De trein naar de vrijheid

‘Iedereen droomt ervan een nieuw leven te beginnen, weg te gaan en elders het geluk te zoeken. Weinig mensen durven het.”

De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier was zondagavond te gast in het Amsterdamse DeLaMar Theater. Voor een overvolle zaal gaven enkele vooraanstaande acteurs in de regie van Ursul de Geer een geënsceneerde lezing van zijn grootse roman Nachttrein naar Lissabon. Interviewer Wim Brands ontlokte Mercier, pseudoniem van Peter Bieri, interessante uitspraken over vrijheid en kansen in het leven. Recent verscheen zijn filosofische verhandeling Hoe willen wij leven? Vrijheid, aldus Mercier, is de „diepste wens in ieders leven”. Het ultieme zinnebeeld van vrijheid is de trein.

Opeens en onverwacht viel de naam Anton Tsjechov. Dat was een mooi moment. Het verlangen om zelf over ons leven te beschikken vormt de sleutel tot het toneelwerk van Tsjechov, betoogde Mercier. Het was een bijzondere ervaring om na Merciers toelichting de ingetogen stijl van de toneelversie bij te wonen. Merciers filosofische aandacht voor vrijheid krijgt in Nachttrein naar Lissabon een persoonlijke dimensie.

Hoofdpersoon Raimond Gregorius leest in een boek een zin over wat je met de rest van je leven doet als je slechts één leven leidt. Die vraag voert hem naar Lissabon, waar hij de schrijver Amadeu de Prado hoopt te ontmoeten. Die is echter overleden. Toch zet hij zijn zoektocht voort. Op toneel kan wat in de roman niet kan: de overleden schrijver staat voor ons. Pierre Bokma vertolkt hem op vernuftige, indringende wijze. Daar acteert hij, vol gloed en overtuiging sprekend over de vrijheid die we altijd moeten najagen. Anders raken we onszelf kwijt. Deze De Prado vertoont steeds meer demonische trekjes, waardoor de gepassioneerde zoektocht van Gregorius een tragische ondertoon krijgt.

Reinout Bussemaker als Gregorius, een leraar klassieke talen, laat op gevoelige wijze zien dat zijn verlangen de schrijver achter het boek te ontmoeten ook schaduwkanten heeft. Bewerker en regisseur Ursul de Geer benadrukt dat volkomen vrijheid een illusie zal blijken. De Prado raakt opnieuw gevangen, niet in de tredmolen van het leven maar in zijn eigen idealisme. Vooral dit aspect sprak Mercier bijzonder aan, liet hij na afloop weten.

Slechts enkele stoelen en een reusachtige foto van een nachtelijk treinemplacement vormen het decor. Het enige werkelijke rekwisiet is het boek van De Prado: dat gaat van hand tot hand, iedereen raakt erdoor geboeid. Gregorius’ obsessie is besmettelijk.