De laatste Nederlandse oorlogsmisdadiger

Eerst achtte de Duitse justitie de zaak verjaard, nu komt ex-SS’er Bruins toch voor de rechter. Aanklacht: een moord in de Tweede Wereldoorlog.

Siert Bruins Foto Eric Brinkhorst

Het ‘Beest van Appingedam’ komt toch nog voor de rechter. Het Openbaar Ministerie in Dortmund heeft gisteren besloten de voormalige Nederlandse SS-Rottenführer Siert Bruins (91) alsnog aan te klagen voor de moord op de Friese verzetsman Aldert Klaas Dijkema, gepleegd op 21 september 1944. Na eerder onderzoek, in 1980, werd besloten dat van moord geen sprake was geweest. Als hij gezond genoeg is, zal Bruins de laatste Nederlandse nazi zijn die zich moet verantwoorden voor zijn daden tijdens de oorlog.

Bruins stond in Duitsland in 1980 al wel terecht voor medeplichtigheid aan de moord op de Joodse broers Lazarus en Meijer Sleutelberg, op 25 april 1945 in Delfzijl. Daarvoor kreeg hij zeven jaar cel,waarvan hij er vijf uitzat.

Na de oorlog was Bruins naar Duitsland gevlucht. Zo ontkwam hij aan voltrekking van de straf die de Nederlandse justitie hem had opgelegd. Hij had de doodstraf gekregen, die later was omgezet naar levenslang.

In een interview met de Duitse omroep ARD beweerde Bruins in juli van dit jaar dat hij Dijkema niet heeft gedood. Dat zou zijn meerdere August Neuhäuser hebben gedaan. Neuhäuser is na de oorlog tot 16 jaar cel veroordeeld.

Officier van justitie Andreas Brendel legt uit waarom hij nu besloten heeft een zaak aan te spannen tegen Bruins, terwijl daar in 1980 van af werd gezien. „Indertijd vond men dat er geen sprake was van moord, omdat de daad niet heimtückisch (boosaardig) zou zijn geweest. Doodslag was in 1980 het zwaarste vergrijp waarvoor hij kon worden berecht, maar daarvoor was de verjaringstermijn toen al verstreken.”

Volgens Brendel is Dijkema echter wel op boosaardige wijze gedood. Hij komt tot die conclusie naar aanleiding van de uitspraak in 2010 tegen Heinrich Boere, de Nederlandse SS’er die in Aken voor drievoudige moord werd veroordeeld.

Eén van de moorden van Boere vertoont sterke overeenkomsten met deze moord van Bruins, zegt Brendel. „In beide gevallen werd iemand meegenomen voor een rit in een auto, waarna hij op een verlaten plek uit de wagen werd gezet en neergeschoten. In het vonnis tegen Boere, dat door de hoogste Duitse rechter is bevestigd, wordt gesteld dat het slachtoffer niet kon weten wat hem ging overkomen. Dat maakte de executie boosaardig en daarom is de moord niet verjaard.”

Brendel verwacht dat de rechtbank in Hagen begin volgend jaar besluit of de zaak tegen Bruins gaat voorkomen. De Nederlandse oorlogsmisdadiger Klaas Carel Faber overleed in mei van dit jaar, voordat de rechter kon beslissen over vervolging.

Brendel hoopt dat Bruins de gerechtigheid niet ontloopt. „De laatste keer dat ik hem zag, leek hij me gezond genoeg.”