De nieuwe wereldorde lijkt toch best op de oude

Niets is sterker, volgens de vaak aangehaalde wijsheid van Victor Hugo, dan een idee waarvoor de tijd gekomen is. Probleem is alleen: hoe kom je weer van dat soort ideeën af, als hun tijd voorbij is?

Neem het idee van de BRIC-landen, de opkomende economische machten Brazilië, Rusland, India en China. Het was zo’n handzame term, waarmee de econoom Jim O’Neill van Goldman Sachs in 2001 de gedachte populariseerde dat er een grote economische machtsverschuiving plaats vond: van de Verenigde Staten, Europa en Japan naar aanstormende landen, een verschuiving van The West naar The Rest. We moesten er maar aan wennen dat de BRICs vanaf ongeveer 2050 de lakens zouden uitdelen.

Er wás veel voor te zeggen. De groei in de vier landen was onstuimig. En hoe sterk ze ook van elkaar verschilden, ze begonnen zelf te geloven in een mooie gezamenlijke toekomst als BRICs – al vier keer hebben de leiders van deze landen een top gehouden, alsof ze werkelijk een nieuw machtsblok vormen.

De Indiase econoom Ruchir Sharma, die voor Morgan Stanley al jarenlang in opkomende economieën investeert, gelooft er niets van. In zijn boek Breakout Nations waarschuwt hij dat de BRICs, en vooral China, een fikse vertraging van de groei te wachten staat – die inmiddels al heeft ingezet. Fabelachtige groeicijfers zijn nu eenmaal nooit veel langer dan een decennium vol te houden. „Ik denk dat Amerika de wereld positief zal verrassen, en China negatief”, zei hij dit najaar in een interview met deze krant. En in het nieuwe nummer van Foreign Affairs schrijft hij: „Er is geen idee dat meer gedaan heeft om het denken over de wereldeconomie te vertroebelen dan dat van de BRICs.”

De gedachte dat de Amerikaanse economie weldra wordt ingehaald door de Aziatische groeimirakels zullen we ons straks herinneren als „een van die aanvallen van paranoia die Amerika eens in de zoveel tijd beleeft”. De nieuwe economische wereldorde, zegt Sharma, zal heel wat meer op de oude lijken dan de afgelopen jaren werd aangenomen.

En er zijn méér ontwikkelingen die erop wijzen dat de machtsbalans niet doorslaat naar de nieuwe sterspelers. Het Internationaal Energie Agentschap deed onlangs de opzienbarende voorspelling dat Amerika in 2020 de grootste olieproducent ter wereld zal zijn, en in 2035 zelfs helemaal in zijn eigen energiebehoefte kan voorzien.

Daarmee komt meteen de uiterste houdbaarheidsdatum in zicht van het idee dat de VS gedoemd zijn afhankelijk te blijven van olie uit het Midden-Oosten. De politieke gevolgen zullen groot zijn en de toekomst zal er echt een slag anders uitzien dan je kon opmaken uit alle voorspellingen over de onvermijdelijke Amerikaanse neergang en de Post-American World, die Fareed Zakaria in 2008 in zijn gelijknamige bestseller voorzag.

Veel blijkt er ook af te dingen op het schrikbeeld van de Japanse stagnatie, een economische impasse die bij verkeerd beleid ook de VS en Europa te wachten zou staan. Verwijzingen naar de twee ‘verloren decennia’ van Japan zijn bijna een cliché geworden. Maar „de dood van de Japanse economie is zwaar overdreven”, stelt Japan-kenner Eamonn Fingleton al meer dan een jaar. Zo heeft de Japanse industrie zich ontwikkeld tot leverancier van geavanceerde productiegoederen waar internationaal grote vraag naar is.

Zelfs het idee dat Europa in verval is, waar toch heel wat tekenen van te zien zijn, is een mythe, aldus Wereldbankeconoom Indermit Gill onlangs in Opinie&Debat. Zeker, Europa heeft problemen, stelt hij, maar het Europese model werkt en heeft toekomst.

Als de onstuitbare opkomst van de BRICs, de energieafhankelijkheid van de VS, de stagnatie van Japan en het verval van Europa stuk voor stuk wijsheden van gisteren blijken, dan ziet de wereld er heel anders uit. De vooruitgang in China en Brazilië blijft indrukwekkend. Net als de problemen in de VS en Europa. Maar de wereld koerst niet meer in de richting die tot voor kort nog zo aannemelijk was.