Overal en altijd roken

Met een beetje goede wil had ook de laatste aflevering van de dramaserie Moeder ik wil bij de revue (MAX) voorzien kunnen zijn van het logo van de themaweek Hoezo armoede? De in de periode 1955-65 gesitueerde handeling liet namelijk zien hoe Nederland in die tijd geobsedeerd werd door de herinnering aan en de angst voor nieuwe armoede.

Juist nu het een beetje beter begon te gaan en mensen een radio en een wasmachine en misschien zelfs een televisie konden kopen, moest je ervoor zorgen dat je behield wat je had. In een van de vele mooie rollen in de serie speelt Annet Malherbe de dochter van een mijnwerker, die als weduwe van een winkelier in wit- en bruingoed ten koste van alles haar burgerlijke verworvenheden niet wil prijsgeven. Voor je het weet beginnen de buren over je te praten.

Op de radio luistert haar getrouwde dochter (Noortje Herlaar) naar de uitslag van het Kamerdebat over het opheffen van de wilsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw (1956). Dan kan zij eindelijk rijles nemen en een zaak beginnen.

Al bedient MAX met deze serie de nostalgie van haar vaste kijkers, net als in het eveneens succesvolle maar veel minder geraffineerde Dokter Deen, er valt meer te beleven dan gezellig om de radio zitten, leuke liedjes van Wim Sonneveld en het eindeloos, onder alle omstandigheden roken van sigaretten. Het scenario van Maarten Lebens en Paula van der Oest creëerde levensechte personages, wier dilemma’s vaak samenvallen met die van een snelle modernisering. Heel goed ook die langzaam ontdooiende, norse Limburgse kolenboer van Huub Stapel, voor wiens goedkeuring de jonge revueartiest Bob Somers (Egbert Jan Weeber, ook al uitstekend) het allemaal doet.

In de slotscène, als Weeber „voor alle vaders” (maar vooral die van hem in de zaal) Het dorp zingt, wordt de belangrijkste verhaallijn in gelost. Maar er is ook ruimte voor ongerijmdheden en paradoxen. De moeder van de jongen die bij de revue wil, is allang dood. De enige echte jonge musicalster in de cast (Noortje Herlaar) krijgt geen eigen liedje. En als haar vader (Peter Blok) aan een hartaanval sterft, zingt zijn schoonzoon: „Zeg maar ja tegen het leven, anders zegt er het leven nog nee.”

Het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets, de naam van regisseur Rita Horst, maar ze staat al meer dan twee decennia garant voor hoogwaardige film en televisie: Romeo, De Daltons, Iep! Te bescheiden voor de schijnwerpers, maar deze triomf van een tot in de puntjes verzorgde topserie is vooral haar aan te rekenen.