Het grote kwijtschelden begint

Griekenland krijgt van de eurogroep wat lucht. Als dat niet genoeg is, dreigt een nieuwe ronde schuld kwijtschelden.

De ministers van Financiën van de eurolanden hebben vannacht in Brussel de deur op een kier gezet voor het opnieuw kwijtschelden van een deel van de Griekse staatsschuld.

Het staat niet zwart op wit in de eindverklaring. Zoals zo vaak kort na Brusselse bijeenkomsten is het nog niet helder wat de gevolgen zijn van de besluiten die nu genomen zijn.

De eurozoneleiders en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) spraken vannacht af dat de Griekse staatsschuld in 2022 „substantieel lager” zal zijn dan 110 procent van het bruto binnenlands product. Nu bedraagt de schuld 160 procent. De eurogroep kwam met een aantal maatregelen om dat doel te halen.

De eurolanden verlagen de rente die Griekenland betaalt over de eerste twee noodleningen. Ook mag Griekenland er vijftien jaar langer over doen om de leningen terug te betalen. De leningen zullen nu tot 2040 lopen. Dit is een lichte vorm van het kwijtschelden van Griekse schuld, aangezien Griekenland minder en minder snel hoeft terug te betalen. Ook zal Griekenland trachten een deel van de staatsschuld terug te kopen van beleggers. Het uitsmeren en terugkopen moet de druk op Griekenland verlichten.

Tenzij de Griekse economie opeens spectaculair groeit, zal het waarschijnlijk moeilijk zijn om de vannacht afgesproken schuldniveaus te halen. De kans op een snel economisch herstel is klein. Heel Europa zit in de put. Vanochtend maakte de OESO, de organisatie van rijke en geïndustrialiseerde landen, bekend dat de gehele eurozone ook volgend jaar in recessie zal verkeren. De meest aannemelijke manier om de Griekse schuld te laten dalen is om het mes er in te zetten. De grote vraag is: wie moet daarvoor bloeden en wie moet de verliezen nemen? De schuld is nu grotendeels in handen van andere EU-landen, de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Aannemelijk is dat Duitsland pas bereid is te praten over een volgende kwijtschelding na de verkiezingen van volgend jaar. Ook is het onduidelijk welke instellingen bereid zijn daar aan mee te werken. Het IMF heeft bedongen dat het als eerste het ingelegde geld terugkrijgt. Voor de ECB is kwijtschelden vooralsnog onbespreekbaar.

Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) zei dat het verlagen en uitstellen van de rentebetalingen Nederland 70 miljoen per jaar over de komende 14 jaar kost. Dat is in totaal 980 miljoen euro. Volgens Dijsselbloem betekent de deal niet dat al het geleende geld terugbetaald wordt. „Daarover zijn er geen garanties. Ik heb steeds gezegd dat daar grote risico's aan verbonden zijn”, aldus de minister in Brussel. Tegenover de hoge kosten staat dat Nederland sinds het uitbreken van de eurocrisis historisch lage rentes betaalt. Beleggers zien Nederland als baken van vertrouwen. Het gevolg daarvan is dat het voor Nederland zeer goedkoop is om de staatsschuld te financieren.

Commentaar: pagina 2