Brieven & Tweets

Dit is de brievenpagina van NRC Handelsblad. U bent van harte uitgenodigd om bij te dragen aan deze pagina. Stuur een brief naar opinie@nrc.nl, of richt een tweet aan @nrc_opinie.

Het waren geen leugens over de witte spelling

Wim Daniëls geeft de Nederlandse Taalunie een veeg uit de pan (‘Het Groene Boekje liegt over zijn witte spellingsrivaal’, Brieven, 23 november). Zijn betoog in een notedop: de NRC-taalbijlage van 21 november bevat een leugenachtig stuk over de groene spelling. Daar zit vast de Taalunie achter.

Ik kan deze veronderstelling ontkrachten: ik ben de auteur van dat artikel. Ik ben niet de Taalunie, ik schrijf taaladviesboeken en ontwikkel schrijftrainingen voor het Taalcentrum-VU. Daarom had de redactie van de taalbijlagen mij gevraagd een artikel te schrijven over de officiële spelling versus de witte spelling. Jammer genoeg is dat stuk verkort en zonder auteursnaam in de krant terechtgekomen, maar leugens bevat het noch in de volledige, noch in de verkorte versie.

De witte spelling is een sympathiek initiatief. Als veel mensen de officiële spellingsregels lastig vinden, waarom zou je dan niet wat liberalere spellingsafspraken maken? Toch is het de vraag of taalgebruikers niet méér gediend zijn met officieel vastgelegde spellingseenheid dan met de keuzevrijheid van een spellingsalternatief. Mijn artikel illustreert dat zelfs de verklaarde voorstanders van ‘wit’ (zoals NRC Handelsblad) zeven jaar na de groen-witte spellingstwisten de voorkeur lijken te geven aan de woordbeelden die in de praktijk domineren – die van de officiële spelling. „Een kleine steekproef in de krantenarchieven wekt de indruk dat de witte media opschuiven naar groen”, schreef ik in de volledige versie van mijn artikel. Dit houd ik onverkort staande.

Eric Tiggeler

Schrijver van taaladviesboeken, Hilversum

Bij Arminius komt men wel degelijk voor debat

Willem Schinkel en Marguerite van den Berg beklagen zich dat Rotterdam het debatcentrum De Unie sluit ten gunste van Arminius, en daarmee het hoogopgeleide publiek en zijn debatcultuur laat vallen. De auteurs presenteren evenwel een aantal cruciale onwaarheden.

De Unie in Debat organiseerde in 2011 zo’n zestig evenementen, met in totaal 4.000 bezoekers. Arminius ontving dat jaar 3.500 bezoekers op 25 bijeenkomsten. De suggestie in het artikel dat de helft van de debatbezoekers van Arminius op de Open Monumentendag het gebouw komt bewonderen, is onjuist en tendentieus. Het waren er 750. Deze zijn niet meegenomen als debatbezoekers.

Verder suggereren de auteurs dat het veelal externe partijen zijn die bij Arminius debatten organiseren, met name de Unie in Debat. Dit is niet juist. Vanwege de onderlinge concurrentie organiseert de Unie in Debat al jaren geen debatten meer in Arminius.

Vorig jaar waren in Arminius zo’n twintig debatten ‘eigen programmering en coproducties’ en vijf van ‘externe partijen’. Deze laatsten nemen dus een minderheid van de debatten voor hun rekening. Arminius staat veel meer op gelijke voet met de Unie in Debat dan dat het een monument is dat zalen verhuurt. Door een verdubbeling van de subsidie voor Arminius zal ook de debatfunctie verdubbelen. De debatfunctie van de Unie in Debat wordt voor een groot deel vervangen.

Hans Kennepohl

Artistiek leider van debatcentrum Arminius, Rotterdam

Wij ouderen zijn actiever dan het SCP denkt

Wijlen mijn moeder placht te zeggen dat de toon de muziek maakt. Als ze gelijk had, en dat had ze, is de toon van het artikel over het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over de noden van ouderen (on)behoorlijk vals en deugt dus de muziek niet, althans de muziek die opklinkt uit de bespreking in NRC Handelsblad van 20 november.

Het SCP vindt dat ouderen met minder pensioen toe kunnen. Waarom zouden ze een nieuwe computer willen of behoefte hebben aan een avondje uit? De werkelijkheid is anders. Ouderen zijn actief op veel terreinen. Mijn vrouw (68) is voorzitter van de vereniging van eigenaren van ons appartementencomplex. Dit doet ze vrijwillig. Het is bijna een voltijdbaan. Als ze werkende bewoners voor het bestuur vraagt, zeggen die dat ze geen tijd hebben, omdat ze een baan hebben. Het hele bestuur bestaat uit gepensioneerden. Ook de meeste vrijwilligers zijn 65+.

