Purcell bloeit in huiskamersfeer

De IJ-Salon met oa The Fairy Queen van H. Purcell. 24/11 Muziekgebouw aan ‘t IJ, A´dam. Info: www.ij-salon.nl

Hoeveel klassieke concerten zijn er waar tijdens een gevoelige Purcell-aria het aroma van geplette jeneverbessen de zintuigen wakker schudt? Waar een bariton zingt in z’n boxer, waar homemade koekjes worden gepresenteerd en waar kinderen loten om wie er gratis naar het Koninklijk Concertgebouworkest mag?

De IJ-Salon werd enkele jaren gelanceerd als onorthodoxe vrijplaats voor en door altviolist Michael Gieler en zijn collega’s uit het Concertgebouworkest: samen lekker kamermuziek maken in een setting (het Muziekgebouw aan ‘t IJ) die verrast, moderne muziek brengen naast gekend repertoire, nooit tevoren het programma verklappen en vooral zo veel mogelijk verwarring en verstrooiing scheppen in zo min mogelijk tijd. Vaak werken solisten en dirigenten die toch al door het Concertgebouworkest zijn genood, óók mee.

De ‘salon’ van deze zaterdag was typerend van opzet. De Five interludes van Bart de Vrees bleken een effectvolle maar in de afwisseling tussen ijle hoogten en grommig gewoel weinig uitgesproken opmaat tot Purcell. Diens meesterlijke Fairy Queen (arr. Henk de Vlieger) werd doorsneden met door dramaturg Carel Alphenaar geestig hertaalde en levendig gespeelde fragmenten uit Vondels Jozef In Egypte. Sopraan Nora Fischer (dochter van dirigent Iván) droeg de middag met puurheid en présence. Met haar strakke stem weet ze te ontroeren maar haar grootste kracht is haar ‘naturel’; niet klassiek, niet barok, niet jazzy, maar in staat tot alles.

Na de pauze klonken encores van Bartók, Strauss en Beethoven. Vlekkeloos? Niet steeds. Maar de middag bracht in deze opzet wel een warme huiskamersfeer in een bomvol en opvallend enthousiast Muziekgebouw – wat nog eens onderstreept dat ook in de klassieke muziek een grote behoefte leeft aan dit soort melanges van kwaliteit en ongedwongenheid.