Het draait om macht - heel primitief

Feyenoord-hooligan Yoeri Kievits erkent dat de harde supporterskern ver gaat in zijn agressie. „Veel vooroordelen over ons zijn terecht.”

ROTTERDAM-Feyenoord hooligan Yoeri Kievits.FOTO ROBERT VOS

Op het achterhoofd van Yoeri Kievits zit een kaal plekje. Het is een litteken van een messteek. Kijk je beter, dan zie je nog veel meer plekjes. Op zijn knokkels bijvoorbeeld – ook van een messteek. En een grote bobbel aan de zijkant van zijn voorhoofd. Kreeg hij een klap met een knuppel. „Sindsdien staat mijn helm scheef op mijn hoofd.” Hij grijnst erbij.

De 29-jarige Rotterdammer Yoeri Kievits is al vijftien jaar een van de frontmannen van de Feyenoord-hooligans. Hij was betrokken bij alle grote voetbalrellen. Het boek dat hij erover schreef, Rotterdam Hooligan, is een van de best verkopende non-fictieboeken van dit moment.

Kievits legt daarin uit hoe hij in de harde kern terecht kwam en beschrijft het leven in zijn hooligangroep. Snuiven, drinken, vechten – de meeste vooroordelen blijken te kloppen. Het is niet zijn bedoeling met dit boek begrip te kweken voor hooliganisme. „Ik wil de vooroordelen bijstellen, niet wegnemen”, zegt Kievits. „Want veel vooroordelen over ons zijn terecht.”

Uit het boek spreekt een diepe minachting tegenover het gezag, de mobiele eenheid (ME), die de orde rondom wedstrijden moet handhaven. Kievits schrijft hoe een ME’er tijdens voetbalrellen te val komt en wordt getrapt en geslagen door hooligans, terwijl hij op de grond ligt. „Ik voel geen enkel medelijden”, schrijft Kievits daarover.

Waar komt jullie haat tegen de ME vandaan?

„ME’ers zijn ook een soort hooligans. De meesten genieten ervan te mogen meppen. Je ziet het aan het venijn op hun gezichten. Met stoom uit de mond staan ze klaar om los te gaan. Rrrr, weet je wel. Dat is hetzelfde gevoel als wij hebben. Alleen worden wij ervoor gearresteerd en krijgen we veel meer klappen. Dus op de spaarzame momenten dat er eentje gestrekt gaat, hebben we daar geen medelijden mee.”

Het verschil is dat zij de orde moeten handhaven. Jullie niet.

„Ik zeur ook niet over die klappen. Maar zij kiezen er wel bewust voor om ME’er te worden. Dan moet je ook de consequenties aanvaarden. Een brandweerman kan zijn handen ook branden, toch?”

Hoe voelt het om iemand in elkaar te slaan?

„We slaan nooit zomaar iemand in elkaar. Er moet wel een idee achter zitten. Diegene moet dezelfde intenties als jij hebben. Waar we op uit zijn, is een confrontatie met een tegenstander. Zo’n gevecht geeft een kick. Je bloed gaat er sneller van stromen. Wanneer je die angst ziet in hun ogen, als ze wegvluchten, dat voelt… het voelt net als na een goede neukpartij: heerlijk. Het laten rennen van de tegenstander is het mooiste wat er is.

„We hoeven niet altijd te vechten voor een overwinning. Je wint ook als je bij een uitwedstrijd een andere stad kunt overnemen. Dat je de hele dag Feyenoordliederen zingt op hun grondgebied, zonder dat ze durven in te grijpen. Dan voel je je machtig. Ja, het draait om macht. Eigenlijk is het heel primitief.”

Jullie vinden het niet erg om primitief te zijn?

„Ik kies bewust voor die kick. Daarom voel ik mij geen primitief persoon: ik kiés ervoor. Ik ben geen domme jongen. Ik heb mijn eigen steigerbouwbedrijf. Mijn vrouw is psychiatrisch verpleegkundige, ze heeft dagelijks te maken met geesteszieke mensen. En ze vindt mij niet gek.”

Kan zij zich in jouw keuzes vinden?

„Ze keurt het geweld af. Als ik met een bebloed gezicht thuis kom, dan zegt ze: ‘Klootzak, waar ben je mee bezig’. Maar ja, ze weet waar ze voor heeft gekozen.”

Het is voor jou geen reden om ermee te stoppen?

„Bij ons trouwen vrouwen niet alleen met hun man, ze trouwen ook met Feyenoord. Het verdedigen van onze eer gaat boven alles. Dat is het pact die ik met mijn groep heb gesloten. Nu ik vader ben geworden, gedraag ik mij wel rustiger, hoor. Ik heb een zoontje van tweeënhalf jaar. Maar nog steeds geldt: als ik word gebeld door mijn maten, vlieg ik de deur uit. Ik moet mijn vrienden en mijn club verdedigen.”

Die loyaliteit gaat wel heel erg ver.

„Je bent onderdeel van een familie. Twee jaar geleden brandde bij een maatje de keuken af. Binnen no time had hij een nieuwe keuken. Dat lappen wij met elkaar.”

Wordt je zoon later ook hooligan?

„Ik ga hem niet leren wat ik heb gedaan. Nee zeg, ik zou niet willen dat hij wordt gearresteerd. Wat ik hem wel ga bijbrengen, is dat hij moet opkomen voor zichzelf. Altijd je kin omhoog, borst in de lucht, je eer hoog houden. Toont iemand respect voor je, dan toon jij respect terug. Schoffeert iemand jou, dan schoffeer jij hem. Ja, hij moet wel pit hebben.”

In je boek schrijf je dat je spijt hebt van de rellen bij een Europese bekerwedstrijd in het Franse Nancy.

„Ik baal ervan dat Feyenoord er nadeel van heeft gehad: als sanctie werden ze een jaar uit de Europese competitie genomen.”

Je hebt spijt dat het nadelig uitpakte voor Feyenoord. Niet van de miljoenen euro’s schade die jullie in Frankrijk hebben aangericht?

„Daar heb ik geen gevoel bij. Als ik een steen door een ruit gooi, zie ik niet de gevolgen die het kan hebben voor de winkelier. Het is niet tastbaar. Je wordt gewoon meegezogen in de sfeer. Het is donker, je loopt te klieren, stapt in de auto en gaat weer naar huis. Je vergeet het.”

Begrijp je dat de samenleving baalt van het gedrag van hooligans?

„Ik snap dat je de complete binnenstad niet op z’n kop mag zetten. Tuurlijk. Maar het is onze levensstijl. Het gevecht zit in de mens. Vroeger waren alle mannen krijgers. Dorp tegen dorp, land tegen land: we hebben nooit anders gedaan. En zeg nou zelf: word jij nooit driftig? Heb jij geen pesterige collega die je wel eens in elkaar zou willen rammen? Natuurlijk wel. Alleen stop jij het weg. Als je wél een keer naar iemand zou uithalen, geeft dat een onoverwinnelijk gevoel. Een geweldorgasme.”

In iedereen zit een stukje hooligan?

„Iedereen zou eens moeten ervaren wat wij doen. Wij leven het leven in zijn puurste vorm: geen regels. Daar hebben we op z’n Rotterdams gezegd schijt aan.”