Griekenland wil meer dan dat zwakstroompje opleving

Opnieuw vergaderen de euroministers over een vermindering van de Griekse staatsschuld. Ideeën genoeg. Totdat de details duidelijk worden.

Daar zijn ze weer. Vandaag komen de euroministers van Financiën in Brussel bijeen met het IMF en de ECB om te onderhandelen over een forse vermindering van de Griekse staatsschuld tussen nu en 2020. Het is de derde keer in een paar weken dat ze proberen hierover een akkoord te sluiten – de vierde keer zelfs, als je een geheime bespreking van enkele hoofdrolspelers in Parijs vorige week maandag meetelt.

Het probleem is dat het IMF weigert nog aan Griekse leningen mee te betalen, als de Griekse schuld op langere termijn niet extra wordt gereduceerd. Die weigering heeft acuut gevolgen: Griekenland wacht al weken op een nieuwe tranche van 31,5 miljard euro. Het land ‘verdient’ dit, het heeft gedaan wat de trojka vroeg. „Nu moeten onze partners en het IMF hun verantwoordelijkheid nemen”, zei ook de Griekse premier Samaras, die de kibbelende crediteuren „nalatigheid” verweet.

Toen Griekenland twee jaar terug zijn eerste leningenpakket kreeg, was het doel de schuld in 202 terug te brengen tot 120 procent van het bbp. Ministers en specialisten dachten: als Italië met een schuldenlast van 120 procent kan leven, waarom Griekenland dan niet? De Griekse schuld staat nu op 175 procent.

Begin dit jaar, toen Griekenland zijn tweede leningenpakket kreeg, kregen particuliere beleggers een haircut (korting) opgelegd omdat die 120 procent niet haalbaar bleek. Het IMF had twijfels over de effectiviteit van deze korting, maar bond in. Nu stelt de trojka opnieuw vast dat het onhaalbaar is – 144 procent is waarschijnlijker. Griekenland ligt economisch stil. Intussen is duidelijk dat de regeringsleiders het land in de eurozone willen houden om een ‘Lehman’-achtige klap te vermijden en bereid zijn Griekenland drijvend te houden. Toch is er geen kip die investeert. De recessie zit er diep. Alleen als er weer een tranche binnenkomt, gaat er een zwak stroompje door de economie. Rekeningen worden betaald, en het wordt weer stil.

Het IMF eist ditmaal een royale schuldenreductie. Chef Christine Lagarde wil dat eurolanden gewoon een deel van de leningen afschrijven. Dan kan Griekenland een frisse start maken. Maar Duitsland, Nederland, Finland en Oostenrijk – in Brussel soms de ‘triple A-gang’ genoemd, de bende van landen met een hoge kredietwaardering – willen hiermee niet bij hun parlementen aankomen. Dus hebben ze financiële experts gevraagd methodes te bedenken die hetzelfde effect kunnen bereiken. En daar vergaderen ze nu dan over.

Er zijn diverse mogelijkheden. Je kunt rentes voor Griekenland verlagen, Athene zijn eigen schuld met korting laten terugkopen, afbetalingstermijnen verlengen of particuliere beleggers nogmaals korten. Ook zijn extra leningen uit het noodfonds EFSF besproken, met Grieks staatsbezit als onderpand. Verder heeft de ECB winst gemaakt op Griekse obligaties – waarom die meevaller (9 miljard) niet naar Griekenland overboeken in plaats van naar nationale centrale banken?

Afgelopen dagen hebben experts onophoudelijk vergaderd over deze methodes. Eén van hen zegt dat ze voor een mix kiezen. „Technisch is dit op te lossen. Het probleem is politiek. Ministers zeggen: mooie oplossing, maar hoe verkoop ik dit thuis?” Vaak lijken de opties op papier goed, waardoor ministers aanvankelijk dicht bij elkaar komen. Maar zodra wordt uitgelegd wat het precies inhoudt, trappen ze op de rem. Dit gebeurde vorige week, toen enkele ministers uit grote eurolanden in een hotel op een Parijs vliegveld geheim overleg voerden met Lagarde, ECB-chef Mario Draghi en eurocommissaris Olli Rehn. Een betrokkene vertelt dat daar „grote stappen” werden gezet, vooral door de Duitser Wolfgang Schäuble. Maar toen alle ministers plus ambtenaren er weer bij waren, in Brussel, „trokken die het breiwerk weer uit elkaar”.

Zo wilde Schäuble ineens niet meer dat er zoveel ECB-winst naar Griekenland gaat. Dat geld kwam de Bundesbank toe. Ook vond hij de rentes op Griekse leningen te laag. Dat zou neerkomen op een financiële transfer naar Athene – een politiek taboe in Berlijn. Dat is het grote probleem als er meerdere mogelijkheden zijn: er is altijd wel iemand ergens tegen. „Ik ben niet gedesillusioneerd”, zei eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker na afloop, „want over Europa maak ik me geen illusies meer”.