Column

Uw zorgverzekeraar – vertrouwt u hem wel?

Macht voedt scepsis. Kijk maar naar de reacties op de dadendrang en de groeiende macht van de zorgverzekeraars.

Niet de boze burger was de winnaar van het inkomensafhankelijke zorgpremie-oproer, maar de ‘saaie’ zorgverzekeraar. Voor hen was de plotselinge politieke revolte schrikken. Zij kennen de weg in de gangen van de Haagse macht. Topman Roger van Boxtel van verzekeraar Menzis is lid van de Eerste Kamer voor D66. Pauline Meurs, ook Eerste Kamer (PvdA), is commissaris bij CZ. VVD-erelid Hans Wiegel was jarenlang voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, hun lobbyclub. Nu is dat voormalig minister André Rouvoet (ChristenUnie).

Alles blijft zoals het was, maar meer zit in het vat. Het kabinet hevelt een deel van de langdurige ouderenzorg over naar de verzekeraars. Ingrijpende veranderingen in de infrastructuur staan op stapel, zoals kabinetssteun voor de langlopende ambitie van de verzekeraars om dure spoedeisende hulp rigoureus in te krimpen. Zelf maken de verzekeraars een nieuw Elektronisch Patiëntendossier (EPD), dat eerder politiek is geblokkeerd. En slagroom op de cake: zij mogen participaties nemen in zorgverleners en uitgroeien tot zorgconglomeraten. Hoe gaat die aandeelhoudersrol zich verhouden tot hun sleutelrol bij het EPD?

De uitbreiding van hun actieradius klinkt als een motie van politiek vertrouwen in zorgverzekeraars, maar is dat niet. De Zorgverzekeringswet van 2006 was uitbesteding vanuit het publieke domein naar het bedrijfsleven. Politici erkennen dat zij niet bij machte zijn de zorgkosten te beheersen. Dat moeten particuliere verzekeraars doen. Zij concurreren om de consument een goeie basispolis te bieden tegen een lage premie. Om dat te bereiken moeten zij kwaliteitszorg tegen een adequate prijs zien in te kopen bij zorgverleners, zoals ziekenhuizen. Maar de fusiegolf waaruit vier grote verzekeraars tevoorschijn kwamen, suggereerde dat zij eerst de onderlinge concurrentie wilden limiteren. Dat leidt tot argwanende Kamervragen over hoe winstgevend zij wel niet zijn. En hoeveel kapitaal zij hamsteren.

De beoogde regierol van verzekeraars komt bovendien traag op gang. Dat ligt aan het gebrek aan betrouwbare kwaliteitsinformatie. Maar ook als dat er straks wel is, kampen de verzekeraars met wantrouwen onder de burgers die zij juist moeten zien te krijgen naar de door hen geselecteerde, want: de beste zorgverleners. Drie onderzoekers van zorginstituut Nivel maken in vakblad ESB duidelijk dat zorgverzekeraars nauwelijks een rol spelen in de keuzes van de consument. Van de mensen die waren doorverwezen naar ziekenhuis of specialist zei maar 10 procent dat hun zorgverzekeraar een rol had gespeeld in hun keuze. Daarentegen zei 74 procent het „enigszins tot zeer onwaarschijnlijk” te vinden dat zij hun zorgverzekeraar zouden raadplegen bij de keus van een zorgaanbieder.

Waarom worden verzekeraars gewantrouwd? Mensen willen zelf kiezen (46 procent), denken dat de verzekeraar andere belangen heeft of niet objectief is (18 procent) en hebben liever advies van de huisarts (17 procent).

Hoe meer de zorgverzekeraars in het middelpunt van de macht komen te staan, hoe minder vertrouwen de burger heeft.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.