Zelf (71) werk ik nog de volle werkweek, voor opdrachtgevers die me vragen en keurig betalen. Veel ouderen doen – onmisbaar – vrijwilligerswerk of passen op kleinkinderen, opdat de ouders kunnen werken. Ik ben voorstander van het verlengen van de AOW- c.q. de pensioengerechtigde leeftijd en ik zal niet mopperen over de 30 procent die ik de komende jaren mag inleveren, maar ik ben niet gediend van dit soort neerbuigende oordelen van een instelling die pretendeert wetenschappelijk te zijn.

C.H. Slechte

Schiedam

Wij zouden de computer niet willen missen

‘Gepensioneerden kunnen met minder toe dan we denken’, is de uitkomst van de enquêtelijsten die zijn verzameld door Arjen Soede van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Een ‘gemiddelde’ 75- jarige heeft minder belangstelling voor de computer of een avondje uit, en geeft dus minder geld uit dan een jongere gepensioneerde. Ik waag te betwijfelen of deze enquête representatief is voor onze leeftijdsgroep.

Mijn man en ik, respectievelijk 73 en 78 jaar, herkennen zich niet in dit beeld. Na een druk leven – mijn man heeft vijftig jaar gewerkt in zijn eigen bedrijf en ik 42 jaar in het onderwijs – gaan we graag een avondje uit. De computer zouden we niet graag missen. We zijn we geregeld met onze kennissen op de golfbaan.

Mag dit niet meer? Mogen we niet genieten van ons opgebouwde pensioen? Wie bepaalt hoe ons uitgavenpatroon eruit mag zien? Toch zeker niet het SCP? Natuurlijk zal het pensioenfonds zijn verplichtingen moeten nakomen. Schiet de indexering erbij in, dan is dat jammer. Klagen? We groeiden op in de oorlogsjaren, in de Randstad, met als toetje de hongerwinter. We gingen naar bed met een warme kruik en ijsbloemen op de ramen. Mijn generatie klaagt niet zo gauw, maar zet ons niet weg als afgeschreven groep, die je een zakcentje toestopt.

Tineke de Wit

Hardenberg

Als de pensioenfondsen hun taak maar weten

Onaangenaam verrast was ik bij het lezen van het artikel ‘Ook tevreden met minder pensioen’. Het artikel is geschreven naar aanleiding van een studie over de noden van ouderen van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Arjen Soede, onderzoeker bij dit – naar ik hoop – toch wetenschappelijke en onafhankelijke onderzoeksbureau, doet wel erg politiek getinte uitspraken.

Hopelijk weten pensioenfondsen beter wat hun taak is: de ingebrachte pensioengelden goed beheren en, later, overeenkomstig gemaakte afspraken, uitkeren aan de rechtheb benden, ongeacht hun leeftijd of veronderstelde behoeften.

Ingrid Visser

Aerdenhout

Eppink gaf mijn column niet helemaal juist weer

De weergave van de strekking van mijn column op de website van de Volkskrant door Derk Jan Eppink (Opinie, 20 november) behoeft enige correctie. Mijn vergelijking tussen Eppink en Trump berustte niet op het volstrekt legitieme feit dat beiden op een zege van Romney hoopten, maar op het feit dat een nederlaag nagenoeg hun voorstellingsvermogen te boven ging.

Thomas von der Dunk

Amsterdam

Laat Geldersch Landschap zelf die keuken beheren

Op het prachtige initiatief van Reinildis van Ditzhuyzen reageert Geldersch Landschap op kenmerkende wijze (Brieven, 20 november). Voorbijgaand aan de essentie en urgentie van de oproep tot behoud van hedendaagse geschiedenis op een historische plek verwijst Jeanine Perryck naar een organisatie met keukenspecialisme. Mevrouw Perryck, daar wringt de schoen: omdat die organisatie niet bestaat, en vooral omdat de keuken buiten de huidige context niet de waarde heeft die Van Ditzhuyzen er terecht aan geeft, moet Geldersch Landschap/Geldersche Kastelen op grond van haar eigen statuten deze organisatie zijn.

Stijn Braches

Amsterdam

Stones lieten me genieten

Over de waarde van de Stones hoeft niet diep nagedacht te worden. In de afgelopen vijftig jaar hebben zij miljoenen fans laten genieten van hun muziek. Bij het uitkomen van een nieuwe lp of cd van de Stones leefde je als fan daarnaartoe. De Stones kwamen optreden; dat bracht opwinding teweeg, er stond iets te gebeuren. Goede artiesten weten die gevoelens bij hun publiek op te roepen. Dat is hun waarde.

De schrijver van het ingezonden stuk bedankte NRC Handelsblad voor „uw goed geschreven artikel over The Rolling Stones” (door Hester Carvalho in NRC Handelsblad van 16 november). Dat was een onzinnig stuk, voornamelijk over het uiterlijk van Mick Jagger. De andere bandleden kwamen niet in beeld. Dit is wat Keith Richards altijd dwars zat: de Stones zijn niet alleen Mick Jagger.

Ton Remmers

Amsterdam