Hoeveel kleren maken de man?

Van Neanderthal-kleding is niets teruggevonden. Toch was het te koud om in je blootje rond te lopen. Wat droegen ze eigenlijk?

** FILE ** A replica of a Neanderthal man is seen at the Neanderthal museum in Mettmann, western Germany in this Oct. 1996 file photo. A small bone fragment that scientists initially ignored has produced a bonanza: enough Neanderthal DNA to start mapping the genetic code of the stocky and muscular relative of modern humans, scientists report. (AP Photo/Heinz Ducklau) ASSOCIATED PRESS

Redacteur Wetenschap

Het staat nu wel vast: Neanderthalers droegen geen grote hoeden. Ze hadden waarschijnlijk wel een soort handschoenen, en huiden om hun voeten gewikkeld. Genaaide kleding hadden ze domweg niet nodig. In de klimaten en plekken waar zij leefden was bedekking van 70 procent van het lichaam in de koudste tijden voldoende. Dat kan ook met losse dierenvellen.

Dit blijkt allemaal uit een analyse van de relatie tussen klimaatomstandigheden en minimale kledingbehoefte door de Amerikaanse antropoloog Nathan Wales. Zijn artikel staat binnenkort in het Journal of Human Evolution en is online al te lezen.

Neanderthalers zijn zeer nauw verwant aan moderne mensen. Ze leefden in Europa en West-Azië, 150.000 tot 30.000 jaar geleden, een periode waarin ook twee ijstijden vielen. In de warme periodes leefden Neanderthalers noordelijk tot aan Moskou. In koudere periodes bleven ze in Zuid-Frankrijk en kwamen hooguit tot Zuid-Engeland.

Er is veel discussie over de kleding van Neanderthalers. Van moderne mensen (Homo sapiens) die rond 40.000 jaar geleden in Europa en West-Azië verschenen, zijn duidelijke aanwijzingen voor kleding gevonden: benen naalden van 30.000 jaar oud, weefstokken en afdrukken van textiel in klei van 25.000 jaar oud en zelfs onmiskenbare mutsjes op vrouwenbeeldjes. Ook bleek uit DNA-analyse van de menselijke kleerluis dat die zich ergens rond 170.000 jaar geleden heeft afgescheiden van de hoofdluis. Dan moet er kleding zijn geweest. Neanderthalerkleding is nooit gevonden, maar het idee is wel dat ze te noordelijk leefden om helemaal bloot rond te lopen. Maar hoe bloot?

Volgens sommigen was echte kleding nodig, met nauwsluitende mouwen om de koude wind buiten te houden, maar volgens anderen weer niet. De antropoloog Ian Gilligan meent zelfs dat Neanderthalers misschien zijn uitgestorven, omdat ze zonder goede kleding niet goed konden concurreren met de goedgeklede Homo sapiens, toen die in hun leefgebied doordrong.

Nathan Wales zette alles op een rijtje: de minimale zomer- en winterkleding van zoveel mogelijk (ruim tweehonderd) natuurvolkeren uit de etnografie, de verdeling van die kledingtypen over klimaatzones, de bekende leefgebieden van de Neanderthalers en vermoedelijke klimaatkenmerken én de mogelijke koudeaanpassingen van de Neanderthaler-anatomie. De Neanderthaler kon waarschijnlijk beter tegen kou dan wij, door hun grotere spiermassa (meer warmteproductie) en gedrongener bouw (minder warmteverlies). In Wales’ model krijgen ze daarom een ‘kougrens’ die vier graden lager ligt dan bij moderne mensen.

De duidelijke uitkomst is dat de koudste klimaten waarin Neanderthalers leefden waarschijnlijk een lichaamsbedekking vereisten van 70 procent. Dat is vergelijkbaar met de traditionele kleding van de Plains Cree-indianen in Alberta (Canada): een leren lendendoekje, leggings van huiden, mocassins met grasisolatie, een buffelhuid over één schouder en een klein hoedje. In vergelijkbare omstandigheden in Zuid-Australië kleedden de Jaralde-aboriginals zich slechts met possumvellen. Met een ‘toga van beestenvellen’ kwamen de Neanderthalers hun winters wel door, schrijft Wales. In hun zuidelijke leefgebieden zouden ze in de zomer naakt kunnen rondlopen.

De Neanderthalers zullen niet zijn uitgestorven omdat ze te weinig kleding hadden, aldus Wales. Maar het zal hun leefgebied hebben beperkt. De moderne mensen konden slechter tegen kou, maar leefden soms noordelijker. Zij moesten soms meer dan 93 procent van hun lichaam bedekken: zware parka’s en complete beenbedekkingen.

    • Hendrik Spiering