Jan Faber was één van de eersten

Toen zijn moeder niet meer voor hem kon zorgen, mocht Jan Faber naar Arnhem. „Ik hoop hier nog een paar jaar te kunnen blijven.”

Jan Faber woont sinds 1968 in Het Dorp, hij kwam er anderhalf jaar na de opening.

Jan Faber hoorde het nieuws vijftig jaar geleden via zijn zelfgemaakte radio: presentatrice Mies Bouwman had met een inzamelingsactie op de televisie twintig miljoen gulden opgehaald. Hij woonde met zijn ouders en acht broers en zussen op een boerderij in Friesland. Zes jaar later, hij was 27, werd hij één van de eerste bewoners van Het Dorp in Arnhem dat gebouwd was met de giften. Hij woont er nog steeds.

Jan Faber is al zeventig jaar gehandicapt. De collectieve regelingen waarvan hij afhankelijk is, veranderden steeds maar Fabers handicap bleef: zijn benen zijn spastisch. Eerst was er niks, ja: zijn ouders. In 1965 kwam de Bijstandswet, in 1968 de volksverzekering Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ). Nu wordt van alles overgeheveld naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). „Ik hoop hier nog een paar jaar te kunnen blijven.”

’s Ochtends komen ze Jan met de tillift uit bed halen en zetten ze hem op de wc. Hij wordt drie keer per week gedoucht. Vervolgens tillen ze hem in de elektrische rolstoel. En ’s avonds tillen ze hem weer in bed. Twee keer per week krijgt hij fysiotherapie, een keer per week wordt zijn kamer schoongemaakt. Hij werkte in sociale werkplaatsen en deed vrijwilligerswerk.

Faber werd gezond geboren. Met één jaar kreeg hij hersenvliesontsteking. Zijn benen raakten spastisch. De tijden waren anders, vertelt hij. Hij had geen rolstoel, laat staan een tillift zoals nu. Hij kroop op zijn knieën door het huis. Zijn moeder breide speciale kousen voor zijn knieën, maar die sleten altijd snel. Ze was „een ontwikkelde vrouw”, was naar de hbs geweest, en onderwees hem eerst zelf.

Hij leest veel, schrijft gedichten en noemt zich een ‘nieuwsfreak’. Overheidsbeleid? „Die verspilling in Uruzgan.” Gepeste kinderen? „Ik ben nooit gepest als kind. Ik zat als enige gehandicapte op de dorpsschool – mijn zus bracht me op de fiets – maar iedereen hielp me. Tegenwoordig gaan gehandicapte kinderen naar een speciale mytylschool. Dat lijkt me niet fijn; ik ben blij dat hier binnenkort ook huizen komen voor mensen zonder handicap.”

Faber moest anderhalf jaar wachten op een plek in Het Dorp. Dat werd toen betaald uit de Bijstandswet en de gemeente Ferwerderadeel vond zijn geval niet urgent genoeg. Zijn moeder zorgde toch prima voor hem? Maar zijn moeder werd ziek en in 1968 werd de AWBZ opgericht. Faber mocht naar Arnhem.