Europees Hof verwerpt kritiek op noodfonds ESM

Het Europees noodfonds ESM, van cruciaal belang voor steun aan probleemlanden in de eurozone, kan gewoon in werking blijven. Het Europees Hof van Justitie heeft vanmorgen alle bezwaren verworpen die tegen het noodfonds waren ingebracht.

Het verdrag dat de instelling en de werking van het noodfonds regelt is volgens het Hof niet in strijd met het verdrag van de Europese Unie.

Het noodfonds (Europees Stabiliteits Mechanisme, ESM) werd begin dit jaar gevormd door de zeventien eurolanden. Het is bedoeld landen die door de crisis in financiële moeilijkheden komen, bij te staan. De EU-landen maakten het fonds vorig jaar formeel mogelijk door een aanpassing in het EU-verdrag.

De gang van zaken zinde het Ierse parlementslid Thomas Pringle (45) niet. Volgens hem was het noodfonds een fundamentele uitbreiding van de bevoegdheden van de EU. Het fonds zou de deur openzetten naar het overnemen van financiële verplichtingen van zwakke eurolanden door sterke eurolanden, terwijl zulke bail-outs krachtens het EU-verdrag verboden zouden zijn.

Vanwege dit ingrijpende karakter had volgens Pringle niet volstaan mogen worden met een eenvoudige aanpassing van het EU-verdrag. Ten slotte was het volgens Pringle onbehoorlijk bestuur dat het noodfonds al werkt, terwijl de bijbehorende wijziging van het EU-verdrag pas op 1 januari 2013 in werking treedt.

Via het Ierse Hooggerechtshof belandden Pringle’s klachten in augustus bij het EU-hof in Luxemburg. De hoogste Europese rechter verwierp vanmorgen alle klachten.

Het noodfonds vormt volgens het Hof geen uitbreiding van de EU-bevoegdheden, maar „een aanvulling”. Daarom mochten de EU-landen ook volstaan met een ‘vereenvoudigde’ procedure voor verdragswijziging.

Doel van het ESM is volgens het Hof niet de handhaving van de prijsstabiliteit, maar het lenigen van financiële nood van eurolanden. Daar verzet het EU-verdrag zich niet tegen, aldus het Hof.

De ‘no bail-out-clausule’, volgens welke de EU of een lidstaat niet aansprakelijk is voor de verbintenissen van een andere lidstaat, is volgens het Hof niet bedoeld om de EU of de lidstaten te verbieden financiële bijstand aan een andere lidstaat te verlenen. „Deze clausule beoogt veeleer te verzekeren dat zij een gezond begrotingsbeleid in acht nemen.”

Dat het fonds al in werking is voordat de verdragswijziging formeel van kracht is, is volgens het Hof niet onbehoorlijk, omdat het noodfonds „een bevestiging van bestaande bevoegdheden” betreft.