Nogmaals

Sinds 1959 staat Monsieur Jacques op de Coolsingel in Rotterdam. De man doet niets. Hij kijkt voor zich uit. Een regenjas is om het ronde lijf gemodelleerd. Dat is het.

Monsieur Jacques is een bronzen beeld op ware grootte, gemaakt door de Nederlandse kunstenaar Oswald Wenckebach (1895-1962). Ik hou van het beeld. Het blinkt uit in eenvoud. Waar het beroemde Stad zonder Hart van Ossip Zadkine bol staat van oorlogssymboliek, is de kwaliteit van Monsieur Jacques de realistische houding.

Het beeld in het centrum van de stad schoot me te binnen toen ik tijdens PSV-Vitesse Dick Advocaat langs de kant zag staan. Handen in de zakken van zijn jas, het hoofd een tikje omhoog. Minuten lang stond hij roerloos langs de kant. Advocaat deed niet meer dan stilstaan en kijken.

De coach als standbeeld.

Afgelopen week was coach Jürgen Klopp van Borussia Dortmund in de Arena. Met zijn modieuze bril en hip geknipte blonde lokken liep hij heen en weer in het afgebakende vak voor de dug out. Hij heeft een broertje dood aan de klassieke look van een coach aan de zijlijn.

Klopp is een uitstekende trainer in een vermomming als architect van een Vinexwoning.

Er zijn periodes geweest dat Dick Advocaat werd uitgelachen. Hij was te driftig, hij hakkelde zich door een interview en deed ingewikkeld met zijn hoofdhaar. Toen hij als coach van het Nederlands elftal Arjen Robben wisselde, kreeg hij het hele land over zich heen.

Dat was de oude Advocaat. De nieuwe Advocaat is milder geworden. Na een schreeuw en een paar korte passen komt Advocaat steeds vaker tot stilstand.

Nadat PSV gisterenmiddag verloor van Vitesse stond hij kalm de pers te woord. Het allereerst woord dat hij gebruikte was ‘nogmaals’. Tijdens het interview kwam het nog een paar keer voorbij.

Nogmaals. Uit de mond van Advocaat komt het over als een meesterzet. Het suggereert dat je als vragensteller hebt staan slapen. Hij was je voor.

„Dick, wat vond je van de uitslag?”

„Nogmaals. Ik vond het onverdiend.”

Dick Advocaat is een workaholic. Een sabbatical nemen is uit den boze. Als Advocaat niet werkt, sterft hij af. Hij is handelsreiziger in voetbalzaken. Nederland, Schotland, België, Rusland. De plek doet hem niets. Contracten? Ach, als hij maar op het veld kan staan. Oswald Wenckebach maakte in Eindhoven een bronzen beeld van Dr. Anton Philips. Het staat op het Stationsplein. Wenckebach heeft ‘meneer’ Philips dezelfde lange jas aangemeten als Monsieur Jacques. Weer zo’n peinzende man, turend in de verte.

Sir Alex Ferguson heeft vorige week in Manchester bij leven een standbeeld gekregen. Ferguson in regenjas, met de handen over elkaar. Het is redelijk gelijkend, maar je droomt er niet bij weg. De bronzen Sir Alex slooft zich een beetje uit.

Advocaat wil geen beeld. Dat weet ik zeker. Ik hoor hem zeggen: „Nogmaals. Voor mij hoeft het niet.”

En toch, ooit komt de dag dat iemand aan een touwtje trekt om het witte doek langs het brons naar beneden te laten glijden. Een gegoten Advocaat, gemodelleerd naar Monsieur Jacques. De vroegere driftkikker is stilgezet. Rechtop, lange jas rond het lijf, het gezicht starend over het veld.

Nogmaals, de coach als standbeeld.