Te dure eisen in de EU-top

De EU moet eindelijk bezuinigen op landbouw en het geld steken in activiteiten die wel banen opleveren, betoogt

Michiel Servaes.

Verrassend was het niet, teleurstellend wel. De top over de verdeling van de slordige duizend miljard euro van de Europese meerjarenbegroting 2014-2020 eindigde zonder resultaat. Volgens premier Rutte, die „met een geladen pistool op zak” naar Brussel was afgereisd, zouden de partijen er begin volgend jaar alsnog uit moeten komen. De grond voor dat optimisme is vooralsnog onduidelijk. Vooral in de door de Tweede Kamer gevraagde modernisering lijkt er weinig perspectief.

Na twee dagen onderhandelen leek de situatie vrijdagmiddag een beetje op wat in westerns wel een Mexican standoff genoemd wordt: een confrontatie tussen drie partijen die voor alle betrokkenen slecht dreigt af te lopen. Een groep lidstaten, waaronder Nederland, wil de omvang van het budget beperken. Terecht, want in een tijd waarin regeringen pijnlijke keuzes maken, kunnen Europese uitgaven niet blijven doorgroeien. Lijnrecht daartegenover staan de landen die hun subsidie-inkomsten uit Brussel ten minste op peil willen houden. In de derde hoek staan de Europese Commissie en het Europees Parlement, die zich voorgenomen hebben om eindelijk hun federale droom van Europese belastingen waar te maken. Van modernisering komt bitter weinig terecht. Bijna 40 procent van het budget gaat nog altijd naar landbouw. Bij de miljardensteun die de agrariërs in de loop der decennia hebben ontvangen, steken zelfs de recente bail-outs van de financiële sector schril af. En dat terwijl het grootste deel van de landbouwsector de concurrentie op de wereldmarkt prima aan zou kunnen. Ook de doelmatigheid van andere EU-uitgaven laat te wensen over, zo concludeerde de Europese Rekenkamer onlangs nog.

Dat is doodzonde. Slimme keuzes binnen het EU-budget kunnen wel degelijk de groei en banen opleveren waar miljoenen Europeanen zo naar snakken. Zo concludeerde de Rekenkamer in hetzelfde rapport bijvoorbeeld dat het programma voor grensoverschrijdend onderzoek en ontwikkeling maar liefst 1 procent extra groei en bijna 1 miljoen nieuwe banen oplevert. Ook Europese investeringen in infrastructuur (transport, energie, digitaal) en duurzaamheid bieden schaalvoordelen en laten vergelijkbare resultaten zien. In programma’s waar Europa een meerwaarde heeft boven nationale activiteiten moeten we extra investeren, ten koste van besparingen op uitgaven die niet of te weinig renderen.

Precies deze doelstelling is opgenomen in het regeerakkoord. Anders dan het vorige kabinet, dat onder druk van de CDA-achterban niet durfde te snijden in de subsidiepotten voor boeren, heeft Rutte II zich expliciet gecommitteerd aan de modernisering van de EU-begroting. In een motie die ik namens de Partij van de Arbeid en met steun van VVD, D66 en GroenLinks indiende, werd de regering opgeroepen om te strijden voor de verschuiving van ten minste 70 miljard euro naar innovatie, infrastructuur en duurzaamheid.

Over het opbreken van de onderhandelingen worden geen nadere mededelingen gedaan. Maar wat blijkt uit een uitgelekt onderhandelingsdocument van voorzitter Van Rompuy? De fondsen blijken juist de andere kant op te zijn geschoven: 10 miljard extra naar cohesiefondsen, 8 miljard extra naar landbouwsubsidies en 13 miljard minder naar groei bevorderend beleid. De landbouwgelden komen ook nog eens volledig ten goede aan inkomenssteun.

Als het beeld uit het gelekte document klopt, is er nog veel werk te verzetten. Wanneer Van Rompuy aan een nieuwe consultatieronde begint, moet duidelijk zijn dat Nederland alleen een akkoord accepteert dat niet alleen sober, maar ook stevig hervormd is. Een status quo is niet acceptabel. Schaarse Europese middelen moeten worden ingezet om groei en banen te genereren. Premier Rutte kan bij zijn volgende bezoek aan Brussel beter geen pistool meer op zak steken, maar dient een overtuigend pleidooi te houden voor voor een moderne EU-begroting.

Michiel Servaes (PvdA) is Tweede Kamerlid en woordvoerder over Europa.