Taalboeken voor Sinterklaas

Illustratie Ank Swinkels

Sinterklaas is weer in het land en traditioneel besteedt deze rubriek dan aandacht aan de leukste, interessantste en nuttigste taalboeken.

Het zijn er veel, dus we moeten ons beperken tot korte signaleringen. Wat opvalt is dat je, in deze oogst, drie typen taalboeken kunt onderscheiden: vooral bedoeld om te amuseren, te informeren of om de taalbeheersing te vergroten.

Succesvolle nieuwe verschijning in de rubriek amusement: Mieters van Wim Daniëls (paperback, 236 blz., €14,90). Na een korte inleiding beschrijft Daniëls in alfabetische volgorde honderden woorden die in de jaren vijftig ontstonden of in de mode raakten, van ABC-wapens tot zodoende (toen een modewoord). Hij besluit met enkele columns, onder andere over reclameslogans („Ik wil Bolletje”, 1952). Vlot geschreven en fantastisch omslag.

In De kroon op de vuurpijl (paperback, 96 blz., €9,95) hebben Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar vierhonderd versprekingen samengebracht die zijn verzameld via hun populaire Twitteraccount @verhaspeling. Ze staan in alfabetische volgorde, van een aanfluiting van een cent tot iemand de zwartepiet in de schoenen schuiven. De bron staat erbij, gevolgd door een korte uitleg (de onthaspeling). Meestal gaat het om uitdrukkingen die door elkaar zijn gehaald.

Paulien Cornelisse heeft met En dan nog iets (paperback, 222 blz., €12,50) een nieuwe bestseller, na het megasucces van Taal is zeg maar echt mijn ding. Dit vervolg verscheen echter al voor de zomer, dus de meeste taalliefhebbers hebben het vast al in huis.

In Taaltoerisme (ingenaaid, 175 blz., €16) beschrijft journalist Gaston Dorren „feiten en verhalen over 53 Europese talen”. Hij doet dat zo enthousiast dat je moeiteloos blijft lezen over bijvoorbeeld het Albanees van de Late Middeleeuwen. Wat ook helpt, is dat zijn stukken kort zijn: twee of drie bladzijden. Kort maar informatief.

In Door de bril van de taal (paperback, 344 blz., €29,99) onderzoekt de Israëlische taalwetenschapper Guy Deutscher (voorheen hoogleraar in Leiden) welke effecten talen hebben op ons denken en waarnemen. In hoeverre vertekent taal, als een lens, onze kijk op de wereld? Het levert een prikkelend boek op, uitstekend vertaald door Felix van de Laar.

Onlangs al genoemd in deze rubriek, dus korter dan kort: Alles wat je altijd al had willen weten over taal. De taalcanon (paperback, 246 blz., €25). In dit boek geven academische deskundigen antwoord op vijftig „verwonderende taalvragen”, zoals: „Veranderen nieuwe media de taal?” (veel minder dan menigeen vreest.)

Daarmee zijn we aanbeland bij de educatieve taalboeken. Met ouderwetse dikte: de vijfde editie van de Schrijfwijzer van Jan Renkema (ingenaaid, 590 blz., €37,50). Dit is een grondig naslagwerk, met een inhoudsopgave van vijf pagina’s (7.1.1 Vervoegingen; 7.1.2 De vorm van de persoonsvorm; 7.1.3 ‘Hebben’ of ‘zijn’, enz.), maar je vraagt je af of er nog een markt is voor dit soort boeken die alleen al door hun omvang de indruk wekken dat het Nederlands een onneembare vesting is.

Die markt blijkt er zeker voor bijvoorbeeld Check je tekst. Tips en checklists om snel beter te schrijven van Eric Tiggeler (3de editie, paperback, 108 blz., €12,95) en voor Schrijven voor het beeldscherm. Scoren met tekst op internet, intranet en in sociale media van Willem Hendrikx (6de, herziene editie, paperback, 190 blz., €29,95).

Ook Hoe bereidt je een paard? & andere onuitroeibare taalfouten van Friederike de Raat is kort en krachtig (paperback, 112 blz., €10) – vol praktische taaladviezen. Dat laatste boekje is overigens een uitgave van de NRC.

Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.