We zijn allemáál politici

Politici krijgen in Europa ten onrechte alle schuld voor de crisis, zegt de Spaanse filosoof Fernando Savater. Zijn al die burgers zoveel beter? Doe wat!

Fernando Savater schrok niet toen hij dit jaar langsging op drie middelbare scholen in Madrid en Zaragoza. Spanjes bekendste filosoof had wel verwacht dat de jongeren een pessimistische wereldbeeld zouden hebben. De economische crisis dendert al vijf jaar door. ‘De politiek’ wordt door Spanjaarden aangewezen als hun twee-na-grootste zorg – na de economie en de hoge werkloosheid. Savater zocht de jongeren op om hen te confronteren met een ongemakkelijke boodschap: alleen maar klagen helpt niet. Kijk ook naar je eigen zwakheden, en kom in actie.

Als de leerlingen begonnen over politici, die allemaal corrupt zouden zijn, vroeg hij bijvoorbeeld wie er wel eens illegaal muziek of films downloadde op internet, vertelt Savater. „Want mensen zien wel de corruptie van de buurman, maar zelf laten ze hun woning zwart opknappen of ontduiken ze de btw. En die jongeren zien zelf internet als een middel om te stelen. Ze zien het zelfs als iets sympathieks. Terwijl ze anderen beschuldigen van corruptie.”

Twintig jaar geleden publiceerde Savater Ética para Amador, in Nederland vertaald als ‘Het goede leven’. Daarin legde hij aan zijn toen 15-jarige zoon allerlei ethische kwesties uit. Zijn Ética was bedoeld om te gebruiken in het schoolvak Ethiek, maar groeide uit tot een internationale bestseller. Om de twintigste verjaardag te vieren, gaf Savater ethiekles op de scholen. Het verslag hiervan legde hij vast in het boekje ‘Ética de urgencia’, dat deze maand uitkwam.

Uit de vragen van de jongeren klinkt grote bezorgdheid.

„Op dit moment zijn er eerlijk gezegd weinig redenen voor optimisme in Spanje. Die jongeren krijgen via radio, tv en kranten constant alarmberichten binnen die wanhoopgevend zijn over wat hun wacht en wat ze later kunnen gaan doen. Ze willen het niet slechter hebben dan hun ouders. Ze zien dat zaken die altijd voor blijvend en vast werden aangenomen, in twijfel worden getrokken. Verworven rechten en sociale zekerheden. Van alles.

„Ze zien thuis bezorgdheid. Velen van hen hebben familieleden die werkloos zijn. In de meeste gezinnen is er wel iemand werkloos. Een van de redenen waarom we hier nog geen volksopstand zien, ondanks alle sociale problemen, is de familie, waarop men terug kan vallen. Maar dit houdt langzaamaan op. Die jongeren zien dit allemaal. In families, huizen naast hen, of bij vrienden.”

Was u verbaasd over hun wantrouwen in de politiek en de democratie?

„Wel, dit is een discours dat stevig gevestigd is in de media. Men zoekt naar politici als verantwoordelijken voor deze crisis. Alsof wij in een democratie niet allemáál politici zijn. De politici die we hebben, zijn gekozen door de overige politici: wij burgers. En uiteindelijk is de democratie niet zoals een bedrijf dat een tijdje winst oplevert en dat je weer kan opdoeken als het te veel moeite kost, problemen oplevert, of ons boos maakt. Ik wilde die kinderen uitleggen dat al die politici niet van een andere planeet komen, maar dat ze voortkomen uit en gekozen zijn door de eigen samenleving.”

Waarom ontbreekt deze zelfkritiek?

„Die ontbreekt omdat in Spanje iedereen lang tevreden was met het systeem dat we hadden. We hadden tien, vijftien jaar lang het gevoel dat we allemaal miljonairs konden worden of op z’n minst zo konden leven met geleend geld. Maar de banken die eerst zo makkelijk uitleenden, worden nu ineens strenger en willen uiteindelijk hun geld terug. De vastgoedzeepbel die een bron van makkelijk geld was, loopt leeg en blijkt bedrog te zijn geweest. Er was geen werkelijke basis voor onze rijkdom.”

