Pionier in performancekunst

Moniek Toebosch wilde steeds nieuwe disciplines ontdekken. Haar leven lang bleef ze haar publiek verrassen met gedurfde, radicale optredens.

Moniek Toebosch, 1984 Foto: Leo van der Kleij/Hollandse Hoogte 00100773 Leo van der Kleij/Hollandse Ho>

Ze was de bedenkster van misschien wel het mooiste kunstwerk in de openbare ruimte dat Nederland ooit gekend heeft. Wie tussen 1994 en 2000 op de dijk tussen Enkhuizen en Lelystad reed en daar afstemde op de frequentie 98.0 FM, kon luisteren naar de Engelenzender van Moniek Toebosch. IJle, haast buitenaardse tonen klonken door de ether, voortgebracht door de stemkunstenaar zelf. Met het water van het IJsselmeer links en rechts en de Hollandse wolkenlucht boven je, was het alsof je rechtstreeks de hemel in reed.

Moniek Toebosch, geluidskunstenaar, theatermaker, performer, mezzosopraan en kunstdocent, is zaterdag op 64-jarige leeftijd overleden. In 2008 had ze te horen gekregen dat ze longkanker had en dat haar nog maar drie maanden restten. Door nieuwe medicijnen wist ze de naderende dood ruim vier jaar uit te stellen, tot afgelopen weekeinde. Ze had eigenlijk geen tijd voor „die flauwekul” van ziek zijn, zei ze vorig jaar nog in de documentaire Wie ik was voordat ik was van Babeth Vanloo. Er waren nog te veel projecten die ze moest afmaken.

Moniek Toebosch, dochter van componist Louis Toebosch, was een kunstenaar die alles leek te kunnen. Ze was in de eerst plaats een pionier in de performancekunst, maar ze maakte ook geluidswerken, ze schilderde, acteerde, was lid van de Raad van Cultuur en een geliefd docent op de Rietveld Academie, de AKI en de Rijksakademie. In 2002 richtte ze uit onvrede met het politieke klimaat een politieke partij op die alleen op internet bestond: de Ideale Partij. Ook ijverde ze voor een bank speciaal voor kunstenaars. En van 2004 tot 2008 was ze directeur van de postacademische theateropleiding DasArts.

„Ik ga op verkenning en als ik alles ken, trek ik weer verder – als bij landje-pik”, zei Toebosch in een interview in deze krant over die behoefte om steeds weer nieuwe disciplines te ontdekken. Tijdens haar academietijd, in 1969, leerde ze filmmaker Frans Zwartjes kennen. Met haar donkere haren en haar met kohlpotlood aangezette ogen werd de 21-jarige Toebosch zijn muze. In twee jaar tijd speelde ze in films als Spare Bedroom, Eating, Seats Two, Spectator en Behind your walls.

Belangrijk was ook, in de vroege jaren zeventig, de kennismaking met het werk van John Cage: „Een bevrijding in hoe je om kunt gaan met geluid”, aldus Toebosch. Vanaf dat moment durfde ze te experimenteren met zang, ze ging gillen, schreeuwen, improviseren. „Cage wees me op dingen die ik me niet realiseerde. Een van zijn mooiste vragen luidt: Wat is muzikaler? Een vrachtauto die langs een muziekschool rijdt of een vrachtauto die een fabriek passeert? Ik vond het een ontdekking dat je zo over muziek kon denken. Dat alles kan, als je de grenzen maar durft te verkennen.”

Zelf schreef Toebosch muziekgeschiedenis toen ze in 1983 door de VPRO gevraagd werd om vier live uitzendingen vanuit theater Carré te presenteren in het kader van het Holland Festival, onder de titel Aanvallen van uitersten. Tijdens een van de avonden ontstond er chaos nadat dirigent Ivan Fischer het NOS Omroeporkest tijdens Wagners Prelude had gedwongen te stoppen, omdat hij meende dat het publiek de muziek niet serieus nam. Toebosch, die Wagners aria Der Liebestod nog moest vertolken, kwam in een gewaagde outfit het podium op terwijl de muzikanten al aan het inpakken waren. Ze wist een tiental musici ervan te overtuigen om te blijven en samen met haar het stuk toch uit te voeren. „Zal ik hem dirigeren én zingen?” Wat ze vervolgens ook onverschrokken deed, in haar blote billenjurk, live te zien in zo’n beetje iedere Nederlandse huiskamer.

Tot het eind van haar carrière toe bleef Toebosch haar publiek verrassen met gedurfde, radicale optredens. Toen ze zichzelf op een dag in 2010 niet meer in de spiegel herkende, met haar steile haren die door de chemopillen in een kroeskop waren veranderd, besloot ze een mannelijk alter ego aan te nemen. Voortaan trad ze als Paul Rubens op bij officiële gelegenheden. „Eigenlijk was ik al langzaam afscheid aan het nemen van mevrouw Toebosch”, zei ze daarover in de documentaire Wie ik was voordat ik was. „Ik creëerde een karakter waaraan niemand zich meer kon hechten.”

Haar laatste optreden, in juni 2011, was een performance voor de tentoonstelling Raw in het warandebos van Tilburg. Gekleed in het wit klom Toebosch op de rug van een olifant. Twee uur lang reed ze het dier over de boslanen, terwijl een eg achter hen aan schraapte en zo de ‘gebaande paden uitwiste’. Zoals bij veel van Toebosch’ performances had je erbij moeten zijn om de impact ervan te ervaren. „Mijn werken zijn vluchtig”, zei ze daarover. „Veel videobanden van mijn kunst zijn allang verloren gegaan. Het geeft niet. Ik heb liever dat mensen mij herinneren als een raar wijf.”