met een dokter over je gezondheid. In plaats van af te wachten doe je een eerste aanvallende zet, wat je in één klap tot gelijkwaardige gesprekspartner maakt. Maak vooraf een lijstje met vragen en neem jezelf voor om het vertrek niet te verlaten voordat ze zijn beantwoord. Doordat je een doel hebt – antwoord op je vragen – voel je je minder onzeker en nerveus over wat het gesprek brengt. Bovendien laat je door je vragende houding zien dat je een mondige ouder of patiënt bent, die serieus genomen dient te worden.

Brigit Kooijman