Pionier niertransplantaties gaf mensen een nieuwe toekomst

De medische vindingen van de Amerikaanse arts Joseph Murray redden nog ieder jaar de levens van duizenden mensen. Problemen zijn kansen.

FILE - This July 28, 2004 file photo shows Dr. Joseph E. Murray, who performed the world's first successful kidney transplant and won a Nobel Prize for his pioneering work, has died at age 93. Murray's death in Boston was confirmed Monday by Brigham and Women's Hospital spokesman Tom Langford. Murray shared the Nobel Prize in Physiology or Medicine in 1990 with Dr. E. Donnall Thomas, who won for his work in bone marrow transplants. (AP Photo/Eric Miller, File) AP

De lange en succesvolle carrière van de Amerikaanse chirurg Joseph Murray, die gisteren op 93-jarige leeftijd is overleden, nam een beslissende wending met de behandeling in 1945 van één patiënt, een jonge vliegenier in de Tweede Wereldoorlog. De neergestorte piloot, Charles Woods, kreeg nieuwe huid op zijn ernstig verbrande gezicht en handen. Murray raakte gefascineerd door transplantaties en zocht andere toepassingen. In 1954 lukte het hem als eerste om een nier te transplanteren.

Het was het begin van een nieuw medisch vakgebied. Murray droeg bij met cruciale doorbraken in het onderdrukken van het immuunsysteem, zodat nieuwe organen niet werden afgestoten. Hij leidde artsen op die de kennis internationaal verspreidden. Jaarlijks worden er duizenden, steeds complexere orgaantransplantaties uitgevoerd – van onder meer harten, longen en levers.

Dokter Murray vergeleek zijn eerste niertransplantatie met de eerste vlucht over de Atlantische Oceaan: iets wat door velen voor onmogelijk werd gehouden. Jarenlang oefende hij op honden, muizen en konijnen. Tot Richard Herrick aankondigde dat hij een nier wilde afstaan aan zijn doodzieke tweelingbroer Ronald. De operatie slaagde. Ronald leefde nog acht jaar en kreeg twee kinderen met een verpleegster die hij in het ziekenhuis had ontmoet.

In 1959 lukte het Murray voor het eerst om een nier te transplanteren tussen mensen die geen familie van elkaar waren. Drie jaar later volgde de transplantatie van een nier van een overleden persoon. De katholieke chirurg bestreed de kritiek dat hij voor God speelde door met religieuze leiders te praten over de levens die zo gered werden.

Murray kreeg in 1990 de Nobelprijs voor zijn pionierswerk. Hij gebruikte de aandacht om te benadrukken dat chirurgen in hun operatiezalen de wetenschap net zozeer vooruitbrengen als onderzoekers in laboratoria. De jonge nierpatiënten die hij zag sterven in zijn ziekenhuis in Boston inspireerden hem tot nieuwe uitvindingen, zei Murray.

Murray deed ook plastische chirurgie. Niet om mooie mensen nog mooier te maken, maar om verminkte mensen een leven te geven. Zijn autobiografie ‘Chirurgie van de Ziel’ (2001) verwijst naar een patiënt die na een gezichtsreconstructie weer over straat durfde.

Een van Murrays zes kinderen zei gisteren dat hun vader een eeuwige optimist was. ‘Problemen zijn kansen’, was zijn motto. Zelf schreef Murray in een korte autobiografie voor de Nobelprijs dat zijn enige wens was dat hij nog tien levens had. Daarvan zou hij er vijf gebruiken voor verschillende wetenschapsgebieden en vijf om te leven als onder meer pianist, tennisser en schrijver voor de National Geographic.