Goed voor de slanke lijn: nanochocolade met zand

Mayonaise die net zo romig smaakt en voelt als altijd, maar bijna helemaal uit water bestaat. Met behulp van nanodeeltjes (de schaal van een miljoenste van een centimeter) kan die worden gemaakt. Alleen is volgens Ruud Peters nog niet duidelijk hoe en of ons lichaam zulke deeltjes verwerkt. Hij is onderzoeker bij het Rikilt, het Instituut voor Voedselveiligheid van de Universiteit van Wageningen.

Hoe kan het dat hele kleine nanodeeltjes zich heel anders gedragen dan grotere deeltjes?

„Het gaat om de oppervlakte tegenover de inhoud. Als je iets in tweeën zaagt, heb je meer oppervlak, je krijgt er twee snijvlakken bij. Snij je alles nog eens doormidden, dan worden het er weer meer. Hoe kleiner, hoe meer oppervlak dus. Dat blijkt veel uit te maken. Neem aluminium. Als het gewoon folie is, doe je daar je brood in, maar op nanoniveau lanceren ze er de spaceshuttle mee. Dan is het heel brandbaar spul in de boosterraketten aan de zijkant.”

En als we het in eten stoppen?

„Dan kan het bijvoorbeeld voedselbederf tegengaan. Nanozilverdeeltjes zijn antibacterieel. Mijn vrouw heeft contactlensdoosjes waar ze in zitten, er zijn ook koelkasten waar ze in het plastic aan de binnenzijde zijn verwerkt. En je kunt mayonaise maken van bolletjes vet met binnenin water. Dan heb je maar een heel dun laagje waar calorieën in zitten. Dat scheelt zo 90 procent, schat ik. Het mondgevoel is hetzelfde als bij gewone mayonaise.

„Volgens datzelfde idee wordt er ook chocolade gemaakt. Normaal gesproken zit er cacaovet binnenin, maar hier stopt men silica in, zand dus. Het is te koop. Google maar eens op slim chocolate.”

Waarom eten we dan niet massaal die chocola?

„In de consumentenperceptie staat het tegen. Als het in voeding zit, vinden mensen het toch een beetje eng en daardoor lijkt het enigszins op de discussie die we hebben gehad over GMO’s, genetisch gemodificeerde organismen. Veel mensen zijn bang voor grote ongelukken.”

Hoe terecht is de angst?

„We weten het nog niet, maar we zijn het nu aan het testen. Daarvoor hebben we inmiddels een aantal technieken ontwikkeld. Gewoon kijken onder de elektronenmicroscoop alleen kan niet, want grotere deeltjes uit de voeding zitten dan in de weg en benemen je het zicht op de nanodeeltjes. In modellen kunnen we nu het gedrag van sommige nanodeeltjes volgen tot ze de maag verlaten. Stel dat ze vervolgens gewoon door de darmen heengaan en bij de volgende toiletgang uitgescheiden worden, dan kan er geen gevaar zijn, want het lichaam neemt ze dan niet op. Maar dat weten we dus nog niet.”

Zondag 2 december spreekt prof. dr. Ruud Peters over Nano in voeding. 12.30 uur. Museum Boerhaave, Lange St. Agnietenstraat 10 Leiden.