Damascus erkent: de opstand groeit

Het Syrische regime heeft gisteren erkend dat de opstand steeds groter wordt. „Het conflict heeft zijn meest ingewikkelde, moeilijkste, geografisch meest uitgebreide en gewelddadigste niveau bereikt”, zei gisteren de Syrische minister van Informatie, Omran al-Zohbi. Zohbi schreef deze ontwikkeling toe aan „de kwaliteit van de wapens” die de opstandelingen in handen hebben gekregen, aldus het staatspersbureau SANA.

De Syrische luchtmacht bombardeert plaatsen waar de rebellen zijn opgerukt, wat hun soms dwingt veroverde legerbases snel weer te ontruimen. Gisteren bombardeerde de luchtmacht twee posities van rebellen bij de Turkse grens. Honderden mensen vluchtten vervolgens de grens over. Bij de aanval werd een tentenkamp met de grond gelijk gemaakt dat een Turkse organisatie net binnen Syrië voor ontheemde Syriërs had opgezet. Volgens een activist kunnen de aanvallen te maken hebben met toegenomen leveranties van wapens aan rebellen vanuit Turkije.

Vandaag beginnen Turkse en NAVO-experts in het Turkse grensgebied te kijken waar Patriot-anti-raketraketten de komende tijd worden geplaatst, en hoeveel nodig zijn. Overigens blijft de Syrische bedreiging voor Turkije tot dusverre beperkt tot mortiergranaten die bij operaties tegen rebellen op Turkse bebouwing terechtkomen. Ankara heeft Syrische beschuldigingen verworpen dat plaatsing van de Patriots „provocerend” zou zijn.

In het noorden van Syrië hebben rebellen zich volgens oppositiebronnen meester gemaakt van de Tishreen-dam over de rivier de Eufraat. Daarmee, aldus deze bronnen, zijn de steden Aleppo en Raqa zo goed als volledig van de buitenwereld afgesneden.

Tegelijkertijd versterken de rebellen hun greep op gebied ten oosten en noordoosten van de hoofdstad Damascus. „We zien het begin van het beleg van Damascus”, zei een oppositie-activist. Daarvan is geen onafhankelijke bevestiging.

De opstand tegen het regime heeft tot dusverre naar schatting meer dan 40.000 mensen het leven gekost sinds hij in maart 2011 begon. (Reuters, AFP, AP)