Kooswoordjes

Het is een algemeen bekend wetenschappelijk feit dat hevig verliefde stellen een bepaalde stof afscheiden waar de normale mens een beetje onpasselijk van wordt. Het kan nooit de bedoeling zijn om in je eentje te moeten staren naar twee andere mensen die giechelend aan elkaars oor aan het trekken zijn, bijvoorbeeld. Of die op elkaars schoot samen één krant aan het lezen zijn, zonder ook maar een moment te klagen over pijnlijke gewrichten door de onnatuurlijke houding waar ze zich al een half uur in bevinden. Ooit heb ik een hele avond noodgedwongen doorgebracht met een stel dat pas bij elkaar was – zij zat als een soort kleefkikkertje aan hem vast geplakt – en dat enkel op deze wijze met elkaar communiceerde: „Poedelewopsie, ik wil nog wel een beetje wijn hoor”, waarop de ander dan iets antwoordde als: „Maar snoelieboelie, dan pak ik dat toch even voor je.” Dit alles ging gepaard met een soort muppetbabytoon en veel stiekem ondershirts gefriemel. Het was een lange, lange avond.

Het enige voordeel van het aanschouwen van zulke intieme momenten is dat je kooswoordjes opvangt – het is altijd interessant en veelzeggend om te weten hoe mensen die elkaar liefhebben de ander noemen. Daarom een korte recensie.

Schat – Een veelgehoord koosnaampje. Toch vind ik ’m in deze niet-verkleinde vorm meer passen bij iemand die net uit zichzelf het feest van gisteravond heeft opgeruimd, inclusief de kots van Puschkin nadat-ie een overgebleven schaal met toastjes filet americain had gevonden, en die daarna ook nog voor iedereen wat katercupcakes met wodka erin heeft gebakken. Dat is een schat – ook voor de mensen die níet met hem of haar naar bed gaan.

Schatje – Een sexy kooswoordje dat eigenlijk altijd samen zou moeten gaan met een schalks kneepje in de bil.

Schoonheid – Het woord van snelle jongens die willen complimenteren maar tegelijkertijd ook hun cool willen bewaren. „Hee schoonheid, ga je nog mee of hoe zit het?”

Honnepon – Het is een beetje verouderd, honnepon, en dat geeft het gebruik ervan iets ironisch. Je hoort niet: „Honnepon, deze blouse staat je werkelijk fantastisch”. Je hoort: „Honnepon, als jíj straks nou eens de vuilniszakken buiten zet, oké? Fijn hoor, kussie-kussie.”

Liefje – Een charmant woord, dat doet denken aan bloemenweiden en iemand die bijna-verdronken hommels uit zwembaden redt.

Mijn allessie – Goed, ik heb dit zelf nog nooit iemand horen zeggen maar kwam het tegen op internet. Het trekt me erg aan: ik zie er een wat oudere man bij, die in een sjofele buurtkroeg zijn armen spreidt en overweldigd door emoties met verstikte stem zegt: „Maar jongens, Marja is gewoon mijn allessie!”

Alle woorden die zelf worden bedacht – uiteindelijk toch de beste kooswoorden. Een vriendin van mij wordt Torretje genoemd. Ik ken een stel dat voor elkaar briefjes achterlaat bestemd voor Schnaze en Zoezie en iemand die met Takkie of Matroos zijn lief bedoelt. Zelf word ik regelmatig Koeksnoet of Dikke Aap genoemd, beide termen kan ik met veel plezier aanraden – al kan je ze in gezelschap misschien het beste met mate gebruiken.