Kamer ziet weinig in een nieuwe hypotheekbank

Dat de twee grootste pensioenfondsen bereid zijn hun kapitaal te beleggen in Nederlandse hypotheken wordt door politici toegejuicht. Maar er is in Den Haag kritiek op de manier waarop zij dat willen doen. Een Kamermeerderheid is tegen staatsgaranties voor hypotheken waar pensioenfondsen in investeren en kijkt sceptisch naar de wens een Nationale Hypotheekbank op te richten. Pensioenreuzen APG en PGGM pleitten daar vorige week voor.

Kamerlid Barbara Visser (VVD) noemt het „een positief signaal dat pensioenfondsen iets willen doen op de hypotheekmarkt”. Maar ze is tegen „nog meer garanties” van de overheid. „In Nederland zijn al genoeg waarborgen voor hypotheken. Een hele nieuwe bank oprichten lijkt mij ook geen goed idee. Laten we niet het instrument voorop stellen.”

Kamerleden van rechts tot links verwijten de pensioenfondsen dat ze naar de Staat kijken voor rugdekking. „Pensioenfondsen investeren in allerlei risicovolle gebieden, tot en met Griekenland, maar willen hier alle risico’s bij de belastingbetaler leggen”, zegt Jacques Monasch (PvdA). Eddy van Hijum (CDA): „Ze worden pas enthousiast als er een soort staatsbank wordt opgericht.”

Steven van Weyenberg (D66) ziet net als andere Kamerleden alleen een rol voor de overheid om de banken en pensioenfondsen met elkaar aan tafel te krijgen. „En eventueel het aanpassen van wet- en regelgeving die de beleggingen in de weg staat.” Verder moet het voor banken en pensioenfondsen ook zonder garanties een goed idee zijn de woningmarkt nieuw leven in te blazen. Van Hijum: „Er moet een private win-win zijn.”

De SP wil niet dat „pensioenfondsen voor bank gaan spelen”, zegt Paul Ulenbelt (SP). „Als de banken hun taken niet meer waarmaken, is er iets voor te zeggen een nieuwe bank op te richten. Maar niet door een greep uit de kas doen van het uitgestelde loon van werknemers. Pensioengeld is er voor pensioenen. Daar moet je in slechte tijden niet aan morrelen.”