‘Rebellen Congo stemmen in met terugtrekking uit Goma’

Leden van M23 patrouilleren in Goma, dat ze vorige week binnenvielen. Foto AP/Jerome Deplay

De leider van Congolese rebellenbeweging M23, Sultani Makenga, heeft ermee ingestemd zich terug te trekken uit Goma en Sake, steden die nu nog door M23 bezet worden. De kans dat dat een vooruitgang zou betekenen voor Goma zelf is echter zeer klein, zo legt correspondent Koert Lindijer uit.

De Oegandese minister van Defensie Crispus Kiyonga, die de onderhandelingen tussen Congolese ambtenaren en de rebellen leidt, meldde vanochtend dat M23 zonder voorwaarden instemt met het ultimatum om zich terug te trekken uit Goma. Kiyonga tegenover persbureau Reuters:

“Makenga en ik hebben elkaar gisteren gesproken naar aanleiding van het topoverleg afgelopen weekend waarin een ultimatum werd gesteld. De M23-leider heeft toegezegd daar zonder voorwaarden gehoor aan te geven en de steden te verlaten.”

Ultimatum regering: vertrek uit Goma

De Congolese regering gaf gisteren als voorwaarde voor de onderhandelingen dat M23 Goma moet verlaten. Anders valt er volgens president Kabila niets te bespreken:

“De onderhandelingen zullen beginnen nadat M23 zich heeft teruggetrokken uit Goma. Zelfs als we willen praten, kan dat niet binnen 48 uur.”

Rebellen nog steeds actief in Goma

De M23-rebellen zijn nog niet begonnen met de terugtrekking blijkt uit berichten vanuit Goma. Dat betekent nog niet dat de berichten van Kiyonga niet kloppen, zo legt Koert Lindijer, correspondent voor NRC Handelsblad uit:

“Het nieuws is nog heel vers. De militanten in Goma zijn nog lang niet allemaal op de hoogte gebracht van de laatste afspraken, dus is er aan de situatie daar nog geen verandering zichtbaar. Volgens het akkoord zou de terugtrekking ook pas vanmiddag moeten beginnen. Het feit dat zowel Makenga als de onderhandelaar het nieuwe akkoord bevestigen betekent dat de rebellen zich binnen een of twee dagen waarschijnlijk wel terug gaan trekken.”

‘De ene boef wordt verruild voor de andere’

De staatshoofden spraken dit weekend Kampala over het vormen van een regionale vredesmacht die de orde in het oosten van Congo kan herstellen. Als M23 Goma verlaat, maken ze in de praktijk waarschijnlijk plaats voor het Congolese leger. Lindijer legt uit dat de inwoners van Goma absoluut niet staan te springen om de komst van deze militairen:

“Op papier staat de afspraak dat de soldaten van een nieuwe vredesmacht het volk in Goma gaat beschermen zodra M23 de stad uit is. De belangrijke vraag daarbij is: wat betekent deze overgang in de praktijk? Het antwoord is waarschijnlijk: plunderingen, nog heel veel meer plunderingen dan er nu plaatsvinden.

In feite wordt de ene boef verruild voor de andere, want enkele tientallen kilometers buiten Goma plundert het leger er zelf op los. Op basis daarvan lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat de afspraken die op papier staan uitvoerbaar zijn. De inwoners van de stad zitten dus absoluut niet te wachten op de komst van het leger. Hun situatie verbetert er niet door, die verslechtert waarschijnlijk.”

Doel M23 onduidelijk

M23 nam vorige week de Oost-Congolese stad Goma in. De beweging bestaat uit gedeserteerde regeringsmilitairen die in april een opstand begonnen aan de grenzen met Rwanda en Oeganda.

De muiters kwamen voort uit de rebellenbeweging CNDP, die in 2009 in het regeringsleger werd opgenomen. Aanleiding voor de muiterij was dat president Kabila de CNDP-strijders wilde overplaatsen naar andere delen van het land, ver van hun families en de tribale groepen waar ze hun aanhang hebben. Sinds de muiterij zijn er honderdduizenden burgers op de vlucht geslagen.

M23 wordt geleid door generaal Bosco Ntaganda, die door het Internationaal Strafhof in Den Haag wordt gezocht voor oorlogsmisdaden. Probleem bij de vredesbesprekingen is de onduidelijkheid over wat M23 precies wil. De beweging heeft sinds april grote gebiedsdelen veroverd, zette een eigen regering op en stelt politieke eisen over democratisering van Congo. Haar hoofddoel is echter vermoedelijk een herintegratie in het leger onder betere voorwaarden dan in 2009.

    • Annemarie Coevert