Soepele grooves bij Tingvall Trio

Tingvall Trio. Gehoord: 23/11 North Sea Jazz Club, Amsterdam.

De jazz van het Tingvall Trio heeft de verende tred van gympies met luchtkamers erin. Het is modern, dansend licht en rekbaar, maar heeft toch voldoende substantie voor een inhoudelijk sterk verhaal.

Tingvall Trio wordt wel een van de grote beloftes van de Europese jazz genoemd, en dat is niet onterecht. De internationale band rond de Zweedse pianist Martin Tingvall, met de Cubaanse contrabassist Omar Rodriguez Calvo en de Duitse drummer Jürgen Spiegel brengt bij ieder optreden opwinding teweeg.

In de North Sea Jazz Club werden weer heel wat bruggetjes geslagen tussen jazz en pop. Duidelijk beïnvloed door de daarin trendsettende band E.S.T. van de te vroeg overleden Zweedse pianist Esbjörn Svensson, kwam dat vooral door de kraakheldere, beelden oproepende melodieën van pianist Tingvall. Hij bracht ze volgens een bijna voorspelbaar patroon: een melodielijn, de pianohook, die langzaam meer zijtakken kreeg, en ontlaadde in climaxen van wanorde met brede, hard aangeslagen akkoorden. Het is jazzprecisie, mét wat bluf.

Daarop haakten de andere twee in: de bas in soepel draaiende grooves of in harmonie met de piano als sfeerbewaker. En drummer Spiegel met zijn buitengewoon decorerende drumstijl, die ingenieus vlechtwerk smeedt die de dromerige sfeer optilt.

Het intuïtief spelende trio deed voor dit concert een greep uit zijn vier cd’s, met de nadruk op het recente album Vägen (Wegen) – passend bij een roadtrip in een verlaten streek. Met catchy opener Sevilla kon het publiek zich meteen overgeven aan een betoverende groove. Dat het trio houdt van een rockcadens blijkt in stukken als Tvëklost, terwijl Mjau (Miaow) een kattenode werd in een uit de bocht vliegende calypso.