Mensenrechten in Iran

Onder president Khatami was er een tijd, eind jaren negentig, dat het de goede kant op leek te gaan met de mensenrechten in de islamitische republiek Iran. En met Iran in het algemeen.

Khatami was zo’n aardige, nette man, gestudeerd ook, dat hielp die indruk te wekken. Maar er was echt hoop, toen. Verkiezingen leverden hervormingsgezinde overwinningen op. Conservatieve krachten gromden wat terug, maar wat zou het? Hun tijd was voorbij. Zij verboden kranten, maar nog sneller werden nieuwe bladen opgericht. De elegante Khatami in zijn goed-gesneden mullahgewaad verpersoonlijkte dat ook geestelijken in de moderne tijd konden aarden.

Had het inderdaad ooit goed kunnen lopen met de islamitische republiek? Ik kan het me nu nauwelijks meer voorstellen. Het parlement geeft geen kik meer, de huidige president loopt in een slechtzittend C&A-pak en wie volgend jaar als zijn opvolger wordt gekozen, wordt de facto door de voor het leven benoemde opperste leider bepaald. De cyberpolitie speurt het web na op opstandige geluiden van burgers die nog niet genoeg zijn geïntimideerd.

Voor de internationale gemeenschap is Iran eigenlijk alleen een nucleair probleem, dat met diplomatieke of militaire middelen moet worden opgelost. Steeds zwaardere sancties zijn bedoeld om nucleaire concessies van de machthebbers los te krijgen. Mensenrechten zijn een stuk minder interessant.

De recente dood van blogger Sattar Beheshti in de gevangenis heeft nauwelijks ophef veroorzaakt. De doorgaande gevangenschap van een groot aantal oppositieactivisten, journalisten en advocaten nog minder.

Er is nog wel wat aandacht voor mensenrechtenadvocaat Nasrin Sotoudeh, die sinds 2010 vastzit en tot zes jaar gevangenschap is veroordeeld wegens propaganda tegen het islamitisch systeem. Ze is sinds meer dan een maand in hongerstaking omdat haar man en jonge kinderen niet op bezoek mogen, en weegt volgens haar man nog maar 43 kilo. Het Europees parlement heeft haar de Sacharovprijs voor de mensenrechten toegekend.

Maar wat kan het de Iraanse autoriteiten schelen? Illustratief was wat dat betreft de reactie van Teheran op het nieuwe rapport van de speciale VN-gezant voor mensenrechten in Iran, die wees op de systematische schendingen van de mensenrechten in Iran en de cultuur van straffeloosheid. De Iraanse autoriteiten deden zijn rapport af met de mededeling dat hij Iran niet had bezocht en dus slechte bronnen had. De rapporteur had best betere bronnen gewild, maar krijgt al drie jaar geen toestemming voor een bezoek.

En Khatami? Van hem wordt al jaren niet meer iets interessants vernomen. Aardige, nette man, maar geen doorzetter. Nee, het had nooit iets kunnen worden.

Carolien Roelants