Iedereen gunt het de vriendelijke reus

Graziano Pellè groeit bij Feyenoord langzaam uit tot een fenomeen. Voor al zijn coaches vormde de zelden scorende Italiaan een groot raadsel.

AZ-fans gaan op de foto met Feyenoord-spits Graziano Pellè, die vier jaar in Alkmaar onder contract stond. AZ-directeur Gerbrands: „Hij heeft hier geen vijanden.” Foto Robert Vos

Een treffender illustratie was bijna niet denkbaar: Graziano Pellè die handtekeningen uitdeelt aan supporters van AZ. En niet alleen aan vrouwelijke aanbidders. De immer glimlachende Italiaan had kort daarvoor de assist gegeven waaruit tiener Tonny Vilhena Feyenoord in Alkmaar op voorsprong had gezet. Maar, zoals AZ-directeur Toon Gerbrands voor de wedstrijd tussen AZ en Feyenoord (0-2) al zei: „Pellè heeft bij AZ geen vijanden.”

Graziano Pellè, ondoorgrondelijk raadsel voor een dozijn voetbaltrainers. Alkmaarse cynici zouden zeggen dat hij gisteren namens Feyenoord deed waar hij goed is was: géén doelpunt maken. Maar daarvoor heeft de sympathieke Italiaan te veel krediet opgebouwd, ook bij AZ, waar hij van 2007 tot 2011 onder contract stond. Louis van Gaal, Ronald Koeman, Dick Advocaat, Gertjan Verbeek, allemaal raakten ze direct onder de indruk van de grote, sterke Italiaan: zijn balvastheid, zijn kopkracht, de rust in zijn spel. „De Pellè die we bij Feyenoord zien is de Pellè die wij destijds hadden gescout”, zegt Gerbrands.

Op aanraden van Van Gaal maakte AZ in 2007 liefst zes miljoen euro over aan Lecce om de spits van het Italiaanse jeugdelftal naar Alkmaar te halen. Een recordinvestering voor AZ, destijds geleid door DSB-eigenaar Dirk Scheringa.

Terugkijkend vindt Gerbrands het „wonderlijk” wat er in de vier jaar die volgden gebeurde met de grote vriendelijke reus uit San Cesario di Lecce, een dorp diep in de hak van de Italiaanse laars. „Er viel niets op hem af te dingen”, zegt Gerbrands. „Aardige vent, traint goed, altijd positief, geeft nooit op: een prof zoals je hem wilt hebben. Ronald Koeman kwam hier, zag hem en riep meteen: ongelooflijk.”

Er was één probleem: Pellè scoorde nauwelijks. Niet als huurling, niet als basisspeler en niet als invaller. Als een visser die elke avond met een lege emmer thuiskomt. De lijst van clubs die Pellè de kans boden is lang: eerst zijn jeugdliefde, Unione Sportiva Lecce, later Catania, Crotone, Cesena, AZ, Parma, Sampdoria. Zijn oogst: 34 doelpunten in 183 wedstrijden. In zijn beste seizoen (2006-2007) scoorde hij tien keer voor Cesena. Voor AZ kwam hij in 78 duels tot veertien goals. Allemaal weinig indrukwekkende cijfers.

Totdat Feyenoord zich afgelopen zomer plotseling bij hem meldde, na een tip van een verrassende ‘scout’. Een vriendje van de zoon van trainer Ronald Koeman ontmoette Pellè op vakantie is Spanje en kwam er al pratend achter dat de Italiaan wel oren had naar een nieuw Nederlands avontuur. Zeker bij Feyenoord, waar zijn oude trainer inmiddels vast in het zadel zat.

Koeman, wanhopig op zoek naar iemand die de Zweedse publiekslieveling John Guidetti ook maar enigszins kon doen vergeten, hoorde het verhaal en bedacht zich geen moment. Hoewel het Legioen de nieuwste huurling met scepsis begroette, had Koeman meer vertrouwen. De coach schatte hem in op „zeker vijftien” doelpunten, al vond ook hij dat Pellè „geen Guidetti” is.

Tien competitiewedstrijden en acht doelpunten later ligt het moyenne van Pellè hoger dan dat van Guidetti, die vorig seizoen uitgroeide tot cultheld in Rotterdam-Zuid. „Pellè is aardig onderweg in die richting”, zegt manager Joop Verschuuren van de Feyenoord Supportersvereniging. „Hij is wat rustiger dan Guidetti. Die was meer een branieschopper. Maar Pellè kan meer dan we hadden verwacht.”

Na een aantal schitterende doelpunten, waaronder een halve omhaal waarmee hij tegen Ajax op de valreep een gelijkspel uit het vuur sleepte, is de grote vraag: hoe kreeg Koeman Pellè aan het scoren? „Ik denk dat hij de Kuip als inspiratiebron gebruikt’’, zegt Verschuuren. „Dat is wel typisch Rotterdam: als je het slecht doet krijg je de hoon over je heen. Als je het goed doet krijg je elke dag een schouderklop. Dan ga je steeds meer in jezelf geloven.”

Ook de spitsentrainer van Feyenoord, Roy Makaay, raakte onder de indruk van de lange (1,93 meter) Italiaan. „Hij is groot en sterk, en technisch aardig onderlegd. Hij heeft geen ruzie met de bal, zoals je vaak ziet bij wat grotere spelers”, zegt de voormalige topscorer van onder meer Deportivo, Bayern en Feyenoord. Makaay denkt dat Koeman het verschil maakt voor Pellè. „Ronald heeft hem het vertrouwen gegeven. Hij is gehaald om te spelen.” Koeman bevestigt dat. „Ik denk dat het te maken heeft met het vertrouwen dat een speler krijgt. En dat hij elke wedstrijd speelt. Pellè is nooit in die situatie geweest.”

Bij AZ was de concurrentie groot: Ari, Mounir El Hamdaoui, Moussa Dembélé en later Kolbeinn Sigthórsson. „Het tekent de professionaliteit van Pellè dat hij ook zonder morren zijn rol als pinchhitter vervulde”, zei Gertjan Verbeek voorafgaand aan de wedstrijd tegen Feyenoord gisteren. Het bevestigt wat Gerbrands al lang wist over de gentleman-spits uit Puglia. „Je zult geen trainer een onvertogen woord over hem horen zeggen. Iedereen gunt hem dit. Zelfs toen hij in 2011 moest vertrekken omdat zijn salaris te zeer drukte op onze begroting, dacht hij mee over een oplossing. Hij is absoluut geen geldwolf.”

Feyenoord kan wel eens het keerpunt zijn in de loopbaan van Pellè, denkt Gerbrands. „Hij trekt zich ook niks aan van de Kuip. Hij is stoïcijns, ook als een heel stadion hem uitfluit omdat hij niet scoort. Maar zo’n vol stadion inspireert hem juist. Misschien is het wel omgekeerde Kuipvrees wat hem aan het scoren heeft gebracht.”