Betoverd door Bartoli’s flair en geflirt

Cecilia Bartoli zondagavond in het Amsterdamse Concertgebouw Foto ANP

Cecilia Bartoli, mezzosopraan. Mmv Kammerorchester Basel. Gehoord: 25/11 Concertgebouw Amsterdam. Cd ‘Mission’ verschenen op Deutsche Grammophon.

Operacomponisten uit de Barok schreven vaak niet voor de eeuwigheid. Hun muziek gaf zangvirtuozen bovenal een middel in handen een show-off van hun kunnen te geven.

Niet voor niets is het een superster als Cecilia Bartoli die zich al jaren opwerpt als ambassadrice van onbekend barokrepertoire. Na projecten met Vivaldi en Salieri staat nu Agostino Steffani (1654-1728) op het programma: een geheimzinnige, hybride persoonlijkheid die niet alleen tal van opera’s schreef, maar ook priester was en diplomaat aan de Duitse hoven.

Bartoli’s expressieve palet behoort nog altijd tot de rijkste ter wereld. Rabiate hartstocht, snikkende droefenis, lyrische vervoering, bijtende spot: alles verklankt ze op het scherp van de snede. Maar bij Bartoli is er meer dan alleen expressieve rijkdom. Vooral haar creatieve vreugde en oprechte overgave scharen haar onder de grootste musici van onze tijd.

„Het menselijke equivalent van een nachtegaal” is Bartoli vaak genoemd, wier techniek algemeen geldt als een fenomeen op zichzelf. Haar onnavolgbare coloraturen, spatzuivere intonatie en oneindige kleuringen binnen één en dezelfde toon brachten ook gister weer menig fan het hoofd op hol.

Bartoli behoort tot de zeldzaam geworden klassieke artiesten die in staat zijn een zaal tot uitzinnigheid te drijven. Haar stralende podiumprésence en voortdurende flirt met het publiek brengt de verhitte atmosfeer van de achttiende-eeuwse Italiaanse operahuizen in herinnering.

Een betere pleitbezorger had Agostino Steffani zich dan ook moeilijk kunnen wensen. Sterfscènes, liefdesverklaringen en strijdkreten klonken alle even meeslepend. Ook Steffani’s theatrale grappen zijn aan Bartoli goed besteed. In A facile vittoria speelde ze een aanstekelijk kat-en-muis-spel met de trombonist. In Palpitante sfere belle liet ze zich op hilarische wijze wegzakken in een bedwelmende slaap.

Zelfs Bartoli’s overgave kon echter niet verbloemen dat Steffani’s muziek het niveau van conventies slechts zelden te boven komt. Een verademing waren dan ook haar toegiften van Händel. De zeggingskracht en diepgang van diens Lascia ch’io pianga stelde al het voorgaande pardoes in de schaduw.

Merkwaardig was ook Bartoli’s keuze voor het Kammerorchester Basel. Op hun historische instrumenten slaagden de musici er niet in haar dramatische intensiteit ook maar van verre te evenaren. Het resultaat was een merkwaardige kloof tussen Bartoli’s bloedstollende hartstocht en een nogal kortademig, haast futloos orkestgeluid.

Maar de massaal toegestroomde fans kon dit alles weinig schelen. Die kwamen voor Bartoli en vielen voor Bartoli. En ze pinkten een traan weg toen ze zwaaiend weer verdween in de nacht.