De geslagen buschauffeur, dat zijn wij

Het vergt moed om geen klagende omstander te zijn maar iets te doen voor een ander in nood. Schrijver Jan Drost roept op tot een nieuwe Bob: Ave en Eva, ‘Allen Voor Eén!’

Illustratie Emmelien Stavast

K linisch psycholoog en psychoanalyticus Paul Verhaeghe heeft de (ziekmakende) gevolgen van dertig jaar neoliberalisme, marktwerking en privatisering op onze identiteit en manier van samenleven onderzocht. De meest hoopgevende zin in zijn nieuwe boek Identiteit is voor mij deze: „Als steeds meer mensen het gevoel hebben dat er iets fundamenteel fout aan het lopen is, dan hangt er verandering in de lucht.”

Helaas volgt daarop de zin: „Het aantal mensen met dat gevoel neemt toe, maar tot nader order slagen ze er niet in om een georganiseerde groep te vormen.”

Verhaeghe ziet dit als een illustratie van het probleem, namelijk de doorgeschoten individualisering. Daardoor zijn wij vergeten dat we sociale wezens zijn. Wat wil zeggen dat wij nergens zijn zonder elkaar, maar dat ons systematisch afgeleerd is hoe we elkaar kunnen vinden. Onze samenleving is een neoliberale samenleving geworden, wat in feite een contradictio in terminis is. Waar het neoliberalisme heerst, is de mens de mens een wolf en vreten zij elkaar op in eenzame competitie en angstige concurrentiestrijd. Maar lees het boek maar het is het lezen en naleven waard. Het verdient het om een bestreader te worden, als welkome tegenhanger van de razendpopulaire breinboeken die uitnodigen tot fatalisme en die, vrees ik, weer met stapels uit de zakken van Sinterklaas zullen opdoemen en onder de kerstbomen zullen liggen te broeden.

Het laatste hoofdstuk is getiteld ‘Het goede leven’ en Verhaeghe zoekt daarin naar alternatieven, doet voorstellen voor verandering en wijst op reeds bestaande initiatieven. Hij heeft het ook over onze reactie ten aanzien van agressie. Als op straat of in bus of tram iemand wordt lastiggevallen, kijken de meesten van ons verbijsterd om ons heen en vragen ons af waar de politie blijft en waarom niemand iets doet. Als oplossing van het probleem eisen we meer blauw op straat. Toen er in Brussel in het openbaar vervoer een dode viel, deed de journaliste Nina Verhaeghe (familie?), klagend over het verval der zeden, een oproep aan iedereen om zich als burger te gedragen en met zijn allen te reageren op onaanvaardbaar gedrag in plaats van er passief naar te staan kijken of weg te kijken. Om een cliché te herhalen: de maatschappij, dat zijn wij. Dus u ook. En ik ook.

Dit vergt moed. Maar dat is wat samenleven van ons vraagt. Paul Verhaeghe: „Schelden op internetfora volstaat niet, solidariteit en democratie vragen ook een collectieve reactie van bijvoorbeeld busreizigers op het moment dat een buschauffeur belaagd wordt – die buschauffeur zijn wij. [Nina] Verhaeghes voorstel is om een variant uit te denken van de Bob-campagne, liefst ook met een sleutelwoord om deze solidariteit te activeren.’

Het doet me denken aan een van mijn favoriete citaten van de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut: „There is no reason good can’t triumph over evil, if only angels will get organized along the lines of the mafia.”

In deze barre tijden heeft onze overheid natuurlijk geen geld voor een dergelijke campagne. Denk alleen maar eens aan de bedragen die de mensen van die ontwikkelbureaus durven te vragen. Daarom bied ik bij deze aan mijn steentje als burger bij te dragen en mee te denken over dit sympathieke voorstel.

Verhaeghe legt uit dat een goed sleutelwoord in staat is de onderbuik te ontsluiten. De onderbuik is de laatste jaren in een nogal ongemakkelijk daglicht komen te staan, maar dat ligt niet per se aan die onderbuik. Er is namelijk meer in die onderbuik waar dat vandaan kwam. Een goed sleutelwoord opent die deur in de onderbuik die de eigenaar ervan aanzet tot gemeenschappelijk en op de gemeenschap gericht positief handelen. Zonder er bij na te denken, bijna. Niet nadenken is meestal geen goed idee, maar ik moet erkennen dat solidariteit maar beter goed geworteld kan zijn. Als we elke keer eerst moeten nadenken of we iemand in nood al dan niet zullen bijstaan, dan weet ik niet of we veel verder zullen komen dan er, ieder voor zich, bij staan.

Verhaeghe wijst op het succes van de Bob-campagne, die ertoe geleid heeft dat er minder mensen onder invloed achter het stuur kruipen. Het sleutelwoord is hier ‘Bob’ en menig kroegentocht begint tegenwoordig met de vraag: ‘Wie is de Bob?’

Als we dit sleutelwoordprincipe willen toepassen op het activeren van die affecten in ons die ons de wil en de moed geven om er voor elkaar te zijn, welk woord is daarvoor dan het meest geschikt?

Als ik aan solidariteit denk, en als ik vervolgens probeer te bedenken waar ik niet koud maar warm van word als ik aan solidariteit denk, dan is een van de eerste beelden die mij te binnen schieten die van de Drie Musketiers. En voor ik het weet hoor ik hun uitroep: ‘Allen voor één! En één voor allen!’ Ik heb het boek niet eens gelezen, maar toch werken deze woorden in mij. En als ze in mij werken, dan werken ze vast ook in heel veel andere mensen, want zo origineel ben ik niet, aangezien ik, net als wij allemaal, een product ben van de samenleving waarin ik leef.

Zou een saamhorigheidsactiverend sleutelwoord daarom niet de uitroep (en oproep) ‘AVÉ!’ kunnen zijn, als in: ‘Allen Voor Eén!’ En de bijbehorende appellerende vraag dan niet: ‘Wie is de Bob, maar: ‘Wie is de EVA?’, oftewel: ‘Wie is de Ene Voor Allen?’

Dat laatste is eigenlijk een overbodige vraag. Wij allen zijn de ene. Ieder van ons heeft de sleutels in handen. Als het op solidariteit aankomt, zijn wij allemaal het haasje. Wij zijn allen de EVA.

AVÉ en EVA. Daar zullen niet alleen liefhebbers van de drie musketiers zich door aangesproken voelen, maar toch ook, schat ik zo in, minstens vele katholieken en feministen. En wie weet wie nog allemaal meer. Hoe meer zielen, hoe meer samenleving!

Excuses voor de vele uitroeptekens, maar ik begin hier in mijn eentje al behoorlijk enthousiast te raken. U met zijn allen ook?

Jan Drost is schrijver en filosoof

‘Een veilige samenleving vol angst’: Lees een interview met Paul Verhaeghe op nrc.nl/boeken