De bedrieger was daarbij niet slechter dan de bedrogene?

„Natuurlijk zijn er bankiers en projectontwikkelaars geweest die onverantwoord hebben gehandeld. Maar dit maakt niet dat de rest van ons allemaal onschuldig was. Iedereen vond dit prima, zolang ze er financieel beter van werden. Pas toen de zaken verslechterden, merkte men dat het onhoudbaar was. En ging men de gebreken van de ander bekritiseren, zonder naar de eigen te kijken.

„De banken hadden meer professionele ethiek moeten tonen. Maar al die onwetende klanten die zich nu voordoen als slachtoffers, zijn allemaal meerderjarig, hebben stemrecht, kunnen luisteren naar hun politici. Als we nu doen alsof de helft, driekwart van de samenleving ontoerekeningsvatbaar is, dan moeten we de democratie heroverwegen. Die is er op gebaseerd dat iedere volwassene verantwoordelijk is en voor zichzelf kan beslissen. Burgers moeten beseffen dat zij zelf ook politici zijn en dat niemand van buiten hen komt redden.”

U trok in uw les een vergelijking met de Franco-dictatuur toen iedereen over het regime klaagde, maar Franco toch oud in zijn bed stierf.

„In die jaren hoorde je in de kroeg mensen klagen en fluisteren over Franco. Dat het onuitstaanbaar was en dat dit geen leven was. Franco lag ondertussen rustig in zijn bed. De mensen foeterden, maar daarna gingen ze naar huis, verroerden geen vin, gingen niet in het clandestien verzet. Nu we democratie hebben, geloof ik niet dat we moeten blijven handelen zoals onder de dictatuur. Niet alleen maar in de kroeg blijven praten hoe slecht de dictator is, maar iets gaan doen om de omstandigheden te veranderen.”

Is dit gebrek aan democratische betrokkenheid een erfenis van die dictatuur?

„Nee, daarvoor is het al te lang geleden, daarvoor is Franco al te veel jaren [37, red.] dood. Misschien was dit zo twintig jaar geleden, vandaag de dag niet. Nu is juist het tegenovergestelde het geval: mensen denken dat iedereen behalve zijzelf maar zijn best moet doen voor hen. Ze nemen de verworvenheden van de democratie en de welvaartsstaat voor gegeven, de rechten, de zekerheden, de baanbescherming. Dat deze allemaal onaanvechtbaar en onaanraakbaar waren, dat je er niet voor hoeft te betalen. Dat het een geschenk uit de hemel is, dat er eeuwig zal zijn. Dit heeft gemaakt dat we het nu onverdraaglijk vinden dat we ons met politiek moeten inlaten. Ook al zijn er wel steeds meer mensen die doorkrijgen dat ze niet altijd toeschouwer kunnen blijven. Dat je je wel met de politiek moet bemoeien, omdat die zich anders met jou komt bemoeien.”

De indignados, de ‘verontwaardigden’ die de straat opgaan, zeggen dit te willen, maar zij klagen dat de markten, Europa, Duitsland, het aloude tweepartijenstelsel de democratie gijzelen.

„Verontwaardiging moet geen doel zijn, het is een vertrekpunt. Het volstaat niet langer om boos te zijn. Een probleem is dat de media amper aandacht geven aan kleinere en nieuwe partijen, omdat ze loyaal zijn aan een van de twee grote oude partijen. De protesten hebben hierdoor alleen nut voor de media. Die geven er veel of weinig aandacht aan, al naar gelang van wie er regeert en hun eigen ideologische lijn.

„Maar intussen maakt niemand zich druk of de slogans van de manifestaties wel ergens op slaan, of er voorstellen worden gedaan. Hiervan profiteren op dit moment de radicalere, vooral regionationalistische partijen, zoals in Baskenland en Catalonië. Die komen nu sterker op als protest tegen de traditionele partijen.”

Waar kunnen al deze trends toe leiden?

„Vrije mensen moeten zich niet afvragen wat er gaat gebeuren, maar wat zij zelf kunnen doen. Welke maatregelen nemen we, hoe moeten we ons mobiliseren om niet toe te laten dat het land leeg bloedt tussen de crisis en het regionationalisme?”

    • Merijn de Waal