Hoe weet een flitspaal dat een vrachtwagen passeert?

De maximumsnelheid voor vrachtwagens is 80 kilometer per uur, terwijl auto’s op snelwegen veel harder mogen, tot wel 130 per uur. Maar zowel vrachtauto’s als gewone auto’s worden weleens geflitst. Hoe weet een flitspaal dat er een vrachtwagen passeert, waarvoor dus een lagere flitssnelheid geldt? Dat willen Michiel van Lierop en Judith van de Sande uit Nijmegen graag weten.

Flitspalen zijn langs de snelwegen een beetje uit. Rond Amsterdam staan er nog wat, maar de meeste zijn vervangen door trajectcontroles, waarbij de gemiddelde snelheid over een bepaalde afstand wordt gemeten. Verder houdt het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) mobiele controles op telkens wisselende locaties.

De camera’s van de trajectcontrole zijn uitgerust met software die aan het kenteken ziet of het om een vrachtwagen, bus of auto met aanhanger gaat. Daarvoor gelden maximumsnelheden van 80, 90 of 100 kilometer per uur.

Bij de flitspalen en de mobiele controles wordt met een radarstraal de lengte van het voertuig gemeten. Als de straal gedurende zeven meter of langer niet wordt onderbroken, schakelt de flitser naar de grenswaarde voor voertuigen met een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur.

Alle foto’s worden bekeken door een agent. Zo wordt voorkomen dat eigenaren van voertuigen die 90 per uur mogen een bekeuring ontvangen als ze 85 reden.

Als de straal binnen de zeven meter wordt onderbroken, dan ‘weet’ de camera dat het om auto’s gaat en wordt er pas bij hogere snelheden geflitst (bijvoorbeeld 120 per uur).

Om te voorkomen dat mensen worden bekeurd voor een paar kilometer te hard rijden, werkt de politie met een meetcorrectie. Ook is er een ondergrens voor het bekeuren, behalve op wegen waar 130 is toegestaan.

Op de meeste wegen is de ondergrens vier kilometer. Waar 120 kilometer per uur is toegestaan, is de meetcorrectie vier kilometer. Iemand die daar 128 per uur rijdt, wordt dus bekeurd voor 4 kilometer te hard rijden.

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl