Onvrede bedreigt regime Soedan

Het gaat op alle fronten slecht in Soedan. Arrestaties in de top geven aan dat het regime-Bashir van binnenuit wordt bedreigd.

Eens was hij een van de machtigste mannen van Soedan, nu zit hij gevangen. Saleh Gosh, tot drie jaar geleden hoofd van de geheime dienst en architect van de coup in 1989, werd afgelopen week met nog een tiental hoge militairen gearresteerd wegens „een poging tot staatsgreep”.

Het 23 jaar oude bewind van president Omar al-Bashir wordt geteisterd door een diepe economische crisis en een groeiende gewapende oppositie. Maar zijn grootste bedreiging komt van binnen zijn eigen regime en in het bijzonder het leger.

Donderdagnacht reden tanks door de straten van de hoofdstad Khartoum om Saleh Gosh te arresteren. Onder de hoge militairen die werden opgepakt was generaal-majoor Mohamed Ibrahim, alias Wad Ibrahim, die Bashir in 1989 hielp bij zijn staatsgreep.

In het kielzog van de opstanden in de Arabische wereld probeerde ook de Soedanese politieke oppositie eerder dit jaar de regering te verdrijven met straatbetogingen. Het uiterst efficiënte bewind van Bashir met zijn uitgebreide spionnennetwerk en altijd wakende buurtcomités wist de protesten van de verdeelde oppositie vrij makkelijk de kop in te drukken.

Tot ergernis van de nationalisten in het leger verloor Soedan vorig jaar Zuid-Soedan, een derde van zijn grondgebied. De oorlog in het westelijke Darfur is opgelaaid en in de Nubabergen en Blue Nile hebben dagelijks veldslagen en zware bombardementen plaats. Maar de grootste bedreiging vormt de snel verslechterde economie. Soedan verloor door de afscheiding van het zuiden tweederde van zijn olie-inkomsten, er heerst een gierende inflatie.

Nog gevaarlijker is dat door gebrek aan geld Bashirs patronagesysteem niet meer functioneert en hoge militairen en politici onvoldoende verdienen aan zijn heerschappij.

Saleh Gosh was tot hij in 2009 zijn baan verloor als hoofd van de geheime dienst een van de machtigste mannen van Soedan. Een geplande coup, een aanstaand rebellenoffensief of actieplannen van de oppositiepartijen, Gosh wist er als eerste van. Na de terroristische aanslagen in Amerika in 2001 schrok de radicaal islamitische regering van Bashir en ging hals over kop samenwerken met Washington. Soedan had vermoedelijk belangrijke informatie,want de machthebbers werkten altijd nauw samen met radicale islamitische groepen en Al-Qaeda-leider Osama bin Laden woonde begin jaren negentig in Soedan.

Saleh Gosh onderhield het contact en ondanks de Amerikaanse sancties tegen Soedan vloog hij in een Amerikaans vliegtuig naar Washington. De Amerikanen waren zo tevreden over de samenwerking dat ze in Gosh een mogelijke opvolger van Bashir begonnen te zien. Hij zou pragmatischer zijn dan andere, door religie gedreven medewerkers van Bashir, hoewel dit onderscheid tussen pragmatici en fanatici altijd diffuus is in de Soedanese politiek.

Maar mocht de door het Internationale Gerechtshof (ICC) wegens oorlogsmisdaden aangeklaagde Bashir ooit door zijn medestanders opzij worden gezet, dan zou Gosh in westerse ogen een goede kandidaat zijn voor zijn opvolging.

Het verzet tegen Bashir vanbinnen het regime lijkt vooral uit rechts-religieuze en uit militaire hoek te komen. De Sudan Tribune berichtte vorig week over honderd arrestaties in de groep Al-Sae’ohoon. Deze groep in het leger omvat de kern van degenen die Bashir in 1989 aan de macht hielpen en die de oorlog tegen het zuiden voerden. Leider zou Wad Ibrahim, zijn, die is gearresteerd.

Eerder dit jaar eisten tientallen legerofficieren hervormingen in het leger. Een woordvoerder van Al-Sae’ohoon zei na de arrestatie van zijn aanhangers vorige week „dat zij zich tenminste nooit hebben laten verleiden door de aardse genoeglijkheden van de macht”, een verwijzing naar de corruptie onder Bashir. Deze groep wenst een striktere toepassing van de islamitische wetgeving en wil terug naar de oorspronkelijke religieuze idealen ten tijde van de coup in 1989.

De nu overgebleven sterke politici van het regime zijn behalve Bashir, die aan een onbekende keelziekte lijdt, vicepresident Ali Osman Taha, Nafi Ali Nafi die het regerende nationale Congres leidt, en minister van defensie Abdel-Rahim Mohamed Hussein.

Nu het regime steeds meer onder druk komt te staan, is het aan hen om het bedreigde fort te verdedigen.