Geloof niet alles wat je leest of ziet, denk er zelf over na

Het is een bijbel en een glossy tegelijkertijd. DUF Waanwijs leert jongeren om na te denken over media en journalistiek.

„In het perfecte plaatje heb ik niet van die hamsterwangen”, zegt de 13-jarige Mo. En de 15-jarige Mirjam wil „dunnere wenkbrauwen, geen acne en een smaller gezicht”.

Een portret van de meisjes wordt gefotoshopt tot hun fotodroom. Maar worden ze nu te knap om mooi te zijn, of te mooi om waar te zijn?

De gefotoshopte meisjes staan in DUF Waanwijs, een project waarvan zondag de derde editie werd gepresenteerd. Makers Petra Boers en Suzanne Hertogs noemen het een mook, een combinatie van een boek en een magazine. Dat klopt: het is zwaar als een bijbel en glimmend als een glossy. Opvallend is dat er op de 304 pagina’s geen advertenties staan; met dank aan sponsors als VSB Fonds en SNS Reaal Fonds. De bedoeling is dat de lezers, jonge tieners, van het lezen van DUF mediawijzer worden.

DUF ziet er prachtig uit. De kleuren knallen van het matte papier af, en iedere bladzijde is anders. Stripreportages, langere teksten, bewerkte kunstwerken en gemanipuleerde oorlogsfoto’s wisselen elkaar af, zonder dat het voelt als een pakket medialessen zoals scholen die soms samenstellen. Deze lessen in mediawijsheid neem je tot je omdat het léuk is, niet omdat het moet.

Slim van DUF is dat de serieuzere stukken licht worden vormgegeven. Is het thema wat je wel en niet deelt op sociale media, dan zijn de letters van de kop van het stuk – onder het mom van ‘zet jezelf niet te kakken’ – gemaakt van poep. „Internet is een toiletpot die je niet kunt doortrekken”, is de les die de lezer leert van de 17-jarige Mirte die op Twitter aankondigde een bomaanslag op haar school te plannen.

Beter aan het blad is nog dat het de moraal ‘geloof niet alles wat je leest’ in de praktijk brengt. Een interview met een jonge actrice met grote ambities is – zo blijkt een bladzijde later – door de auteur expres volgestopt met sluikreclame. Gewoon, om te checken of zoiets nog opvalt. En een fotoreportage over kinderen die lid zijn van een ‘Suicide Club’, waarbij ze op sociale media zelfmoord plegen door hun computermuizen aan de wilgen te hangen, blijkt in scène gezet.

Niet alles in DUF werkt even goed. Zo is Arnon Grunberg aangetrokken voor een bijdrage, maar zijn voetnoot lijkt eerder geschreven voor de voorpagina van de Volkskrant dan voor de tienerdoelgroep. Hij schrijft: „Sommige genegenheid is niet optioneel. Vaak begint de liefde als hobby en eindigt ze als plicht”.

Maar dat is een kleine smet op een vrolijk-ironisch geheel. Opvallend is de extra bijlage met bijdragen van tieners zelf, gemaakt tijdens door DUF gehouden workshops.

De reportage van de 14-jarige Kyara Postma sluit naadloos aan bij de rest van het blad. Ze hield straatinterviewtjes over de vraag ‘wat zou jij doen als aliens in Nederland landen?’. Pas als je twee keer kijkt, zie je dat de twaalf kinderen die antwoord geven telkens dezelfde persoon zijn. Dat is de boodschap van DUF. Kijk beter. Geloof niet alles. Prik erdoorheen.

DUF 3 Waanwijs, € 19,95, te koop in boekhandels en via www.duf.nl