Column

Cadeauboek

Het woei hard, waardoor een wat oudere, vrouwelijke klant als een afgerukt herfstblad de kleine, Utrechtse boekwinkel werd binnen geblazen. „Blij dat ik er ben”, hijgde ze.

Ze fatsoeneerde haar kleren en liep door naar de toonbank, waar een verkoopster haar hartelijk begroette. Ze bleken elkaar enigszins te kennen, hun beleefdheidsfrases waren iets vertrouwelijker dan die tussen mensen die onbekenden voor elkaar zijn.

„Misschien kun je me helpen”, zei de klant, „ik zoek een boek voor een bejaarde man. Het moet wel gemakkelijk weglezen.”

„Ik weet wel wat”, zei de verkoopster, en ze kwam achter de toonbank vandaan. Ze liep naar een hoekje met actuele bestsellers waar ik juist nogal wezenloos stond te bladeren. Ik koop niet zo vaak bestsellers, maar ik wil wel altijd graag weten waar ze ongeveer over gaan.

De verkoopster pakte een boek dat bovenop een stapeltje lag. Op luide toon las ze de titel voor: „De 100-jarige man die uit het raam sprong en verdween.”

„Een verrukkelijk boek”, voegde ze eraan toe, „voor jong, maar zeker voor oud. Het gaat over een man die in een bejaardentehuis 100 jaar wordt, maar geen zin heeft in een suf verjaardagsfeest en er vandoor gaat. Hij komt daarna in allerlei interessante avonturen terecht.”

Ze overhandigde het boek aan de vrouw, die kritisch het omslag bekeek. „Leest het gemakkelijk weg?” vroeg ze.

„Absoluut. Wij verkopen het dagelijks en hebben nog geen teleurgestelde reacties gekregen. In totaal zijn er nu 180.000 van verkocht.”

De schrijver, Jonas Jonasson, was een Zweed, wist ik. Zou er wel eens een Nederlandse schrijver in Zweden zulke aantallen hebben verkocht? Jan Wolkers misschien, hij was er een poosje zeer populair geweest.

De klant gaf het boek opeens nogal haastig terug, alsof ze bang was dat ze er anders voor de rest van haar leven aan vast zou zitten, als bij een levensverzekering die de assuradeur je door de strot heeft geduwd. „Ik weet het niet”, zei ze, „wil je als oude man wel een boek over een 100-jarige lezen?”

De verkoopster zag dat het een verloren zaak was en legde het boek terug op de stapel. Ze liepen beiden naar de toonbank, waar de verkoopster even besluiteloos bleef staan. „Ik zal Henk erbij halen”, zei ze nogal mat, „die heeft altijd wel goede ideeën.”

Henk kwam toegesneld met het vastberaden air van iemand die de baas is van de winkel, of zich in ieder geval zo voelt. Hij was niet van plan zich deze klant te laten ontgaan, en begon meteen een titel van de Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti te noemen. „Lijkt me ontzettend geschikt voor meneer.”

„Leest het gemakkelijk weg?” vroeg de vrouw weer.

„Dat hangt er vanaf hoe iemand gewend is te lezen”, zei Henk diplomatiek, en ook niet onjuist, maar verkooptechnisch vermoedelijk onvoldoende overtuigend. „Het is vooral een louterend boek.”

De vrouw leek te schrikken. „Ook hoopvol?”

„Wat is hoop”, zei Henk, „hij laat het menselijk tekort zien.”

Ammaniti kon wel ophouden, althans, op dit moment in deze winkel, maar de boekhandelaar had het nog niet opgegeven. „Ik weet nog wat”, zei hij, terwijl hij zich naar achteren spoedde.

„Geef hem E.L. James”, had ik hem bijna nageroepen, „misschien willen oude mannen wel vooral softporno voor jongere vrouwen – waarom niet?”