Crisis? Koester juist de alfa's voor oplossingen

Er mag dan een tekort aan techneuten zijn; om de politieke en culturele crisis op te lossen, zijn er juist alfa’s nodig, stelt Jan Blommaert.

Het is een gegeven dat we niet alleenin Nederland opmerken, maar in de hele Europese Unie: de economische crisis heeft een effect op de visie van beleidsmensen op hoger onderwijs. Dit onderwijs moet in de eerste plaats mensen opleiden die meteen na hun studie aan de slag kunnen in innovatieve topsectoren die veel meerwaarde genereren.

Ingenieurs, economen, managers, accountants en juristen hebben we nodig, dringend en in overvloed. En geesteswetenschappers? Nee. Dat zijn nuttige idioten die minder rendabele mensen opleiden, een irrelevante luxe die men zich in tijden van crisis niet kan permitteren.

Deze redenering lijkt plausibel, tenminste, als je het uitgangspunt ervan onderschrijft: dat deze crisis een economische crisis is die economische antwoorden nodig heeft. Vanuit die omschrijving is het inderdaad zo dat universiteiten hoogwaardig economisch personeel moeten opleiden, dat economische innovaties zal doen.

Innovatie wordt hier vernauwd tot innovatie in het economische proces, maar er is een ander soort innovatie: innovatie qua ideeën en probleemomschrijvingen. Vragen stellen over datgene wat velen als waarheid aanhouden, alternatieve denksporen definiëren – wat geesteswetenschappers doen. Dit is hard nodig. De crisis is veel ruimer dan alleen economisch. Ze is ook een crisis van de politiek, de democratie, het sociale, culturele weefsel, van het mensbeeld en de moraal.

Wie de EU sinds 2008 heeft geobserveerd, kan er moeilijk omheen: de democratie is kaltgestellt, omdat de crisis uitsluitend economisch is gedefinieerd. De ‘trojka’ die de toestand monitort, is een niet verkozen lichaam dat regeringen en parlementen maatregelen oplegt en weinig debat tolereert. Wie deze maatregelen bekijkt, merkt dat ze een veel ruimere impact hebben dan alleen een economische. Het sociale weefsel wordt afgebroken. Vormen van democratisch overleg worden vernietigd. Er wordt armoede geschapen. Bevolkingen worden tegen elkaar opgezet. Onrust en conflict worden ingebouwd in het sociale systeem. De economische crisis wordt zo een reusachtige, en langdurige, politieke en sociale crisis.

Het gevolg is dat je in een aantal landen enorme electorale verschuivingen en nieuwe vormen van politiek en sociaal extremisme ziet. Het ongenoegen van mensen drukt zich uit via de Indignados zowel als via een stem op Syriza, de Ware Finnen of separatistische partijen. Ook daar zie je dat de crisis eigenlijk veel ruimer is dan men in eerste instantie dacht, en dat de politieke en sociale effecten de economische crisis ruim zullen overleven.

Inmiddels zien we hoe overheden mensen reduceren tot arbeidskrachten, hoe welzijn en wat men ooit een ‘goed leven’ noemde in de marges verdwijnen en hoe onze persoonlijkheid wordt samengevat in onze economische positie.

De crisis is dus veel breder. Ze treft de hele mens en de maatschappij. Wie de crisis slechts via economische ingrepen denkt op te lossen, zal achterblijven met een enorme restfractie van aanvullende problemen. Om deze op te lossen, heb je geen economen of ingenieurs nodig, maar geesteswetenschappers – mensen die het ruimere plaatje zien.

Een regering die dit niet ter harte neemt, neemt enorme risico’s.

Jan Blommaert is hoogleraar aan de Tilburg University.